Reisverslag Zuid-Afrika

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

Zuid-Afrika deel VII (25-10 t/m 9-11)

Zoals gezegd hebben we nog twee weken nadat Jan, Els en Koen vertrokken zijn, voordat we zelf weer richting Nederland gaan. In deze twee weken zijn we nog een aantal dagen naar Kruger geweest, om het af te leren. Er waren dagen dat we helaas niet zo veel zagen, maar gelukkig hebben we ook dagen gehad met best veel dieren. Zo hebben weer een dag gehad waarop we meer neushoorns dan olifanten hebben gezien. Daarnaast is het lente en dat is de periode waarin olifantjes en giraffes geboren worden, zo veel kleintjes hadden we nog niet eerder gezien. We zagen zelfs een giraffenkindercreche: vijf kleine girafjes van nog geen 2 meter hoog die bij elkaar lagen. Jaja liggende giraffen, dat komt maar hoogst zelden voor. Op de laatste ochtend zagen we nog drie hyena’s, op de weg richting de poort. Konden we die toch ook nog toevoegen aan ons lijstje.

Na Kruger hebben we onze tijd met name besteed aan het schoonmaken en opruimen van de auto: wat een berg stof verzamel je zo in een jaar! De niet al te moeilijk bereikbare plekken hebben we uiteraard regelmatig schoongemaakt, maar nu hebben we echt alles wat uit de auto kon eruit gehaald en schoongemaakt. Dat scheelde wel een paar kilo.

Ons oorspronkelijke idee, voordat we uit Nederland vertrokken, was om de auto weer terug te laten verschepen naar Nederland. Door alles wat we dit jaar hebben gezien (maar vooral wat nog niet) en de ervaringen van andere reizigers, hebben we dit idee in de loop van het jaar bijgesteld en besloten de auto te stallen in de buurt van Johannesburg. Zo kunnen we komend jaar in de zomervakantie weer een paar weken terug. In het onderwijs heb je helaas maar vijf weken, dus het wordt een korte vakantie, maar langer zit er even niet in.

Deze aanpassing in de planning heeft wel een nadeel, want we hadden de auto ingepakt met het oog op een directe terugkeer naar Nederland. Dat betekent dat we nu best wat spullen in de auto achterlaten waar we in Nederland iets nieuws voor moeten kopen. Zo hebben we bijvoorbeeld onze hele gereedschapskist meegenomen en zijn we nu veroordeeld tot Ikea-spul: daar krijg je je gereedschap bij. Ach ja, we hebben ook geleerd dat je lang niet zo veel spullen nodig hebt als je zelf denkt. Er had best het een en ander thuis kunnen blijven: vier rollen ducktape, drie zware spanbanden, drie dikke truien en twee kruiken is wat veel. Tja, als je plek hebt, vul je ‘m op; een groter huis leidt immers ook alleen maar tot meer rommel op zolder. Al met al was het nog wel even puzzelen voordat alles wat we echt mee terug wilde nemen in onze tassen zat, maar het is gelukt.

Het moment dat we onze slak afsloten, de sleutels inleverden, onze tassen pakten en ons huis en eigenlijk ons leven van het afgelopen jaar daar achterlieten, was het moeilijkste moment van onze reis. Daar hebben we ook wel een traantje om moeten laten. Het waren de eerste tranen van deze reis na het afscheid van onze familie vorig jaar.

Gelukkig hadden we voldoende afleiding van chauffeur Paul die ons naar het Apartheidsmuseum bracht: onze vlucht ging pas ’s avonds en we hadden de middag over. We waren deze week al eerder naar het Apartheidsmuseum gereden, maar vanwege een grote stroomstoring was het museum gesloten. Het naastgelegen pretpark zat kennelijk op dezelfde kabel, want dat deed het ook niet. Uit de krant begrepen we later dat er grote problemen waren bij landelijke energieleverancier Eskom: dit was niet de eerste en zeer waarschijnlijk niet de laatste grote stroomstoring deze week.

Paul wist gelukkig van alles over Johannesburg en Zuid-Afrika te vertellen. Helaas voor hem was ons humeur die middag echter niet al te best. Zoals je wel begrijpt deed het apartheidsmuseum daar nog een schepje bovenop: het was geen gezellige afsluiting van ons jaar. Het museum zelf was erg indrukwekkend, met veel informatie die we (Maaike dan) kenden uit de autobiografie van Nelson Mandela en het monument waar Mandela in 1962 werd gearresteerd. Het museum kent een vaste en een tijdelijke expositie, waarbij de tijdelijke op dit moment begrijpelijkerwijs over Mandela gaat. We hebben ons dan ook met name gericht op de vaste, over de apartheid in het algemeen. Het is maar goed dat het afgeschaft is, al lijkt het wel of sommige blanken in zuidelijk Afrika dat bericht hebben gemist.

Daarna op naar het vliegveld. We hadden nog wat spullen gekocht waarvan we de BTW wilden terugvragen en dit bleek gelukkig een ouderwetse Afrikaanse loketten-estafette te zijn: voor het inchecken van je bagage moet je je bonnen en de aangekochte spullen laten zien, de bonnen worden dan gestempeld. Na de douane ga je met deze gestempelde bonnen naar het volgende loket waar ze handmatig alle BTW-nummers van de winkels in hun systeem invoeren om te kijken of deze winkel geregistreerd staat. Soms moet je ook je spullen laten zien: die zitten in de bagage, sukkel! Nog wat papieren tekenen en dan met je bonnetje naar het wisselkantoor waar je je geld op kunt halen. Uiteraard wel tegen een vergoeding en in Zuid-Afrikaanse Randen. Aangezien we komende zomer toch weer terug gaan is dat voor ons geen punt, maar anders moet je die Randen ook nog wisselen tegen iets waar je in je eigen land mee kunt betalen. Logisch, maar dan is je BTW-winst ter grootte van een Mugg&Bean dinertje al snel weer weggewisseld. De vluchten zelf gingen prima, de eerste was één van de beste en vloeiendste die we ooit hebben gehad. Na een korte tussenstop in Abu Dhabi landden we in Brussel en was ons avontuur over. In Brussel stond onze familie ons op te wachten en het was wel weer heel fijn om ze weer te zien, te knuffelen en te spreken. Uitgepraat raak je niet in een paar uur, maar daar hebben we voldoende tijd voor. Ons slakkenhuis wacht ondertussen met smart tot we in juli weer terug komen naar Zuid-Afrika.

Dag Afrika, tot snel!!! 



Zuid-Afrika deel VI (4-10 t/m 24-10)

Na onze afdaling van de Sanipas zijn we naar de zuidkant van de Drakensbergen gereden en hebben in de Champagne Vallei twee nachten op het terrein van Inkosana Lodge gekampeerd. Een mooie rustige plek met uitzicht op de Drakensbergen. Maaike merkte hier dat je ook op mooie, gemaaide grasvelden op moet letten waar je je voeten neerzet, toen ze twee centimeter van een pofadder bleek te staan. Het was een kleintje van zo’n veertig centimeter, maar die zijn het gevaarlijkste: de grote kunnen hun gif doseren, de kleintjes geven gewoon alles wat ze hebben. Geluk gehad in dit geval. Op de tweede dag kregen we aan het einde van de middag een berichtje dat de ouders en broer van Maaike waren gearriveerd bij de guestfarm waar zij zouden slapen de komende nachten. We zijn snel in de auto gesprongen en die kant op gereden. Stiekem is het toch wel heel erg leuk om ze, na bijna een jaar, weer te zien, te knuffelen en te spreken. Wie gaat er als eerste wat vertellen? Dan maar van alles door elkaar. We hebben gelukkig nog een week of drie de tijd …

De eerste paar dagen hebben we het rustig aan gedaan, met onder andere een korte wandeling door de Drakensbergen naar een waterval. Het was erg zonnig deze dag, dus Koen heeft gelijk een verbrande nek opgelopen, ondanks de diverse lagen zonnebrand die hij al gesmeerd had. De Afrikaanse zon is toch wat feller dan die in Europa. De volgende dag hebben we een roofvogelshow bekeken, dit is ideaal om in korte tijd veel verschillende vogels te zien. Ze lieten van alles vliegen: een visarend, zwarte adelaar (die spontaan niet meer terug wilde komen), verschillende valken en een uil. Zwarte wouwen waren er ook, maar niet omdat ze getraind waren. Tenminste, niet met als doel ze te laten zien bij de vliegshow, want ze hadden geleerd dat er op dit tijdstip van de dag, op deze plek eten te halen was. De middag hebben we doorgebracht in een reptielencentrum. Er waren niet alleen dieren uit Afrika, maar ook uit de rest van de wereld; een zooitje dus eigenlijk. Alle dieren mochten ook vastgehouden en geaaid worden, waar we niet zo van houden. Maar ja, dat stond niet op het bordje naast de deur. Als laatste hebben we nog een foto gemaakt van Koen met een grote python in zijn nek.

Voor deze dagen hadden we aan de eigenaar van de guestfarm gevraagd of wij onze auto naast het huisje van Maaike d’r ouders mochten parkeren en dat was geen probleem. Zo hoefden we niet elke keer op en neer te rijden en we konden ons eigen eten maken. We hebben onze ‘gasten’ zoveel mogelijk laten proeven van wat wij gegeten hebben het afgelopen jaar. Veel pastasalades dus en gooi-alle-restjes-groente-bij-elkaar-met-wat-vlees, rijst erbij koken en klaar is kees eh Eelke. En dat in allerlei varianten. Voor ons doen kon je het toch nog een beetje creatief noemen. Het was gelukkig wel altijd goed eetbaar.

Van de Champagne Vallei zijn we naar Scottburgh gereden. We hebben de route binnendoor genomen en hebben een tussenstop gemaakt bij het Ardmore Ceramic Centre. Hier worden wereldberoemde beelden gemaakt, kennelijk, wij kenden ze niet. Ze zullen vast niet ieders smaak zijn, maar bijzonder waren ze wel. Je mocht ook rondkijken in de ateliers waar het aardewerk in de goede vorm werd gemodelleerd en in een volgende fase werd beschilderd. Wat een engelengeduld hebben de schilders nodig zeg, het zijn niet voor niets allemaal vrouwen.

Langs deze route is ook een monument opgericht voor Nelson Mandela, op de plaats waar hij is gearresteerd en voor 27 jaar in de gevangenis verdween. Het was een erg mooi monument, waarin zijn gezicht van de zijkant was uitgebeeld met behulp van stalen profielen. Het is lastig uit te leggen, dus staat er een foto van in het fotoalbum. Het museum was wat te klein en daardoor niet heel erg overzichtelijk, maar ze waren druk bezig met een nieuw gebouw. Voor de volgende bezoekers is het zeker de moeite waard.

We gingen naar Scottburgh omdat Koen graag in een kooi naar de haaien wilde. Hij had dit vooraf geboekt en er kon nog twee man extra mee. Dus heeft Maaike de heren om zes uur de volgende ochtend naar het strand gebracht, waarvandaan ze vertrokken. In een grote rubberboot, Eelke was er jaloers op, met een grote kooi achterop zijn ze de oceaan op gegaan. Een paar kilometer verderop hebben ze instructies gekregen en is de kooi het water in gegaan. Koen mocht samen met twee anderen als eerste de kooi in. Hij heeft drie soorten haaien voorbij zien zwemmen, maar de enige naam die we onthouden hebben, is de zwartpunthaai. De kapitein heeft mooie foto’s gemaakt onder water van zowel de duikers als de haaien. Jan en Eelke hebben de haaien vanaf de boot gezien, niet dat ze niet durven, maar beiden zien zonder bril niks. Er kwam ook nog een enkele walvis voorbij en een groepje dolfijnen. Koen zijn missie was geslaagd! Maaike en Els hebben de rest van de dag aan moeten horen dat de heren al walvissen en dolfijnen hadden gezien en zij nog niet. Zij moeten nog even wachten, want voor Sint Lucia staat een walvissenexcursie op het programma.

Onderweg naar Sint Lucia hebben we een tussenstop gemaakt bij Shakaland: een voor toeristen gemaakt Zuludorp waarin de geschiedenis van de Zulu’s en voornamelijk van Koning Shaka Zulu wordt verteld. Dit dorp is gebruikt voor het maken van de film over Shaka Zulu. Ondanks dat het voor toeristen gemaakt is, was het niet heel erg overdreven gedaan. Er stonden diverse hutten en de gids vertelde wat over de opbouw van zo’n dorp, liet een aantal ambachten zien, liet het lokale bier proeven (een gegist prutje van maïsmeel) en we hebben de medicijnman mogen begroeten. Shaka Zulu is onder andere bekend/berucht geworden doordat hij de werpspeer die zijn vader altijd gebruikte heeft afgezworen en omgevormd naar een korte steekspeer. Hij heeft ook de aanvalstactiek bedacht die de Zulu’s hebben gebruikt om de Britten te verslaan in Rorke’s Drift. Daar hebben we vorig jaar een kijkje genomen op het slagveld. Op deze manier vallen er weer wat puzzelstukjes in elkaar; al met al is zo’n jaar reizen ook best leerzaam. Je krijgt van alles mee over de geschiedenis van deze landen en merkt weer dat de huidige grenzen in Afrika niet zoveel met de oude bevolking te maken hebben. De Zuid-Afrikanen vinden het meestal ook erg leuk om te vertellen dat een van hun voorouders een Nederlander, oftewel Boer of Voortrekker, was: “mijn opa is destijds (in zestienhonderdnogwat) uit Nederland hier naar toe gekomen”, zeggen ze dan. Maar goed, dit even terzijde.

Vanuit Sint Lucia hebben we de boottocht gedaan om walvissen te spotten en het is gelukt! We hebben ze gezien en goed ook! Helaas werd de tekst van de heren tegen Els en Maaike nu aangepast naar “wij hebben lekker al twee keer walvissen en dolfijnen gezien en jullie maar één keer”. We vonden een eindje bij de kust vandaan een moeder met een kalf, dat het leuk vond uit het water te springen. We hebben er een tijdje rondgedobberd en hebben verschillende keren naar hem (of haar) kunnen kijken. Na een tijdje alleen naar ruggen en pluimpjes water te hebben gekeken, vond de kapitein het tijd om een rondje te varen. Tussen enkele voor anker liggende schepen hebben we nog wat ruggen en fonteintjes gezien. Op de terugweg kwamen we echter nog een aantal walvissen tegen en één hiervan heeft ons getrakteerd op een aantal sprongen. Wauw, dat is echt bijzonder om te zien. Na de sprongen werden er nog wat rondjes gedraaid en met vinnen gewapperd. Hierdoor hadden we ook een goed zicht op de buik van de walvis. En wat zijn die dieren toch groot… Als laatste zagen we in de havenmond nog een stuk of wat spitssnuitdolfijnen. Een bijzondere ervaring! Jan, Els en Koen hebben ’s middags nog een tochtje met de boot over het estuarium bij Sint Lucia gemaakt, waar ze krokodillen, nijlpaarden en verschillende vogels hebben gezien. Alle soorten noteren ze keurig, ze lijken ons wel.

Ondanks dat we al heel wat dieren hebben gezien, waren we er nog niet klaar mee en Jan Els en Koen hebben we vooraf heel veel dieren beloofd, dus op naar Hluhluwe-Imfolozi. Hier hebben we in november vorig jaar veel dieren gezien en het is rustiger dan Kruger. We hebben nu drie nachten in het park geslapen en verschillende gamedrives gedaan. Hluhluwe-Imfolozi staat bekend om zijn reddingsoperaties van zowel de witte als de zwarte neushoorn en dat hebben we geweten: de eerste volledige dag in het park bracht ons 46 neushoorns, waarvan in ieder geval één zwarte. De ene keer stonden ze een paar honderd meter verderop op een helling, de andere keer stonden ze direct naast de weg te grazen. Dat ons bezoek nog moest wennen aan dieren spotten bleek die dag wel, want we werden op de zwarte neushoorn gewezen door de chauffeuse van een gamedriveauto. Ze bleek de kapitein van de boot te zijn van een paar dagen eerder in Sint Lucia. De neushoorn stond midden op een uitgestrekt grasveld en de heren links in de auto hadden ‘m volledig gemist. Misschien was het ook niet zo handig dat wij allebei rechts keken …

Een andere mooie ervaring was die dag ook een kleine kudde olifanten van zes dieren, waar drie kleintjes bij zaten. Een van de kleintjes was nog zo klein dat ie onder zijn moeder door kon lopen. En laten ze nou net een meter of wat voor de auto van Jan, Els en Koen de weg over steken. Op de terugweg naar de lodge riep Els ineens  “ho stop, leeuwen, leeuwen”. En ja hoor, twee vrouwtjes liepen langs de kant van de weg en daar kwamen nog twee vrouwtjes bij. Het was deze dag niet warm, wat waarschijnlijk de reden was dat ze op dit tijdstip al aan de wandel waren. Uiteindelijk verdwenen ze voor ons achter de heuvel, maar een stukje verder op de weg konden we ze nog wel zien. Toen ze ook daar weer uit het zicht verdwenen, zijn we doorgereden. We hebben echt leeuwen gezien, geen twijfel over mogelijk.

Dat was tijdens onze georganiseerde avondgamedrive de eerste dag wel anders. De gids wees ons op een leeuw ergens tussen de struiken. Na een hele tijd turen door de verrekijker, vonden we een licht gele vlek die zou kunnen duiden op een leeuw. Uiteindelijk hebben we het hier maar bij gelaten, want er was echt niks van te maken. En de leeuwen waren duidelijk niet van plan zich te verplaatsen, dus ja, we hebben leeuwen gezien, maar of dit nou echt meetelde voor de ‘Big Five op één dag’: wij vonden van niet. Verder hebben we nog verschillende genetkatten gezien en zijn we door een grote kudde buffels gereden. De buffels hadden het zichzelf gemakkelijk gemaakt op en naast de weg. Als uitsmijter reden we nog langs vier grazende neushoorns, op een meter of twee van de weg.

De derde dag vonden we tijdens een ochtendgamedrive nog een nyalaman en een nyalavrouw met een kleintje. Dit kleintje was maar een paar uur oud en zwabberde nog op zijn poten. Moeders was het nog aan alle kanten aan het poetsen. Ook dit zijn wel weer bijzondere momenten.

Die avond vonden we een mannetjesleeuw op ongeveer dezelfde plek als ‘de leeuw die er wel was, maar niet zichtbaar’. We ontdekten hem omdat hij aan het brullen was. Na goed zoeken konden we hem ook een beetje zien tussen alle struiken door. Een mooie plek voor de leeuwen, maar minder handig voor ons. Ach ja dat blijft hier toch het risico van het vak.

Na drie nachten Hluhluwe zijn we doorgereden naar Swaziland voor twee nachten in het Mlilwane National Park. Jan, Els en Koen sliepen in een bijenkorfhut en wij op de camping met heel mooi uitzicht op de vlaktes van het park. Er struinde nog een kudde wildebeesten en blesbokken rond. Met dit uitzicht op de achtergrond hebben we met zijn allen gegeten. De tweede dag werd voor ons een beetje luie dag: lezen, foto’s uitzoeken, wat e-mails schrijven, enz. We wilden ook nog wat kleding wassen, maar helaas hebben we sinds Scottburgh last van bewolkte, regenachtige dagen, dus de was droogt niet meer. De tweede avond hebben we ook een gigantische onweersbui op ons dak gehad. Helaas werden we er toen weer minder subtiel aan herinnerd dat onze auto toch niet helemaal ‘waterproof’ is: door verschillende kieren en gaten kwam het water naar binnen. Door de ene kier met kleine druppels, door het andere gat met stroompjes. We konden het met handdoeken net bijhouden met droog maken. Een voordeel: je auto wordt er wel schoner van … De temperatuur is met ongeveer 22 graden wel oke, maar een beetje zon zou wel weer lekker zijn. Dan kan ook de auto weer goed drogen. Hopelijk komt die de volgende dagen in het Kruger National Park.

Want ook al zijn we vorig jaar ook in het Krugerpark geweest, het is een prima plek om naar terug te gaan. Daarnaast mogen echte toeristen als Jan, Els en Koen natuurlijk niet naar huis als ze hier niet zijn geweest. We hadden een nacht Pretoriuskop en twee nachten Skukuza geboekt. De eerste middag in het park zagen we meer neushoorns dan olifanten, wat later nog wel vaker voor blijkt te komen. Ook hebben we onze hyena-bezichtigingen ruimschoots aan kunnen vullen. Eerst een groepje van vier jonge hyena’s die lekker lagen te luieren in het gras en een eindje verderop nog twee jonge dieren. Een hiervan was erg nieuwsgierig naar de grote-mensen-wereld: hij was op weg naar de weg en bleef vlak naast de auto van Jan, Els en Koen staan. Omhoogkijkend alsof ie zich afvroeg ‘wat is dit nou weer/kan ik het eten/kan ik er mee spelen?’. Hij heeft een rondje om de auto heen gelopen, met zijn voorpoten tegen de bumper gestaan en daarna weer aan de zijkant staan staren. Wij reden er achter en konden goed zien wat er gebeurde, dat was heel grappig.

Op deze vreselijke wasbord weg kregen Jan, Els en Koen ook hun eerste ‘olifant uit de bosjes’ ervaring: een jong mannetje kwam wapperend met z’n oren en slurf uit de struiken aangerend en bleef even op de weg staan klooien. Wij waren er net voorbij, maar de andere drie durfden het niet aan. En ze hebben groot gelijk, want de olifant is namelijk een van de gevaarlijkste dieren voor toeristen: als ze kwaad willen, ben je er ook in je auto niet veilig voor. Maar dit ventje liep alleen een beetje te puberen, dus het viel allemaal wel mee. Een andere ervaring, die wij ook al vaker hebben gehad, is met diverse auto’s ‘racen’ om voor sluitingstijd bij het hek van de lodge/camping te zijn. Dat lukte ook nu weer net. Helaas moesten we toen nog een half uur in de rij staan voordat we in konden checken: er waren meer mensen op dit idee gekomen.

De dag erna richting Skukuza. Wat wij meestal doen, is een blik werpen op het sightingsbord om te kijken op welke plaatsen welke dieren zijn gespot. Kruger heeft een mooi systeem, waarop je zowel de dieren van die dag zelf als die van de dag ervoor kan zien. Vervolgens bedenken we een route. We waren nu eigenwijs en wilden langs de rivier rijden over een onverharde weg, ondanks dat de meeste dieren langs de asfaltweg waren gezien. De route langs de rivier was heel mooi, maar we hebben heel weinig dieren gezien. Gelukkig waarderen Jan, Els en Koen het ook als je een schildpad of kameleon op de weg ziet lopen. Bij Skukuza bleek dat er langs de asfaltweg weer van alles was gezien. Wat hebben we geleerd … Dus aan het einde van de middag en de volgende ochtenden hebben we alleen het stuk over de asfaltweg op en neer gereden. En inderdaad, als je katten wilt zien is dit de beste plek. In de middag zagen we nog twee hyena’s voorbij stiefelen. De volgende ochtend vroeg, om 5.30 uur (Koen had besloten nog even op bed te blijven liggen), zagen we vlakbij de brug auto’s allemaal rondjes draaien en zoeken. Navraag leerde al snel waar ze naar zochten: iemand had een luipaard ergens aan de rechterkant van de weg gezien. Aangezien wij ‘m ook wilden zien, zijn we mee gaan zoeken en hij stak ineens een eindje achter de auto de weg over. Snel omgedraaid en weer gaan zoeken. Geen luipaard, wel vier kudu’s. Maar dat klinkt als een maaltijd, dus het luipaard kan nooit ver weg zijn. Een maaltijd is het niet geworden, maar we zagen wel de kudu’s gealarmeerd wegrennen met daarachter een lichtgele schim met zwarte vlekken. De dieren staken de weg weer over en daarna hebben we het luipaard nog een paar seconden goed kunnen zien. Daarna verdween alles weer in de bosjes en was de voorstelling over.Een stukje terug lagen nog twee leeuwinnen onderaan bij de rivier. En toen moesten we Koen het slechte nieuws vertellen, namelijk dat wij een luipaard hebben gezien.

De dag dat we Kruger hebben verlaten zijn we wel weer langs hetzelfde stuk asfaltweg gereden en daar lagen twaalf wilde honden. Hoe maak je Maaike gelukkig? Nou, zo dus. We hoorden het van andere bezoekers die ons tegemoet kwamen: “je ziet het wel aan de auto’s”. We zijn vervolgens door Kruger naar een lodge in een privaat reservaat gereden, waar we ’s middags ook weer een gamedrive zouden doen. Volgens de routebeschrijving die Jan, Els en Koen van het reisbureau hadden gekregen zou dat 130 km rijden zijn. Alleen naar de gate van Kruger was het al 140 km en daarna kwamen er nog 60 bij.  In plaats van onze gewone gamedrivesnelheid van 20 km/u hebben we ons in Kruger dus aan de maximumsnelheid gehouden, nl 50 km/u, echt harder is ook niet verantwoord. Daardoor  hadden we niet echt veel tijd meer om te stoppen voor dieren.

De middag brachten we door bij de Ngama lodge, waarvandaan een gamedrive werd georganiseerd in het naastgelegen privépark, waar de Big 5 aanwezig is. Je kon hier goed het verschil merken tussen een privépark en een overheidspark: als de gebaande paden niet voldoende zijn maak je zelf nieuwe wegen en we weten nu ook waarom een lierbumper in het Zuid-Afrikaans een bosbreker heet. De dieren waren zo gewend aan deze auto’s dat ze tot op 1-2 meter de auto naderden. Dat gold niet alleen voor onschuldige bokkies, maar ook voor de olifanten en neushoorns. Zo dichtbij hebben we ze nog niet eerder gezien: we konden ze bijna aaien. En de chauffeur dacht na: hij probeerde de auto elke keer zo te parkeren dat je goede foto’s kon maken. Met als resultaat dat iedereen weer veel te veel foto’s heeft gemaakt. Het voordeel was nu wel dat je niet in hoefde te zoomen. Een klein minpuntje was dat de chauffeur dacht wel door een diepe modderplas te kunnen rijden, maar de auto dacht daar anders over. De linkervoorkant zakte diep weg in de modder en alleen door veel gas te geven in zijn achteruit kwam hij er weer uit. Maar jullie snappen wel wat er gebeurde: veel gas geven in een diepe modderplas in een open auto, goed zo, iedereen zat dus onder de modder. Minder fijn. In het laatste half uurtje hebben we een luipaard achterna gezeten in de bosjes. Zoals gezegd maken ze hier een eigen weg en rijden dwars door de bosjes heen. Het spottersstoeltje voor op de auto hebben we nog nergens gebruikt zien worden, maar hier wel: dan kan de spotter namelijk met een snoeischaar de struiken voor de auto wegknippen. Wat we hier van vinden weten we niet zo goed, de eerste tien meter is grappig, maar daarna was iedereen wel klaar met het ontwijken van de acaciadoorns en andere takken. Het was nu ook duidelijk waarom de safariauto’s in dit park geen dak hadden. Overigens was er in het bos weinig zichtbare schade van dit soort rijgedrag. Het luipaard heeft zich niet meer laten zien.

Terug bij de lodge werden we ontvangen in een ‘boma’: een afgezette ruimte in de buitenlucht met allemaal olielampjes als verlichting. In het midden een kampvuur met daaromheen gedekte tafels. En het eten was lekker!! Zo lekker hadden we al een tijd niet meer gegeten, mmmmm. Helaas wen je ook al snel aan minder eten dus twee keer opscheppen zit er niet meer echt in. Maar we hebben genoten.

De laatste paar dagen die we gezamenlijk te besteden hadden, hebben we doorgebracht in de omgeving van Blyde River Canyon en de Panoramaroute. We zijn bij Bourke’s Luck Potholes geweest, wat uitzichtpunten bewonderd (zover dit mogelijk was met de laaghangende bewolking) en zijn bij verschillende watervallen wezen kijken. Ook hebben we een bezoekje gebracht aan Pilgrim’s Rest: een oud goudzoekersdorp. Het oorspronkelijke dorp is gerenoveerd nadat alle goudzoekers het dorp hadden verlaten. Zo krijg je nog een redelijk goed beeld van hoe de mensen daar geleefd hebben en met welke ontberingen ze te maken hadden.

De laatste dag met zijn allen hebben we luierend in de mooie, groene, bloemrijke tuin van Idle & Wild doorgebracht. Nog wat foto’s uitgewisseld, rustig gelezen, enzovoort. Ook hier mochten we onze auto weer naast de lodges parkeren, de eigenaren waren er toch niet. Geen gedoe met op en neer rijden. En aan alle goede dingen komt een einde dus hebben we helaas weer afscheid genomen van Jan, Els en Koen. Het afscheid was nu minder moeilijk dan een jaar geleden op het vliegveld, want onze reis zit er bijna op. Dat betekent dat we elkaar over twee weken alweer zien in Nederland. Deze laatste twee weken gebruiken we om nog een keertje naar Kruger te gaan om het af te leren en verder willen we de auto helemaal schoonmaken en alle spullen uitzoeken. We hebben besloten onze slak te stallen in de buurt van Johannesburg en nog even niet mee terug te nemen. Dan kunnen we komende zomer weer terug naar Zuid-Afrika of een van de omliggende landen. Zoals iemand een tijdje geleden al tegen ons zei: we gaan tijdelijk terug naar Nederland.

 



 Zuid-Afrika deel V (25-9 t/m 4-10)

De grensovergang van Namibië naar Zuid-Afrika was weer een van de snellere overgangen. Stempel paspoort Namibië uit, niks aan te geven, maar we hebben wel geprobeerd de BTW van de twee nieuwe banden terug te krijgen. Als we ze als reserveband hadden gemonteerd dan kon dat wel, maar nu zijn het de voorbanden en dan mag het niet. Jaja je kunt maar strikt aan de definitie houden… Als we dat hadden geweten, hadden we ze er weer even vanaf gehaald en netjes schoon gemaakt. Zuid-Afrika was met name wat stempelwerk: eerst ons paspoort, toen de gatepass, langs customs, naar de politie nog een stempel op onze gatepass, dan een voertuigcontrole (even snel naar binnen kijken) en dan bij de gate je gestempelde gatepass weer inleveren. Weinig moeite dus.

De eerste nacht hebben we in Upington doorgebracht, dat was het meest praktische om wat boodschappen te doen. De vrouw van de douane had al gezegd dat we geluk hadden, want dit weekend vond het jaarlijkse ‘Kalahari Kuierfees’ plaats ... naast de camping waar we stonden. We hebben een dergelijk evenement op onze reis nog niet gezien, dus we wilden er wel even een rondje lopen. Aangezien we geen idee hadden wat voor volk er zou lopen, hebben we een paar centen in onze zak gestopt voor wat drinken ofzo. Alleen kwamen we er bij de ingang achter dat er toegang gevraagd werd en die paar centen die we bij ons hadden was R20,- (ongeveer € 1,50) te weinig. Wat moeten we daar weer mee, teruglopen hadden we geen zin in omdat dat drie kwartier heen en weer zou zijn en we hadden echt niks anders bij ons. Al snel bood de man bij de kassa aan om die R20,- zelf bij te betalen. Bedankt!! Zo konden we toch nog genieten van een mix van een festival met alle bijbehorende eet- en kledingkraampjes en een kermis. Dit alles met Zuid-Afrikaanse artiesten op de achtergrond. Waarschijnlijk is dit het jaarlijkse uitje voor vele blanke mensen in de regio; de donkere mensen die aanwezig waren bemanden of een kraampje of voerden onderhoud uit aan de kermisattracties.

Vanuit Upington zijn we naar het Kgalagadi NP gereden. We hadden twee nachten geboekt, de rest was helaas al vol. Maar eigenwijs als we zijn, zijn we er toch een dag eerder al naar toe gereden. Als ze geen plek hadden, konden we ook vijf kilometer voor de gate nog naar een camping. En we hadden geluk: er viel net een kampeerplek vrij in het systeem. Dus we hebben toch nog drie nachten bij Twee Rivieren geslapen. Op de camping waren best meer plekken vrij, maar dat zijn allemaal mensen die niet op komen dagen. Dat is een serieus probleem in de parken in Zuid-Afrika. Goed, ze hebben betaald, dus de parken lopen geen geld mis, maar de plekken hadden beter naar iemand kunnen gaan die wel graag wil blijven slapen.

Het landschap in het Kgalagadipark is wat anders dan dat van de Kalahari wat we in Botswana hebben gezien. Het zand is hier rood en er zijn duinen, al zijn ze niet zo hoog als in de Sossusvlei. Verder groeien er wat struikjes en verspreid wat bomen. Door het park heen lopen twee rivierbeddingen: de Auob en de Nossob en daar zijn de meeste dieren te vinden. Op dit moment staan ze echter droog, maar is er wel een aantal waterpoelen waar kunstmatig water in gepompt wordt.

We hebben diverse stukken gereden, maar het nadeel van de locatie Twee Rivieren is dat het park daar in een punt loopt, want de Auob en de Nossob komen hier bij elkaar. Je kunt kiezen uit twee wegen, die parallel lopen aan de beddingen: een richting het noordoosten en een richting het noordwesten. Er zijn geen zijwegen, op twee na die de ene met de andere weg verbinden. Andere routes het park in zijn te lang voor een dagtocht en de andere kampen waren helaas volgeboekt, dus tja, dan moeten we toch echt een keer terug.

Grote kuddes dieren zoals we die in Etosha zagen, zijn hier niet. De oryxen, springbokken en wildebeesten leven in kleinere groepen verspreid door het park, maar van deze groepen zijn we er dan wel veel tegengekomen. Het park staat verder bekend om zijn grote aantal, redelijk makkelijk zichtbare katten: luipaarden, leeuwen, cheetah’s en de Afrikaanse wilde kat. We verwachtten hier veel van, zeker omdat we vorig jaar in het Krugerpark voor het eerst en laatst cheetah’s hebben gezien. Van deze soorten in het park hebben we echter alleen leeuwen gezien. Wel verschillende keren, dus de luipaard-leeuw stand is momenteel 9-16. De mannetjes in dit park hebben zwarte manen, in tegenstelling tot de blonde die je in de rest van Afrika tegenkomt.

We hebben een keer of drie dezelfde mannetjesleeuw gezien, die in z’n eentje door de vallei struinde en verder twee keer leeuwen op de top van een duin zien liggen. De zon was er toen net achter verdwenen en dan zie je eigenlijk alleen maar de silhouetten, wat er heel bijzonder uitziet. Eén van die keren was tijdens een avondgamedrive, waarbij twee mannetjes (broers) op de rand lagen. De vrouwtjes hadden we de weg al zien oversteken en we hebben de dieren een tijdje kunnen volgen. Ze hadden kennelijk een prooi gezien aan de andere kant van de vallei en we zagen ze zich klaarmaken voor de jacht. Een vrouwtje liep een eind naar links, eentje bleef in het midden en het derde vrouwtje helemaal naar rechts. De mannetjes waren inmiddels van hun duin afgekomen en hadden waarschijnlijk de taak de dieren aan de andere kant van de duin op te jagen. Vlak voor de jacht daadwerkelijk begon, liet een derde mannetje echter luid brullend weten dat hij het gebied en de vrouwtjes van deze twee broers wel wilde hebben. Beide mannetjes reageerden direct, draaiden zich om en begonnen richting het gebrul van die andere leeuw te draven. Onze gamedrive auto reed ongeveer 25 kilometer per uur en de chauffeur moest nog zijn best doen om ze bij te houden. En dat terwijl de heren met de wapperende manen nog niet eens sprintten. Ondertussen lieten de beide heren ook nog even weten dat ze het niet met de indringer eens waren door flink terug te brullen. Het Kgalagadi is echter een nationaal park en daar mag de chauffeur niet van de paden af. We zijn de leeuwen dan ook redelijk snel uit het oog verloren. Hierna hebben we verder nog wel springhazen en grootoorvossen gezien.

De volgende dag hebben we ook dieren gezien waar we al heel lang op hoopten: stokstaartjes!!!! Eindelijk hebben we weer stokstaartjes gezien. We hadden ze vorig jaar in Addo NP een keer ver weg gezien, maar deze morgen twee keer vlak achter elkaar en dit keer hebben we leuke foto’s van ze kunnen maken. In elke documentaire over dieren in Afrika komen ze voor, maar dat het nog zo’n sport zou worden om die diertjes te zien, hadden we van te voren niet gedacht. Daarnaast hebben we nog een tijdje staan kijken hoe een jakhals zijn eten (een mol of rat) aan het uitgraven was. Uiteindelijk lukte het hem en met drie keer slikken was het hele beest (toch zeker zo’n 20 cm lang en 8 cm dik) op. In het park leven verder nog heel veel muisjes en ander klein spul. De lekkerste kaas tussen de gaten zou jaloers zijn op de hoeveelheid holen in de grond. Het was ook terug te zien in het grote aantal roofvogels dat in het park leeft. Zoveel goshakws hadden we al een tijd niet meer bij elkaar gezien.

Uiteraard is er altijd baas boven baas: op een van de middagen kwam onze campingbuurman vragen hoe onze dag was. Eigenlijk kon je toen al aan hem zien dat hij graag zijn eigen verhaal wilde vertellen. Zijn vrouw en hij hadden namelijk driedubbel geluk: ten eerste zagen ze een cheetah een springbok te grazen nemen, ten tweede ging ze deze vlak voor hun auto opeten en ten derde deed ze dat in gezelschap van haar vier jongen!!! Nee we wilden de foto’s liever niet zien… Gelukkig had de man wel door hoeveel geluk ze hebben gehad, dit in tegenstelling tot menig Amerikaan of Japanner die de gids nog even vragen om een luipaardkill over te laten doen omdat het niet mooi op de foto staat..

Al met al waren het weer goedgeslaagde dagen en het is een park waar we zeker naar terug willen. Hopelijk lukt het om dan nog wat andere campsites te boeken, want we hebben nu maar een heel klein stukje van het park gezien. Wellicht zien we dan wel een cheetah, luipaard of wilde kat. Je weet het nooit.

Vanuit de Kgalagadi kan je in Zuid-Afrika maar één kant op en dat is terug naar Upington. Boodschappen, geld en diesel moesten we weer aanvullen en we konden er gelijk de site updaten. Van daaruit rijden we naar de Drakensbergen aan andere kant van Zuid-Afrika via Kimberley, Bloemfontein en door Lesotho naar de Sani Pas. We hebben gelezen dat er op de pas binnenkort asfalt komt en willen deze pas graag nog in de oude staat oversteken.

In Kimberley is het gelukt Jan en Margriet (www.deeindervoorbij.nl) te ontmoeten. Voordat we vorig jaar vertrokken, hebben we een aantal maal contact met ze gehad, maar we hadden ze nog niet gezien. In Kenia hebben we ze net gemist toen ze op een camping kwamen waar wij net ’s ochtends vertrokken waren en hier in Zuid-Afrika dachten we ook langs elkaar heen te rijden. We bleken echter op dezelfde dag in dezelfde plaats te slapen en dan is de camping op elkaar afstemmen nog maar een kleine moeite. Het was erg gezellig om elkaar alsnog te ontmoeten en de ervaringen van bijna een jaar reizen uit te wisselen.

Wanneer je in Kimberley bent moet je ook naar de ‘Big Hole’: dit is het grootste door mensen gegraven gat ter wereld. Kimberley is een van de eerste plaatsen waar diamanten gevonden zijn en het gat is een grote openlucht mijn. Eerst werd er met mankracht gegraven en later ook met machines. Daarna werd er ook een ondergronds gangenstelsel aangelegd. De activiteiten in de diamantmijn kwamen stil te liggen ten tijde van de eerste wereldoorlog en tegen de tijd dat de diamantzoekers terugkwamen in 1918 was het gangenstelsel volgelopen met grondwater. Het zou meer kosten om het droog te pompen, dan dat de diamanten op zouden leveren dus werd de mijn gesloten. De expositie is ruim opgezet, beginnend met een film over de historie en uitleg bij de ‘Big Hole’. Verder is er nog een grote expositieruimte over de diamantindustrie, een stukje mijngang en een kluis waar echte diamanten zijn te bewonderen. Dit alles ligt in een nagebouwde stad, zoals Kimberley er vroeger bij lag, inclusief bijbehorende winkels, een bankgebouw, een kegelbaan, een gasthuis, enz. Om alles goed te bekijken hadden we eigenlijk te weinig tijd, want we wilden die nacht ergens langs de grens met Lesotho slapen.

Na een nachtje in Ficksburg zijn we door Lesotho richting de Sani Pas gereden. Volgens de legende/traditie/iets hoor je deze vanaf Zuid-Afrika te rijden, maar dat kwam voor ons minder handig uit. Voor de Sani kom je echter nog een paar andere passen tegen en de eerste is de Motengpas: 2820 meter hoog. Je stijgt hier 900 meter aan één stuk met hellingen van ongeveer 25% en dat was een aardige klim voor onze auto. Bovenop gekomen hebben we het uitzicht bewonderd en we wilden weer doorrijden. Alleen bleef na het starten het lampje van de olie branden, dus dat beloofde weinig goeds. Eerst maar het oliepeil gecheckt en dat bleek erg laag te zijn: er zat nog geen druppel aan de peilstok. We weten dat de auto bij zware inspanning zijn dieseldieet aanvult met olie, maar dat het zo erg was hadden we niet verwacht. Nadat we anderhalve liter olie hadden bijgevuld, bleef het lampje nog steeds branden en aan het geluid van de motor konden we horen dat de olie niet rondgepompt werd en dus echt zonder smering werkte. Wat nu, want zo draai je binnen een paar minuten de motor aan barrels. In de tussentijd was er iemand gestopt en die zei dat door de steile helling en het harde werken van de auto, de olie te dun was geworden. Daardoor lukt het de pomp niet meer de olie door de motor te pompen. Het bleek een bekend probleem op deze pas en wachten en af laten koelen was voorlopig de remedie. Na drie kwartier wachten ging het lampje nog steeds niet uit en na vijf kwartier ook niet, de motor inclusief het oliecarter was inmiddels lauw. Zou dan toch de oliepomp kapot zijn? Wij hadden het inmiddels aardig koud gekregen, want zo warm was het niet boven op de berg. Toch nog maar eens aan een passerende buschauffeur hulp gevraagd. Hij kwam met hetzelfde antwoord als de eerste man en wilde wel even kijken. Hij vond het oliepeil nog te laag (stond nog niet op de maximale hoeveelheid) en heeft er nog meer olie bijgedaan. Na de motor even te hebben laten lopen, hoorden we aan het motorgeluid dat de smering weer op gang kwam en ging ook het lampje uit. Gelukkig, we kunnen weer op pad! De buschauffeur wilde voor de motorolie niks hebben en vond het voldoende dat ie bij ons zijn handen kon wassen.

Doordat we ruim anderhalf uur op de pas hebben doorgebracht, zijn we die avond bij het AfriSkiresort blijven steken voor de nacht. Er was geen sneeuw, maar wel hagel. Warm was het er ook niet. We mochten niet kamperen en omdat het inmiddels donker begon te worden, hebben we een kamer in het backpackersdeel geboekt met het idee om gewoon in de auto te slapen. Er bleken echter problemen te zijn met de wateraansluiting en we kregen een betere kamer als opwaardering. Daar deed het water het wel en stond ook een kacheltje. Het hagelde nog steeds en we hebben toch maar niet in de auto geslapen. De volgende ochtend bleek dat het ’s nachts gevroren had en het ijs zat op de auto. Hebben we onze ijskrabber toch niet voor niets bij ons!

We hebben onze weg ’s ochtends vervolgd naar de Sani pas. De locals zeiden dat we er ongeveer drie uur over zouden doen. Zoals we al vaker hadden geconstateerd moeten we dit soort tijden keer twee doen om een reëel beeld te hebben van onze reistijd. We vertrokken rond een uur of acht en waren er inderdaad om twee uur. Zoals we vooraf gelezen hadden, vonden op het hele stuk tot aan de pas wegwerkzaamheden plaats. Tot Mokhotlong door lokale of Zuid-Afrikaanse mensen, na Mokhotlong door Chinezen. Dat verschil was met name te zien in het materieel dat werd gebruikt en de Chinese voormannen die vanuit de cabines van de vrachtauto’s leiding gaven. Lagen te pitten dus. Het gedeelte aan de Zuid-Afrikaanse kant zou ook geasfalteerd moeten gaan worden, maar gezien het verloop van de weg moet daar een halve berg worden opgeblazen voordat daar plaats voor is. Het Zuid-Afrikaanse 4x4 tijdschrift Wegry beschrijft het als volgt:

“Lesotho is ernstig aan die werk aan die pad van Sani af tot by Mokhotlong. Die bou van die pad is blykbaar aan ’n Chinese maatskappy toegeken en elke 5 km kry jy ’n Chinese ou met ’n Hino-lorrie en ’n span Lesotho-manne wat aan die bou en breek is. Hier is letterlik heelpad sulke spanne aan die werk. Dit lyk na ’n erge deurmekaarspul, maar hier is al groot vordering gemaak en plek-plek lyk die grondpad soos ’n aanloopbaan, glad en breed.“  

Om twee uur stonden we bovenaan de Sani pas, op zoek naar de Lesoothse ‘immigration’. Het zal toch niet dat bijna ingestorte huisje met afgebladderde verf zijn dat daar staat? Wel dus. Het was de meest vervallen grensovergang die we hebben gehad. Daarna kwam het interessantste stuk: de afdaling! Haarspeldbochten die elkaar elke dertig meter opvolgden, een hellingspercentage tussen de 20 en 25% en verharding die bestond uit vochtige klei met hier en daar een steen er tussen. Met name het eerste stuk is erg spannend en we hebben de lage gearing maar weer eens gebruikt. Naar boven rijden is dan toch makkelijker, want dan is de kracht van de auto een stuk beter te doseren. Maar het uitzicht was bijzonder mooi: aan twee kanten berghellingen, aan de linkerkant groen met bovenaan klifrotsen, aan de rechterkant oranjegekleurde hellingen zonder kliffen. Onderin in het midden stroomde uiteraard een riviertje, dat ontstaat uit kleine, soms bevroren, stroompjes aan weerszijden van de kloof. We zijn blij dat we de pas deze middag nog gereden hebben, want dezelfde avond en volgende ochtend heeft het er gesneeuwd. Dan is het pad naar beneden helemaal niet te doen en kan je zo maar een paar dagen bovenop vast zitten.

Vanaf de Sani zijn we richting de Champagne Vallei in de Drakensbergen gereden, waar we Jan, Els en Koen zullen zien. Na een paar keer skypen in de voorbije maanden, zien we ze na bijna een jaar weer in levende lijve. We zullen drie weken met ze door het oosten van Zuid-Afrika rijden, zodat ze een beetje een idee kunnen krijgen van wat we zoal het afgelopen jaar hebben gedaan.


Zuid-Afrika deel IV (28-11 t/m 14-12)

Aangezien we hierna naar Zimbabwe gaan lijkt het ons verstandig om nu nog wat klein onderhoud aan de auto te doen. Zo proberen we een aantal kieren dicht te plakken om het stof buiten te  houden, hebben we nog wat vet gesmeerd op de kruiskoppelingen en de vering en de auto schoongemaakt. Ook wachten we hier op het pakketje waarin de nieuwe schokbrekers zitten. Bij de Iveco-dealer hebben we twee spoorstangkogels van de linker voorveren laten vervangen waarvan de stofhoezen gescheurd waren. Dat is nu nog geen probleem, maar doordat er nu stof en zand in komt wordt het op de wat langere termijn wel. We hebben in Nelspruit ook de ‘noodvoorraad’ eten aangevuld en nieuwe schoenen voor Maaike gevonden.

Hiervandaan hebben we ook voor het eerst geskypt (schrijf je dat zo?). De verbinding was niet al te best dus al wandelend over de camping vonden we een plek waar het wat beter ging. De videoverbinding bleef wel iets te veel gevraagd. En wat moet je niet doen op een camping in Afrika? Bij je auto weglopen en alle deuren open laten staan, dan krijg je vanzelf een apenkermis. Volgens ons hebben de schuldigen, met signalement grijskleurige vacht, zwarte gezichten en de mannen zijn te herkennen aan hun blauwe ballen, drie dagen buikpijn gehad van ons eten. Ze hebben namelijk een heel brood, een hele doos koekjes, twee bananen en een met spinazie en feta gevuld brood opgegeten. Blijkbaar waren er ook kleintjes bij, want de korstjes hebben ze laten liggen. Meestal jatten ze het en gaan er dan snel vandoor, maar omdat er nog overal verpakkingsmateriaal en niet-opgegeten-korstjes in de auto lagen hebben we geconcludeerd dat ze op hun gemak hebben kunnen lunchen.

Nelspruit zelf vonden we niet zo heel bijzonder. Het is wel een praktische plaats om nog wat dingen te regelen of te kopen als dat nodig is. Ze hebben in de SuperSpar zelfs een paar verschillende soorten Vencodrop, AH suikervrije drop, Wilhelminapepermunt, Unox knakworsten en cafeïnevrij Senseopads liggen. Blijkbaar komen hier nog wel eens wat Nederlanders.

Maar goed, omdat het pakketje wat langer op zich laat wachten dan we hadden gehoopt (al is dat in Afrika niet geheel onverwacht) zijn we ondertussen een paar dagen naar Kruger NP geweest (de foto’s hebben jullie inmiddels al kunnen zien). En daar hebben we ons eerste luipaard gezien!!!!  Zelf gespot en zonder dertig andere auto’s erbij! Later op de ochtend lagen er nog twee cheetah’s onder een boom (gespot door iemand anders, als er auto’s ergens stilstaan moet je zelf nooit zomaar doorrijden). Ook die grote katten zien er lief uit als ze een beetje op hun rug liggen te rollen en met hun staart vliegen weg slaan. ’s Middags zagen we ze weer, maar toen waren ze wat actiever. Ze liepen elke keer een stukje, zochten een wat hoger punt (termietenheuvel, boomstam, steen), gingen daar vandaan rond kijken en liepen dan weer een stukje verder. Verderop stonden zes giraffen die uiteindelijk ook de cheetah’s gespot hadden. Je zag ze steeds dichter bij elkaar kruipen met de kleine er tussenin. De cheetah’s hebben geen echte aanval gedaan, maar waren voldoende bedreigend om zowel de giraffen als een aantal zwijnen die er liepen een sprintje te laten trekken en een stofwolk te laten creëren. Daarna verdwenen de cheetah’s voor ons achter de heuvel en konden we ze helaas niet meer zien.

De volgende ochtend hebben we nog eens twee paar cheetah’s gezien: lopend over de weg voor de auto uit. Mogelijk op zoek naar een plek om de dag door te brengen. Omdat er een aantal kilometers tussen deze cheetahs en die van de dag ervoor zat, gaan we er vanuit dat het om andere ging. Verder met name nog wat kleinere dieren gezien: suni’s, drie klipspringers op de rots in de zon en een  reedbuck.

Gelukkig viel het met de grote hordes toeristen nog wel mee, aan het einde van deze week begint hier de zomervakantie en moet het wel erg druk worden. We hebben hier ook lange tijden kunnen rijden zonder een andere auto tegen te komen. In het zuiden zitten meer dieren en daar was het wel drukker dan meer naar het midden. Omdat we liever een enkel luipaard zien met weinig auto’s dan dat we een paar luipaarden moeten delen met veel toeristen, hebben we het zuiden snel gelaten voor wat het was. Misschien hebben we daarom deze keer geen leeuwen gezien in Kruger, maar dat is niet zo’n probleem. Het park heeft ook weer andere landschappen dan de parken die we tot nu toe hebben gezien. 

Terug in Nelspruit is er uiteraard nog geen pakketje aangekomen. Maar zoals met alle plannen moet je in Afrika eigenlijk altijd zorgen voor een alternatief. En zorg maar dat het alternatief beter is dan het oorspronkelijke plan, want negen van de tien keer zal je het nodig hebben. We hebben op de ochtend van de reparatie bij Iveco maar nieuwe schokbrekers besteld. Dan hebben we ze maar en dan kan het pakket terug naar Nederland. Inmiddels zijn we wel klaar met wachten en willen we door naar Zimbabwe. We hadden eigenlijk begin december al in Malawi willen zijn …. De camping hebben we gevraagd het pakket niet meer te accepteren en terug te laten sturen. Het verhaal van de schokbrekers kreeg uiteraard een andere afloop, maar daar hebben we HIER een apart stuk voor geschreven. 

In de tijd dat we wachtten op de schokbrekers bij de Ivecodealer zijn we naar Blyde River Canyon gereden: de op twee-na –grootste Canyon van de wereld. De op een-na-grootste hebben we gezien in Namibië, misschien moeten we nog eens een reisje overwegen naar de grootste. Op weg naar de Blyde River Canyon was het vooral regenachtig. Hoewel het verschil tussen rijden in de motregen en in de wolken niet zo goed te zien was. Het uitzicht bij God’s Window beloofde heel wat, maar met een zicht van minder dan vijftig meter hebben we er behalve het asfalt en de wegberm niets van gezien. Gelukkig waren de Berlin watervallen wel beter te zien. Hebben we toch al wat watervallen gezien inmiddels, de Vic-Falls laten nog even op zich wachten. We hebben de weg vervolgd en hebben Bourke Luke’s Potholes en de Drie Rondavels gezien. Bij de Potholes heeft het water de rotsen uitgeslepen zodat deze nu lijken op, inderdaad, potholes. Deze zijn wel dusdanig groot dat je auto er in verdwijnt mocht je er in rijden. De Drie Rondavels zijn rotsen die lijken op Rondavels. De meest Afrikanen zouden willen dat hun Rondavel zo groot was, hoewel deze locatie niet de meest praktische is. Helaas was hier ook sprake van laaghangende wolken dus de meeste tijd zagen we Rondavels in de mist. We hebben tot nu toe nog niet zo veel toeristen gezien, maar dat veranderde op deze locaties. Het waren hele busladingen vol en het script was elke keer hetzelfde: bus stopt - leger toeristen eruit – onze auto bespreken - foto maken  van de bezienswaardigheid – ‘oh wat mooi’ zeggen – toeristenrommel kopen en de bus weer in. En het waren niet eens allemaal Japanners.

Omdat we weer terug gingen naar Nelspruit hebben we nog twee dagen in Kruger doorgebracht. Het was nu wel wat drukker, maar over het algemeen goed te doen. Deze keer hebben we wel leeuwen gezien. Er stonden alleen zoveel auto’s bij/om/achter dat de leeuwen er onrustig van werden en op zoek gingen naar een rustigere plek verder in de bosjes. Daar houden wij ook niet van dus zijn ook snel doorgereden. Wellicht dat onze verwachtingen wat te hoog waren: deze twee dagen hebben we verder geen katten meer gezien. Maar gelukkig zijn er overal wel impala’s en zijn dat ook mooie dieren om te zien. We hebben ons nog wel een tijd vermaakt met het kijken naar verschillende kuddes olifanten die de rivier overstaken en gebruikten om te badderen. Bij een paar kuddes waren ook een heel kleine olifantjes. Zo klein dat ze hun kop niet boven water kon houden met het oversteken. Dan zie je alleen nog een stukje slurf boven water. Gelukkig voor de kleine was water maar een paar meter van de rivier zo diep. Op de voorgrond stond een aantal giraffen waarvan er twee het niet met elkaar eens waren: ze sloegen met hun koppen tegen de romp van de ander. Niet echt een fijn gezicht, want het gaat vrij hard.

Weer terug in Nelspruit zagen we andere overlanders op de camping. Een Nederlands stel  dat hun auto (beetje groter dan die van ons) ook heeft laten verschepen naar Port Elizabeth. Vanaf hier willen ze naar huis rijden. Zij hadden ons in Port Elizabeth al eens voorbij zien rijden toen zij wachtten op hun auto en wij de onze net hadden opgehaald. We hebben veel informatie uitgewisseld, samen gebaald van het slechte weer (het regent al een paar dagen, daarvoor zij we niet naar Afrika gegaan), update van Tracks 4 Africa gekregen enz. We zijn benieuwd waar we elkaar weer tegenkomen. In ieder geval mailadressen en websites (www.tenhoope.net) uitgewisseld dus contact houden is geen probleem.

Toen zijn we toch echt op weg gegaan naar Zimbabwe (of niet, zie verhaal van de schokbrekers). We hebben een nacht bij een resort geslapen circa veertig kilometer voor de grens. Ze hebben ongeveer 120 kamers/lodges en de campsite heeft 350 plaatsen. Van die 350 waren er toch wel zeker vier bezet. Wanneer voor hun het seizoen begint hebben we nog niet echt kunnen achterhalen, maar een beetje raar is het wel. Over de campsite liepen zoals gebruikelijk weer apen (zowel bavianen als vervetapen, dus let op je eten!!) en er waren ook mangoesten. Een aantal had al kleintjes en sommige moesten nog even groeien in moeders buik die inmiddels bijna over de grond sleepte. We hadden ze ’s middags al gezien en uitgebreid gefotografeerd en toen we de volgende ochtend waren wezen douchen zagen we er een paar onder de auto zitten. Eerst waren het er drie, toen vier, toen vijf. Die liepen weg en we zagen dat er eentje onder de auto bleef zitten. Het zijn geen holengravers en we hadden ze niet naar de auto zien lopen. Maar waar komen ze dan vandaan? Op een gegeven moment hoorden we nageltjes over metaal en kwamen de nummers zes tot en met tien naar beneden. Ze hebben met zijn allen onder/tussen/bij de motor geslapen! Toch maar even gecontroleerd of ze niet wat kabeltjes hebben doorgeknaagd (ook al zijn het geen knaagdieren), maar behalve een paar pootafdrukken op het kleppendeksel zagen we verder geen sporen van de mangoesten.  Ook gelijk wel weer een goede les om in het rondje onderhoud van de auto regelmatig op knaagschade te checken. Voorkomen dat dit soort dieren in de motor kruipen is namelijk niet te doen.

Zoals jullie in het schokbrekerverhaal kunnen lezen zullen we overmorgen nog een nacht op deze camping doorbrengen voordat we echt de grens met Zimbabwe overgaan. Eens kijken of we dan weer voor mangoestenhotel kunnen spelen.

Filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=b5VV6mSzssY


Nelson Mandela

Op de ochtend van 6 december horen we van de campingeigenaar dat Nelson Mandela is overleden. Behalve dat de radioprogrammering is aangepast en op verschillende plaatsen een condoleanceregister is neergelegd (in Skukuza Kruger, bij de Tourist Information, maar ook in de SuperSpar), merken we er hier weinig van. De ochtendkranten in Zuid-Afrika hebben het nieuws nog niet en (zoals later blijkt) alle Europese kranten wel. Het feitelijke nieuws is via de Nederlandse kranten sneller te achterhalen dan via de website van de SABC (South Africa Broad Casting). Ook op straat en aan de mensen merk je er weinig van. We hebben later een paar kranten gekocht en daarin van alles gelezen over met name de organisatie van de nationale herdenking met hoogwaardigheidsbekleders die dinsdag 10 december werd gehouden in het FNB-stadion. Aangezien hier meer belangrijke mensen bij aanwezig waren dan bij de begrafenis van Paus Johannes Paulus II in 2005 was dit een aardige (veiligheids)operatie. De autoverhuurbedrijven hebben alle zeilen bij moeten zetten om voldoende auto’s in Johannesburg te krijgen en de luxe hotels hebben al hun boekingen gecancelled om bv Barack Obama of Tony Blair onderdak te kunnen bieden. Wat extra kopzorgen heeft opgeleverd voor de organisatie was de lijst met genodigden. Nelson Mandela kon met de meeste mensen op de wereld goed overweg en had weinig last van politieke gevoeligheden. Dat zorgde ervoor dat bij de nationale herdenking op dinsdag zowel Barack Obama als Raul Castro hebben gesproken. Ondertussen probeert de organisatie er dan voor te zorgen dat deze mensen niet naast elkaar komen te zitten en de kans dat ze elkaar tegen komen erg klein is. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld China – Japan, India – Pakistan, UK en US – Zimbabwe. Al met al heeft een aantal mensen hard moeten puzzelen, ondanks dat vijf jaar geleden met het draaiboek begonnen is. De volledige herdenkingsdienst hebben we geluisterd op de radio aangezien we toch heel de dag onderweg waren. Op deze dag waren ook overheidsgebouwen gesloten. De vlaggen hangen hier al sinds vrijdag half stok. Dit duurt tot en met zondag 15 december wanneer Nelson Mandela begraven wordt in Qunu.

Wat ons het meeste opviel en wat een typisch verschil is tussen onze westerse of misschien wel alleen Nederlandse cultuur, is dat men de dood van Nelson Mandela positief benadert. Dat klinkt natuurlijk raar, maar wat we hier mee bedoelen is dat de mensen in Zuid-Afrika in plaats van rouwen om de dood van Mandela, juist zijn leven vieren. Dat geeft een andere benadering en sfeer bij zo’n herdenkingsdienst.


Zuid-Afrika deel III (13-11 t/m 23-11)

Van Lesotho weer terug naar Zuid-Afrika. Wij hebben de grensovergang in het noorden van Lesotho genomen, zodat we in de buurt van het Nationale Park Golden Gate uit zouden komen. Het Golden Gate NP is een mooi gebergte. De gouden zonsondergang die je wordt beloofd hebben we helaas niet gezien. De dagen die wij er hebben gestaan, regende het aan het einde van de middag. We hebben hier zowel gewandeld als een gamedrive gedaan. We hebben diverse dieren gezien (reebok, zebra’s, wildebeesten en wat vogels), maar het is vooral de omgeving en het uitzicht die het gebied de moeite waard maken. Er is ook een gierenconservatieprogramma van de capevultures, maar in het ‘gierenrestaurant’ hebben we niet meer gezien dan twee aangevreten dode zebra’s en wat afgekloven skeletten van bokken.

Na het Golden Gate NP wilden we nog wel meer bergen zien en we hebben dan ook nog een paar nachten doorgebracht in het Royal Natal NP, dat deel uitmaakt van de Drakensbergen. Ook hier hebben we mooie wandelingen gemaakt. Helaas hebben we een groot deel van de tweede wandeling door de wolken gelopen (ook wel bijzonder). Hierdoor waren de bijzondere uitzichten die we, na vijfhonderd meter stijging, hadden kunnen zien  niet te zien. De ochtend dat we het park verlieten scheen uiteraard de zon en was de lucht helderblauw.

Om niet alleen maar van de natuur te genieten hebben we de volgende dagen een snufje van de Zulu-geschiedenis opgesnoven. In de regio Kwaluzu-Natal zijn de afgelopen tweehonderd jaar verschillende strijden gestreden tussen verschillende volken (Zulu’s, Nederlanders en Britten). De ene maar één dag de andere wat langer (drie jaar). Wie met wie tegen wie vocht, wisselde ook nog wel eens.

We hebben de slagvelden bij Isandlwana en Rorke’s Drift bezocht, waar de Zulu’s tegen de Britten hebben gevochten. Dit omdat de Britten de regio graag wilden hebben en de Zulu’s niet van plan waren om dit gebied weg te geven. Bij Isandlwana hebben de Britten het onderspit gedolven. Door de naïeve beslissing te nemen om het hoofdkamp maar door een relatief klein aantal mensen (ca 1500) te laten bewaken, werd het voor de Zulu’s (20.000 – 25.000 mensen) vrij eenvoudig om ze te verslaan. Op het slagveld liggen nu overal hopen witte stenen waaronder verschillende Britten begraven liggen. De dode Zulu’s zijn hier allemaal weggehaald en bij hun eigen dorpen begraven.

Verschillende Britten zijn gevlucht naar Rorke’s Drift om aan de slag bij Isandlwana te ontkomen. Helaas voor hun had een aantal Zulu’s last van hun hormonen en zijn achter de gevluchte Britten aangegaan: de Zulumannen mochten pas trouwen wanneer ze een man hadden gedood. De weg tussen Isandlwana en Rorke’s Drift wordt nu de Fugitive Trail genoemd en ook daar liggen diverse hopen met witte stenen.

In Rorke’s Drift hadden de Britten een missionarishuis in gebruik als hospitaal en verder waren hier de voorraden met munitie, biscuits en meel opgeslagen. Deze voorraden hebben hun leven gered. De Zulu’s (ca 4000 man) hebben deze locatie circa elf uur lang aangevallen, maar de Britten (100 man + 30 patiënten) hebben uiteindelijk gewonnen. De Britten hebben een verdedigingsmuur gebouwd met meelzakken. Later bleek dit terrein te groot om te verdedigen en hebben ze halverwege het terrein de biscuitboxen gebruikt als verdedigingslinie. Omdat ook de voorraad munitie in Rorke’s Drift was hebben ze stand weten te houden tegen de Zulu’s. De Zulu’s dropen uiteindelijk af, nadat ze al dagen door het gebied hadden moeten lopen naar Isandlwana en er te weinig eten en drinken voor ze was.

Vanaf Rorke’s Drift zijn we naar Hluhluwe-Imfolozi gereden. Een wildpark waar de Big 6 aanwezig is: zowel de witte als de zwarte neushoorns. We wilden via de zuidelijke gate het park in op zoek naar een campsite. We twijfelden aan de aanwezigheid van een campsite, want in de boeken hadden we er nog niks over gelezen. Bij navraag bij de gate bleek er dan ook geen te zijn. Waar slapen we dan? De accommodaties in het park waren volgeboekt en de afstand tot een volgende camping zou ca 100 km zijn. Op voorstel van het personeel dat de gate bemant, hebben we tien meter buiten de gate geslapen. Buiten het park is buiten park. Het voorstel hun douche te gebruiken hebben we vriendelijk afgeslagen, maar de gastvrijheid wel gewaardeerd met een paar biertjes. Voordeel van deze slaapplek was dat we de volgende ochtend om 5 over 5 in het park stonden!! We konden direct op zoek naar de leeuwen die we een aantal minuten daarvoor hadden horen brullen. Na ongeveer een half uurtje rijden hadden we ze dan ook gevonden, drie stuks in totaal. Het zuidelijke deel van het park wordt niet heel druk bezocht: we hebben de eerste uren niemand anders gezien. Dat was in het noordelijke deel wel anders, daar werden hele busladingen toeristen overgeheveld naar Landrovers om een gamedrive te doen.

Bijzondere ervaringen in het park:

  • Heel veel neushoorns gezien (ca 15-20 per dag), zowel witte als zwarte. Waarbij de witte neushoorns wel in de meerderheid waren. Een chagrijnige zwarte neushoorn vond ons niet zo aardig en deed op ongeveer 70 meter van de auto een schijnaanval. Toen zijn we maar weer snel doorgereden. Een vrolijkere witte neushoorn liep voor ons uit over de weg. Best wel groot die neushoornbillen.
  • Eerste giraffen gezien!
  • Impala’s met hele kleine impala’s.
  • Eerste Nyala’s, rustig op de picknickplaats met een jong.
  • Aan het einde van de tweede dag een kudde olifanten die van ‘om-de-hoek’ kwamen en waar we tussen stonden. Ze kwamen heerlijk op het gemak blaadjes etend voorbij.

Na de nacht bij de gate hebben we geslapen bij een campsite die gerund werd door een Nederlander. Hij was een paar jaar geleden blijven hangen na een overlandtrip met een Landrover in ambulanceuitvoering. Onder een afdak stonden nog drie Landrovers van ene Pedro uit Middelbeers, die daar een bedrijf heeft waar je met vrijgezellenfeesten kan 4x4-rijden…

Na Hluhluwe-Imfolozi zijn we naar de kust gereden waar we Ray en Wendy (www.ibexperience.nl ) hebben ontmoet. Zij zijn inmiddels acht maanden onderweg en konden ons een heleboel tips geven. Over een paar maanden kunnen wij dat vast ook weer aan andere mensen.

Op weg naar Swaziland hebben we nog een Nationaal Park bezocht, namelijk uMkuze. De campsite lag direct achter de gate en zag er erg leeg uit, maar op de vraag of er plek was op de campsite kregen we als antwoord dat we dat maar bij de receptie moesten vragen. Dit bleek zoals verwacht echter geen probleem te zijn.

Bijzondere ervaringen in het park:

  • Mooi park met verschillende soorten habitats (open grasland, dichtbegroeid met bosjes, ‘zandbos’).
  • Weinig bezoekers. De bezoekers die er waren, waren met name fanatieke vogelaars.
  • Vlak bij de campsite stonden kuddes zebra’s, impala’s, giraffen en wildebeesten. Hier zijn we elke ochtend even langs gereden. Op de ochtend van ons vertrek hadden vijf neushoorns zich bij deze kuddes gevoegd.
  • We hebben een ‘live kill’ gezien: een roofvogel die op een paar meter bij ons vandaan een ander vogeltje te grazen nam. Helaas was het te donker om de soorten te onderscheiden en te snel om een foto van te maken.

En dan nu toch echt op weg naar Swaziland…



Zuid-Afrika deel II (4-11 t/m 9-11)

Voordat onze eigen auto arriveerde zijn we in Uitenhage nog bij de Volkswagenfabriek van Zuid-Afrika geweest. Hier maken ze voornamelijk Polo’s vooral voor de export. We hebben de ‘factorytour’ gedaan door de fabriek: we zaten met zijn allen in doormidden gezaagde Polo’s waar een treintje van gemaakt was. In het eerste stuk hebben we gezien hoe ze van losse stalen platen de zijkanten (los binnen- en buitenpaneel), deuren, wielkasten, motorkap e.d. maken. Aan het einde van deze hal hebben we de complete carrosserie van blank staal zien verdwijnen naar de spuiterij. In de spuiterij zijn we niet geweest, we zagen ze er met een mooi kleurtje weer uitkomen.

Daarna begint het afbouwen: het dashboard wordt eerst uit losse componenten opgebouwd en in zijn geheel geplaatst, evenals het onderstel inclusief de motor. Het viel ons op dat ondanks de grote hoeveelheid robots en het geautomatiseerde proces, er nog heel veel mensenhanden aan te pas kwamen.

Nadat we onze eigen auto in de haven hadden opgehaald, hebben we eerst een dag op de camping vertoefd waarbij we, het lijkt wel een verhuizing, alles opnieuw hebben ingeruimd.  We hebben inderdaad al onze spullen nog!!! Toen wilden we toch echt wel op pad en zijn we naar Lesotho gereden. De tweede reserveband hadden we op het dak gebonden. Ergens is het misgegaan, want tegen de tijd dat we bijna op onze plaats van bestemming waren zagen we de schaduw van de band niet meer op de plek waar we deze verwachten. Gestopt en gekeken: gelukkig  was de band er nog, maar om de een of andere reden is er toch speling ontstaan in de spanbanden waardoor de band een treetje lager was gaan liggen. Voor morgen toch maar twee spanbanden reserveren.

Onderweg zijn we ook nog gestopt in Dordrecht om daar foto’s te maken van het plaatsnaambord. Het dorp zelf deed niet heel erg aan Dordrecht denken.  In het midden stond een kerk, waarschijnlijk was dat de belangrijkste overeenkomst. Vanaf Dordrecht hebben we ook kennis gemaakt met de gravelwegen. Leuk om te rijden, maar dat stof… We weten nu in ieder geval dat het aan natuurlijke ventilatie in onze auto niet ontbreekt.

Na deze mooie weg hebben we in Lady Grey overnacht. Een campsite hadden ze er niet, maar via via kwamen we bij Backpackers uit. Aangezien onze ‘rugzak’ wat groot is zou je zeggen dat dit niet past, maar Uncle John (man van tegen de 80) biedt onderdak aan iedereen, dus een mooie plek in zijn tuin was voor ons uitstekend. Het was een bijzondere man: geboren in Kenia, door de jaren heen afgezakt naar Zuid-Afrika, vroeger leraar geweest, personeelschef en weer leraar, maar ook restaurateur van antiek. Dit was goed te zien aan de inrichting van zijn woning: de inrichting van Knollen en Citroenen in Dordrecht (NL) was er niks bij.  Nu was hij alweer 13 jaar eigenaar van Backpackers. Het bestaat uit drie panden, een voormalige kerk waar hij nu in woont, een schooltje, waar de klaslokalen nu de slaapzalen zijn en een schuur, met ook nog een kamer. Maar hij geeft ook historische rondleidingen in Lady Grey: de stad heeft een touristoffice, maar er was niemand die het kon en dat vond hij zo belachelijk. Zoals je nu wel door hebt, hebben we onder andere zijn hele levensverhaal gehoord.

Het was erg gezellig en we hebben een hoop geleerd van het plaatsje, het gebergte erachter (Witeberge) en de geschiedenis. We moeten met onze geschiedenis als gehaaste Randstedelingen ook leren dat we de tijd moeten en ook kunnen nemen om met zo iemand te praten. Wat later dan gepland alsnog op weg naar Lesotho. Uiteraard via een andere route, want van Uncle John hoorde we van rellen in een stadje waar we doorheen wilde rijden. 

Autonieuws (5-11)

Onze Slak is er!!!

Vanmiddag hebben we ons slakkenhuis opgehaald in de haven van Port Elizabeth. Het was iets later dan oorspronkelijk gepland, omdat er nog een ander autoschip gelost moest worden dat later vertrok dan gepland. Aangezien er maar een zo’n schip in de haven past moest het schip met onze auto wachten. Ons ‘mannetje-in-de-haven’ heeft ons opgehaald van het vliegveld waar we onze ‘mooie’ huurauto in moesten leveren. En na aankomst in de haven konden we onze auto direct meenemen, ware het niet dat de accu leeg was. Hier waren we al een beetje bang voor: de auto heeft een massasleutel, die je wel uit moet zetten als je de auto stopt. Dat zullen ze dus wel vergeten zijn, ondanks onze start/stop-instructie met foto’s. Gelukkig kwam er nog een stel hun camper ophalen en zij hadden startkabels dus dat starten was snel opgelost. Hiervoor hadden we ook onze huishoudaccu’s kunnen gebruiken, maar het gereedschap was nog dusdanig opgeborgen dat dit een stuk makkelijker was.

We hebben nog niet de tijd gehad om alles te bekijken, maar zover we tot nu toe hebben kunnen zien hebben we al onze spullen nog. Zelfs de parkeerschijf uit NL zat nog in het deurvak. Voor we weg mochten hebben we al wel kennis gemaakt met de Afrikaanse nauwkeurigheid: bij de uitgang van de haven hebben wij en uiteindelijk ons ‘mannetje-in-de-haven’, de beste mevrouw bij het hek ervan overtuigd dat een ‘camper’ (wat op de sticker op de auto stond) en ‘motorhome’ (wat op haar formulier stond) hetzelfde betekent. En toen mocht de slak echt mee!

Vanavond nog een nachtje in ons appartementje en morgen naar de camping. Daar zullen we eerst de auto herpakken, aangezien we geen persoonlijke  en waardevolle spullen in de auto achter mochten laten. De rest van de spullen moest onder het bed passen, dus dit moeten we nog even opnieuw inrichten. En dan gaan we onze weg vervolgen met als eerstvolgend ander land: Lesotho.

Zuid-Afrika, deel 1 (18-10 t/m 31-10)

Na de rommelige laatste weken in Nederland (werk afronden, huis inpakken en overdragen, nog even sleutelen aan de auto en bivakkeren bij Maaike d’r ouders) zijn we inmiddels bijna twee weken in Zuid-Afrika. Omdat Egypt Air de goedkoopste tickets had, zijn we toch nog in Caïro geweest. Nadat we geland waren in Johannesburg hebben we onze huurauto opgehaald en heeft Eelke zich in de ochtendspits gewaagd. Met Garmin, kaart en geduld is het ons redelijk vlot (op wat file na) gelukt de stad uit te komen. We zijn naar Bloemfontein gereden waar we onze eerste nacht in Zuid-Afrika hebben doorgebracht. De volgende dag zijn we doorgereden naar Cradock. Tot nu toe bijna alles via de snelwegen en dat is met name saai. Het landschap was hier ook nog niet echt bijzonder: rotsachtig, vlak en met rechte wegen. Dat was ook wel het plan, maar de wegen blijken nog langer rechtdoor te gaan dan in Namibië. In Cradock hebben we in een guesthouse geslapen, waar we vriendelijk werden verwelkomd door de honden, formaat kalf. Zo lang we ballen weg bleven gooien waren we vriendjes met ze.

Hiervandaan hebben we ook ons eerste Nationale Park bezocht: Mountain Zebra NP. Een vrij heuvelachtig gebied, helaas ook wat regenachtig, met mooie uitzichten (tussen de wolken door). Hier hebben we ons eerste wild gezien: kudu’s, rood hartebeest, mountain zebra’s, blesbokken, zwarte wildebeesten, gemsbokken, buffels, springbokken, elanden en nog wat apen (bavianen en vervetapen). Een geslaagde dag! Voor de nationale parken (en nog een aantal andere) in Zuid-Afrika hebben we een Wildcard gekocht. Er vanuit gaande dat we er nog wel een aantal zullen bezoeken…

Daarna hebben we onze weg vervolgd naar Port Elizabeth (PE). Hier hebben we een appartementje gehuurd en hier blijven we dan ook totdat onze auto is gearriveerd (5 november 6.00 uur volgens Marinetraffic.com). We zijn al verschillende keren in Addo Elephant NP geweest en hebben hier ook het nodige wild gezien. Zo’n beetje de lijst van hierboven, met als aanvulling leeuwen, olifanten, Burchell’s zebra’s en nog wat klein wild (duiker’s, mangoesten, ed). We zitten inmiddels op de Big Three van de Big Five. De eerste dag was onze olifantenteller blijven steken op een stuk of vijf (of in de verte of eenzame mannetjes), maar die schade is ingehaald op een andere dag: kom je de bocht om loopt er een kleine kudde olifanten over de weg, omdat de bosjes langs de kant van de weg blijkbaar het lekkerste zijn!! Maar met twintig minuten zijn ze dan ook allemaal weer tussen de bosjes verdwenen en zie je alleen aan de poep en takjes op de weg dat ze er net geweest zijn.

Op een wandeling door het oostelijke deel van Addo kwamen we alleen kleine dieren tegen, waaronder een duiker die passerende wandelaars net zo interessant vond als wij hem. Na een paar minuten naar elkaar te hebben gekeken verdween hij met sierlijke sprongen tussen de struiken. Ditzelfde gold voor de vervetaap die we tegen kwamen: je vraagt je dan toch af wie er nu aapjes kijkt.

In PE hebben we inmiddels ook het een en ander bezocht en bekeken, zoals het strand (daar hebben ze hier genoeg van), het Settler’s Park (heeft zijn naam te danken aan de Britse kolonialen) en BayWorld, het op drie-na-grootste museum van Zuid-Afrika. We waren benieuwd wat hier allemaal te zien was en we moeten zeggen een winkel-van-sinkel is er niks bij. Ze houden zeeleeuwen en pinguins, de dolfijnen zijn wegens geldgebrek een aantal jaren geleden verhuisd. Ze hebben ook een snakepark met diverse soorten slangen, schildpadden en krokodillen. Het museumgedeelte zelf heeft een expositie met dinosaurussen en van alles en nog wat m.b.t. biologie (dieren uit de omgeving, stambomen van het dierenrijk, skeletten van dolfijnen en walvissen, opgezette koppen van hoefdieren, etc). Verder hebben nog kunnen bewonderen: een fototoestellencollectie, kledingexpositie, hoe mohair verwerkt wordt, foetussen, muziekinstrumenten, geschiedenis van de baai, geschiedenis van de lokale stammen en restanten uit scheepswrakken die in de baai zijn vergaan (waaronder de Amsterdam). Eigenlijk kon je  hier van alles zien. Wel grappig om deze verzameling zo te bekijken.

Voor komende week hebben we nog wat uitstapjes op het programma staan zoals het Air Force museum en de Volkswagenfabriek en houden we een beetje vakantie, inclusief uitslapen en een boek lezen. Daar is het de afgelopen maanden niet van gekomen.  Maandag hebben we ons ‘mannetje in de haven’ gesproken die het papierwerk voor onze auto in de haven van PE regelt. Onze auto staat op een dusdanige locatie op het schip dat die er als een van de eerste vanaf moet. Aangezien het papierwerk allemaal van te voren geregeld wordt, zouden we met een half uur nadat de auto van de boot is gekomen ‘m de haven uit mogen rijden. Volgens ons mannetje in ieder geval. Dan hebben we ons (slakken)huis weer terug en gaan we Zuid-Afrika verder verkennen!




Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.