Zimbabwe

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

De reis door de ogen van een medereiziger,

Wat staat me te wachten als ik eenmaal in Zimbabwe ben? Een 2 wd auto met het stuur rechts en Maaike en Eelke die al 8 maanden samen in een sterke 4x4 reizen. Hoe pas ik daar tussen?
Nou, dat ging best gemakkelijk. Je geeft in een heuse hyena (hyundai i20) een paar keer richting aan met je ruitenwissers en je voegt een nieuwe variatie op Polony met ketchup toe, te weten brood met pindakaas en banaan. Oke, die laatste werd niet door iedereen positief ontvangen, maar toch.

Leuk om beide te zien staan op het vliegveld na een lange tijd en geweldig hoe de mensen daar de gele slak nakijken. Zimbabwaanse mensen die heel aardig zijn, je altijd groeten en sport belangrijk vinden, dus ook voetbal. Het is wel zo dat een alleen reizende vrouw toch wat vreemd is, maar na de zoveelste poging om uit te leggen dat dat bij ons helemaal niet vreemd is hebben we ons maar over gegeven aan de vraag of we zussen waren:" ja we zijn zussen". Hmmm, waar hebben we dat eerder gehoord? Niet leuk, maar wel makkelijk.

Zoals verwacht draait het leven in het slakkenhuis volgens een eenvoudig te volgen schema. Maaike zorgt voor ochtend en middag eten en Eelke voor het avond eten. Dan heb ik dus niets te doen? Het antwoord was "klopt". Niet dus, dat kan ik niet na net uit mijn werk gekomen te zijn, mijn taak werd dan ook afwassen, helpen bij het avond eten en het maken van een heleboel foto's van het o zo serieuze reisgezelschap ;-). O, en zorgen dat ik niet steeds als laatste mijn spullen had gepakt voor we verder trokken. Ik denk dat dat nog het meeste tegen viel.
Daar waar mogelijk stapte ik ook in de rol van privé chauffeur, maar dat was zeldzaam. Bij de poort werden we lekker gemaakt met wegen geschikt voor kleine auto's, alleen waren de beste mannen of zelf niet in het bezit van een auto of waren al jaren niet in het park geweest. Sommige greppels waren net zo diep als de auto hoog. Bij wijze van dan. Dat stond echter niet in de huurovereenkomst genoemd als dekking bij schade.

De parken waren allemaal op hun eigen manier mooi en met diverse beesten. Omdat mijn Nederlandse oren alleen koeien, grutto en andere weidevogelgeluiden waarnemen was het in de tent best lastig om te achterhalen wat er toch van die blafgeluiden maakt midden in de nacht. Hyena, jakhals of een baviaan. Allemaal redenen om lekker in je tent te blijven. In de ochtend was dan mijn eerste vraag of Maaike en Eelke de geluiden ook hadden gehoord. Niet dus. Ze zijn al gewend, maar gelukkig liet het dier zich bij het avondeten horen. Bleek het gewoon een mannetjes antilope te zijn. Tja....

Maaike en Eelke hebben hun draai met de mensen ook goed gevonden, gaan geduldig mee in de soms maar moeilijk te begrijpen gedachtengang en vinden met de gps zelfs de meest afgelegen campeerplekken. Die waar je nog echte sterrenhemels kunt zien. Geweldig mooi en iets wat ik niet snel zal vergeten. Ook de soorten dieren, wetenswaardigheden en nutteloze feitjes kan je van deze gidsen krijgen. Ik deed dat in ruil voor aanvulling van spotlijst met diverse vogelsoorten.

De mening van beiden over Zimbabwe deel ik. Aan hun verslag valt niet veel meer toe te voegen. Het land en de mensen verdienen echt veel beter. Zonde als dit mooie land uit de reisgidsen zou verdwijnen. De reis was geweldig, net als het gezelschap. Ik ga er graag nog een keer heen.
Maaike en Eelke, bedankt allebei voor de geweldige weken en een hele mooie reis verder.

Sandra

Opvallende dingen:
- het aantal vegetarische producten. Zelfs vegaburgers in diverse variaties. Ook de reclame op de radio probeert mensen in het engels te overtuigen dat 1 keer geen vlees in de week al een hoop scheelt. Kan je nagaan! Ik had me geen zorgen hoeven maken over eten;
- het beperkte aantal Franse automerken. Het zijn voornamelijk Duitse en Aziatische voertuigen, tenzij al die uitgebrande wrakken in de bermen Franse merken zijn ;-)
- de geweldige weg met 2 strookjes asfalt. Voor al die kneuzen in Nederland zou dat de, al eerder door ons verzonnen, "Kneuzenbaan" kunnen zijn. Eens erop, dan blijf je erop. Ver weg van de linker baan waar de mensen wel door rijden. Alleen 1 probleem denk ik. De stroken zijn zo smal dat de kneuzen daar vast niet op kunnen blijven....
- voor iedereen die zijn baan saai vindt...daar zijn pas saaie banen. Wat denk je van wachten tot er gasten komen op een zeer afgelegen campeerplek? Gasten die er bij navraag wel zijn, maar niet die dag. Wellicht morgen of de dag erna. Als je lang genoeg wacht komen ze vanzelf. Goed tegen werkeloosheid, maar zelfs in mijn "geduld modus" zou ik het niet kunnen.


Zimbabwe (3-6 t/m 24-6) deel III

Na de noodzakelijke klusjes en onderhoud hebben we vrijdag 6 juni Sandra opgehaald van Vic Falls Airport. We hebben ook gelijk haar huurauto opgehaald aangezien er bij ons geen derde persoon bij kan helaas. Ja, op een kussen op de vloer, maar met de staat van de wegen en de afstanden die we hebben gepland, is dat geen succes. Op de camping, de tuin van Shoestring Backpackers,hebben we onze ‘bestelde’ spullen van Sandra gekregen en nog wat kleinigheidjes van familie in ontvangst mogen nemen: spoorstangkogels, een nieuwe camerabody, een aantal tijdschriften, een doos drop en King pepermunt Extra Strong. Daar zijn we uiteraard heel gelukkig mee!Eelke is gelijk zijn nieuwe fototoestel gaan uitproberen, want ja als we morgen naar de Vic Falls gaan moeten er natuurlijk wel goede foto’s komen. Nadat Sandra een nacht lekker geslapen heeft, en wij ook, zijn we eerst onze activiteiten gaan boeken voor de volgende dag. De watervallen zijn dan wel de voornaamste bezienswaardigheid, maar daarnaast wordt er een hele verzameling hartslagverhogende activiteiten aangeboden. Wat willen we gaan doen? Met z’n tweeën een rondvlucht maken boven de Vic Falls met de helicopter en met zijn drieën gaan we de canopytour en de flyingfox doen. Dit is maar een klein deel van het assortiment dat de touroperators aanbieden. Het bungeejumpen en de kloofswing hebben we aan ons voorbij laten gaan. We zijn ook niet met leeuwen gaan wandelen, dat kan hier namelijk ook. Maar wat ze niet vertellen is dat dit alleen kan met leeuwen tot achttien maanden oud en dat betekent dat er elk jaar ongeveer veertig leeuwen geboren moeten worden om aan de vraag te voldoen. Het leven van een leeuw duurt in gevangenschap een jaar of twintig (in het wild ongeveer vijftien), dus een stuk langer dan die achttien maanden. Uitzetten in wildparken, wat ze pretenderen te doen, kan niet meer: ze zijn aan mensen gewend. Dus eigenlijk kun je er niks meer mee behalve verkopen aan particuliere wildparken, die vervolgens toeristen leeuwen laten afschieten. Daar doen we dus niet aan mee.

En dan ’s middags eindelijk de watervallen bezoeken die we inmiddels al een week aanhoren. Op dit moment staat het water nog redelijk hoog en is er veel nevel. Een poncho was dan ook zeker niet overbodig en voor sommige stukken kon je beter een volledig regenpak hebben. Sandra was zo slim de bypass te nemen, wij waren tot op het ondergoed doorweekt. Ach ja, dat hoort erbij. Wat een geweld! Het water dat naar beneden dondert en daar verder stroomt, de nevel die weer omhoog komt tegen de wand van de kloof en botst met de nevel van het gedeelte ernaast: het geeft wel mooie regenbogen, maar ook zeer plaatselijke regen. Door de nevel is wel een gedeelte van de waterval onzichtbaar en kan je niet de hele kloof zien. Bij een lagere waterstand in de Zambezi kan dat wel, maar is de waterval uiteraard minder geweldig. Je moet het eigenlijk met eigen ogen zien, heel bijzonder.

De volgende ochtend konden we vanuit de helicopter pas goed zien hoe groot die watervallen daadwerkelijk zijn. We hebben de korte vlucht geboekt en de lange gedaan, soms heb je een mazzeltje. Met de lange vlucht hebben we ook nog een stuk van de kloof gezien na de waterval en de Zambezi voordat ie zo hard naar beneden stort. Supergaaf! Op een eilandje stonden nog een stuk of tien nijlpaarden verzameld, dus we hebben ook nog wat wild gezien vanuit de lucht.

’s Middags werden we opgehaald om in de kloof de canopytouren de flying fox te doen. Bij de eerste gaan we via negen verschillende tokkelbanen van de ene naar de andere kant door de kloof. Met een valbeveiliging hangen we onder gespannen staalkabels en tokkelen zo tussen de bomen door naar de overkant: erg geslaagd. Daarna kwam de flyingfox. Nadat je in een iets ander charmant harnas bent gehesen, wordt je aan je rug vastgemaakt aan een lijn die naar de overkant van de kloof gaat, circa 110 meter hoog boven de kolkende Zambezi. Dan neem je een kort aanloopje en waar het platform verdwijnt, verschijnt onder je de kloof die je al op je buik vliegend goed kunt bewonderen. Ook supergaaf! Dit waren onze actieve dagen Vic Falls.

Na nog een dagje Zambezi National Park om vast te oefenen met dieren kijken, hebben we het plaatsje Vic Falls achter ons gelaten. Zeker een plek om nog eens naar terug te gaan en misschien doen we dat al over anderhalve maand wanneer we in het noordoosten van Botswana zijn. Het water in de Zambezi is nu aan het zakken waardoor er minder nevel is en je dus meer van de waterval ziet. In Botswana zijn we er dannog maar tachtig kilometer rijden vanaf en we hoeven dan alleen nog maar de grens over te steken.

Vanuit het noorden zijn we naar Hwange National Park gereden om daar een aantal dagen dieren te kijken. De middag dat we aankwamen hebben we nog twee uurtjes door het park gereden en heel veel dieren gezien. Voor Sandra was het allemaal de eerste keer van deze vakantie en Eelke wilde zijn camera verder uitproberen, dus we zijn voor elk dier gestopt en hebben foto’s gemaakt van zebra’s, giraffen, bavianen, wrattenzwijnen, wildebeesten, waterbokken, jakhalzen, olifanten, kudu’s en diverse vogels. Een geslaagde middag dus. De volgende ochtend zijn we rond zeven uur op pad gegaan. We waren gewaarschuwd dat het ’s ochtends erg fris is (en dat klopte, het was 3 graden) en de dieren moeten dan nog opwarmen. We dachten dat dat alleen voor koudbloedige gold, maar hier niet. We hebben dan ook bijna niks gezien en dat gaan we de volgende dag anders doen.

’s Avonds hebben we een avondgamedrive gedaan. In het park is het niet toegestaan om een spotlight te gebruiken, maar net buiten het park in het aangrenzende particuliere gamereserve wel. Ondanks de onbewolkte hemel en volle maan, is hulp van een zoeklicht wel nodig, dus zijn we het park uitgegaan. We hoefden deze avond niet ver voor het wild: net toen we wilden vertrekken zagen we een honingdas over de camping wandelen op weg naar de prullenbak. Toen we daarna nog geen kilometer bij de camping vandaan waren, zagen we een luipaard ons tegemoet lopen over de weg. De chauffeur heeft de auto omgedraaid en daarna nog een paar honderd meter langzaam achter het luipaard aangereden. Toen er wat meer auto’s bijkwamen was hij wat minder op zijn gemak en begon te blazen. Toch duurde het nog even voordat hij in de bosjes verdween. Daarna hebben we nog 1,5 uur door het park gereden zonder iets te zien, op een enkele nightjar na dan. Maar ons geluk was nog niet helemaal op, want voordat we weer op de camping warenwerd de weg versperd door drie leeuwen die midden op de weg lagen. Het asfalt warmt gedurende de dag op en aangezien het ’s nachts erg af koelt zoeken ze daar de warmte op. We reden er half door de berm langs en vanaf nog geen twee meter keek een jonge leeuw nieuwsgierig de auto in om te zien of er nog speelkameraadjes waren. Het beest was de achttien maanden echter al gepasseerd en voor ons had ie toch iets te grote klauwen.

We hebben daarna nog twee dagen door het park gereden en uren in een kijkhutbij een waterpoel gezeten. Al met al hebben we best veel dieren gezien, ondanks dat er nog heel veel water beschikbaar is en de dieren erg verspreid door het park lopen. Voor de beeldvorming: Hwange NP is net zo groot als België en toeristen mogen in ongeveer 10% hiervan rondrijden.

De laatste dag hebben we op weg naar Bulawayo een tussenstop gemaakt bij het ‘Painted Dog Conservation Centre’. In dit centrum worden zieke of gewonde wilde honden opgevangen en geven ze voorlichting aan de leefgemeenschappen en schoolkinderen in de directe omgeving van Hwange NP. Erg goed werk, want zoveel wilde honden zijn er niet meer. En ze wisten ons de uitslag van Nederland-Spanje te vertellen, want bij gebrek aan telefoonnetwerk en televisie wisten we die nog niet. 

Bulawayo was eens de hoofdstad van Zimbabwe, maar heeft nog wel die allure. Het is een grote, gemoedelijke, rustige stad met brede straten. Je loopt er voor de lol een rondje en dat kan je niet van veel Afrikaanse steden zeggen. We sliepen op de camping midden in de stad, direct naast het stadspark. Het is eigenlijk gewoon een omheind deel van het park met toiletgebouwen en bewaking. We hebben er in totaal zes nachten geslapen en op de laatste avond na waren we de enige gasten. De oppervlakte van het terrein en de grootte van de inmiddels wat vervallen toiletgebouwen verklapten dat deze camping betere tijden gekend heeft, zoals we inmiddels vaak in dit land hebben gezien.

Vanuit Bulawayo hebben we een bezoek gebracht aan de KhameRuïns. Het is het kleine broertje van Great Zimbabwe, waarvan we de ruïnes in december hebben bezocht. Het grootste verschil is dat dit oude dorp gebouwd is nadat Great Zimbabwe ten onder is gegaan. Een groot gedeelte van het ‘heuvelcomplex’ is gerestaureerd, waardoor je een goed beeld krijgt van de terrassen die aangelegd waren op de heuvel en waarop hutten werden gebouwd.

We hebben ook een uitstapje van een aantal dagen gemaakt naar Matobo Hills National Park. Het landschap van dit park wordt gekenmerkt door afgeronde rotsen. Geen hoge kliffen, maar grote rotsblokken die op elkaar gestapeld liggen, verspreid over een oppervlakte van 425 vierkante kilometer. Dit geeft ontzettend mooie plaatjes. Cecil Rhodes is begraven op de plek die hij ‘view of the world’ heeft genoemd. Het is een van de hogere punten in het park, waarbij je 360 graden rond kunt kijken. Zover je kunt zien, zie je van die gestapelde rotsblokken. Een ontzettend mooie plek, die heilig was voor de stammen die er vroeger woonden en waarvan wij wel begrijpen dat iemand hier begraven wil worden. Cecil Rhodes was een Britse koloniaal en heeft een groot deel van de geschiedenis van Zimbabwe, Zambia en Malawi bepaald. Rhodesië is dan ook naar hem vernoemd. Rhodes wilde onder andere dat er een spoorlijn zou komen van Kaapstad naar Caïro om de handel te bevorderen. Een gedeelte van deze spoorlijn bestaat nog steeds en in het spoorwegmuseum in Bulawayohebben we nog een aantal stoomlocs uit deze tijd gezien. Ook hebben we Rhodes persoonlijke wagon bekeken, maar daarover verderop meer. Over de manier waarop Rhodes aan land kwam ten koste van de lokale stammen geven de steekwoorden liegen, bedriegen, wapens en gevechten een aardig beeld. Een echte kolonist en geen hele fijne man dus.

Iets anders waarom Matobo Hills de moeite waard is om te bezoeken zijn rotstekeningen van de Bushmen (ook wel de San genoemd). Deze tekeningen zijn op vele plaatsen door het park heen gevonden, metname onder overhangende rotsen die de Bushmen als schuilplaats gebruikten. De tekeningen zijn waarschijnlijk tussen de 10.000 en 6000 jaar oud. We hebben verschillende ‘grotten’ bezocht, waaronder de ‘Nanke grot’. Volgens de info die we hadden zouden dit de mooiste rotstekeningen van zuidelijk Afrika moeten zijn. Hiervoor moest je nog wel een stukje lopen: volgens de reisgids een goede vier kilometer, maar volgens de medewerkers van de campsite een ruimezes. Garmin kende de locatie niet en uit de tracklog bleek dat het uiteraard een goede zes kilometer was. Dat klinkt niet heel ver, maar gezien de aard van het terrein, met veel stijgen en dalen, klauteren over rotsen en af en toe een slootje, was het al met al een aardig eind. Gelukkig was de route met geverfde pijlen op de rosten aangegeven, maar op 2/3 waren we het spoor even kwijt: vanwege het gras dat ruim een meter hoog stond waren de markeringen niet goed te zien. Maar met logisch nadenken hebben we de tekeningen toch gevonden. En mooi waren ze!Vergeleken met alle tekeningen die we tot nu toe hebben gezien, zijn dit inderdaad de mooiste van zuidelijk Afrika. Het waren er ook heel veel, voornamelijk afbeeldingen van mensen met gereedschappen en dieren. Er waren zelfs twee giraffen getekend waarop je de vlekken kon zien, meestal zijn de tekeningen volledig rood gekleurd. Het was drieeëneenhalf uur heen en tweeëneenhalf uur terug, maar zeer de moeite waard. Omdat er op de camping geen warm water was en het de afgelopen nachten zeer koud was, hebben we ons drieën de laatste nacht getrakteerd op een nachtje in een lodge. Heerlijk warm water en na het eten hoefde je niet direct je bed in omdat het te koud was. Met Zanzibar was dit tot nu toe de enige keer dat we niet in onze auto hebben geslapen.

Helaas zat de reis van Sandra er toen al weer bijna op. De volgende dag zijn we terug naar Bulawayo gereden, waar we geprobeerd hebben nog wat souvenirs te kopen. De winkels gingen echter al om één uur dicht. Helaas. ’s Avonds zijn we nog een keertje uit eten geweest en de volgende ochtend hebben we Sandra naar Bulawayo Airport gebracht. Wat gaat de tijd toch snel, wij vonden het een erg geslaagde 2,5 week.

Nadat we van de Airport terugkwamen, zijn we met zijn tweeën naar het spoorwegmuseum geweest. Buiten stonden drie opgeknapte stoomlocs, een paar wagons en wat klein spul van diverse oude stationnetjes. In de hal stonden modellocs, nog vier stoomlocs, diverse schilden, een seintableau en wat ander klein spul. De (ooit) rijdende collectie bestond uit diverse bijzondere voertuigen, zoals twee houten tuinbanken op spoorwielen, waarmee gasten van het Victoria Falls Hotel naar de waterval werden gebracht en Rhodes’ persoonlijke wagon, prominent in het midden. De man had in de wagon een eigen eetkamer, slaapkamer en badkamer. Ook zat er een keuken in met slaapvertrek voor de kok. De wagon zat op slot, maar de beheerder wilde ‘m voor ons even open maken. We konden er doorheen lopen en zien dat Rhodes het goed geregeld had voor zichzelf.

Op het buitenterrein stonden nog tientallen diesel- en stoomlocs, waarvan de waarde helaas nog het beste in de schrootprijs uit te drukken is. Tussen dit roestige spul ontdekten we nog wel een wagon voor oogchirurgie, een wagon met ingebouwde kluis, een gepantserd wagentje waarmee het spoor werd ontmijnd, een oude stopmachine om het ballastbed mee te verdichten en twee spoorgebonden hijskranen op stoom. Waar we in Nederland diverse stichtingen hebben om ons oude spoormaterieel rijdend te houden, was hier alleen een enthousiaste, uiteraard gepensioneerde, spoorman die het museum draaiende hield.   

Na nog een dag wat huishoudelijke karweitjes gedaan te hebben, hebben we Zimbabwe verlaten op weg naar Botswana. Botswana wordt in eerste instantie een korte trip, omdat we dit land gebruiken als reisroute richting Windhoek (Namibië). Na vele mailtjes en telefoontjes is gebleken dat dat namelijk de enige plaats is waar ze ons een nieuwe band kunnen/willenverkopen en aangezien we al sinds Zambia zonder reserveband rijden, gaan we dat eerst doen. Daarna gaan we Namibië snel weer uit, want daar verwachten we in september ons volgende bezoek.We gaan dan Botswana wat uitgebreider bekijken.

Algemeen over Zimbabwe:

We blijven bij onze mening die we eerder al op de website hebben gezet: vriendelijke mensen, er is veel te zien, het land iserg mooi, maar Mugabe blijft een probleem. Aan alles kan je merken Wij vonden dit een van de fijnste landen om doorheen te reizen.

Een opvallend punt is nog wel het WK voetbal. Zoals de meesten van jullie wel weten, zijn wij hele grote voetballiefhebbers en weten we precies wie er geselecteerd zijn voor het Nederlands elftal. Niet dus. Gelukkig houden de mensen dat hier wel bij, nou ja een select clubje van het elftal dan: namelijk Van Persie en Robben. Van het thuisfront krijgen we de speelschema’s en de namen van alle spelers, maar voordat we een berichtje met de uitslag hebben ontvangen, hebben we de uitslag meestal al gehoord van de mensen hier. Of dat op de camping is of van de agenten bij een roadblock maakt niet uit. Wat ze hier trouwens wel erg raar vinden is dat ons team voor een onevenredig groot deel uit donkere mensen bestaat. Daar begrijpen ze helemaal niks van. De laatste poulewedstrijd hebben we bij de receptie van de camping gekeken in goed gezelschap van vier politieagenten en een straalkachel; de wijk werd even wat minder goed bewaakt. Kledingvoorschriften zijn hier kennelijk niet zo strikt, want er had er een Teva’s met grijze wollen sokken onder zijn uniform en een ander een capuchontrui over zijn overhemd. Eens kijken of we voor de volgende wedstrijd weer een tv kunnen vinden.

Zimbabwe (18-5 t/m 2-6)

Vanaf de Gwabi-lodge naar de grens is een half uurtje, waarbij je vlak voor de grens op de hoofdweg uitkomt. Bij deze one-stop-borderpost steek je gelijk de Zambezi over naar Zimbabwe om daar in één gebouw alle formaliteiten af te handelen. Dit verliep ook weer soepel, behalve dan dat interpol alle papieren van de auto moest zien. Dat duurde even, maar deze man was de eerste van alle grensovergangen die de tenaamstelling van de auto met het carnet en Eelke z’n paspoort vergeleek. Hij deed dus gewoon z’n werk. Na een uurtje waren we klaar en konden we op zoek naar een geldwisselaar. Bij de grens is de koers meestal niet zo best, hoewel het ook voor de lokale bevolking de enige manier is om te wisselen, maar het is wel handig om van je laatste geld uit het net verlaten land af te komen en gelijk wat geld van het nieuwe te hebben. Zimbabwe gebruikt het briefgeld van de US Dollar en de munten van de Zuid-Afrikaanse Rand en die hadden we nog wel, maar van de Zambiaanse Kwachas kunnen we alleen nog maar vliegtuigjes vouwen. Direct na de grens hebben we ook de tank weer volgegooid met goedkopere diesel en zijn we Zimbabwe in gereden.

De eerste stop was het kantoor van Zimbabwe Parks and Wildlife om een papiertje te halen voor Mana Pools National Park. Dit hebben we enkele maanden geleden niet bezocht omdat de regentijd begon en ze ons alleen maar een campingplaats van $100,- per nacht wilden aansmeren. Aangezien we via internet de prijslijst hadden gevonden waarop goedkopere plaatsen staan, moest dat ook lukken. Het enige was dat overal staat dat je vooraf moet reserveren en dat hadden we niet gedaan. Nou ja, in het ergste geval moeten we terug en slapen we buiten de poort. Na twee slagbomen, een controle van ons papiertje en een stempel verder, kwamen we op de campsite, waar maar twee van de dertig plaatsen bezet waren. We mochten van de dienstdoende balieman overal gaan staat waar we wilden, maar niet direct langs de rivier: dat waren de $100,- plaatsen. Op de campsite zagen we een paar SB-plaatsen, die had ie niet genoemd dus daar gingen we niet staan. De beste man kwam echter een uurtje later naar ons toe om te vragen of we op een SB-plaats wilden gaan staan. Dat zijn speciale Stand By plaatsen voor mensen zonder reservering en stel nu dat net iemand vanmiddag nog die plaats reserveert waar wij nu net staan ….  Tja, tegen deze glasheldere Afrikaanse logica hadden we niets in te brengen en eigenlijk waren de SB-plaatsen nog mooier ook. Deze manier van denken zijn we al vaker tegengekomen als we bij hotels op de parkeerplaats wilden slapen en alleen het sanitair van een van de kamers wilden gebruiken. Dan wilden we voor de kamer de helft betalen. Daar deed nog wel eens iemand moeilijk over, want ja, dan kan je die kamer niet meer verhuren en stel nou dat iemand net die kamer wil hebben. Al was de rest van het hotel leeg, die kamer was niet meer verhuurbaar. Maar goed, we hadden een prima plek.

Om de campsite staat geen hek en we waren gewaarschuwd voor hyena’s, honingdassen, olifanten en ander spul. Een olifant scharrelde inderdaad binnen een uurtje langs de oever, maar andere dieren verwachtten we niet. Met onze Namibië-ervaring van 2011 in gedachten, zaten we niet echt op een honingdas te wachten. Het zijn hele mooie dieren, maar zelfs leeuwen zijn er bang voor: met hun centimeters lange nagels krabben ze je namelijk helemaal open en dan bloed je dood. In Namibië had ie destijds bijna een pan eten van onze tafel te pakken. Toen we ’s avonds achter ons voetstappen hoorden in de dorre bladeren en we er vanuit gingen dat de Duitsers achter ons zeker een zaklamp mee zouden nemen naar het toiletgebouw, hebben we met onze lamp maar eens richting het geritsel geschenen: een hyena liep op nog geen tien meter achter de auto langs. ’s Nachts hebben we ze nog een paar keer op het terrein horen janken.

’s Ochtends zijn we direct na zonsopgang vertrokken voor een gamedrive en het vroege opstaan werd binnen een kwartier beloond door een civetkat die naar z’n hol liep. Even later zagen we een meter of dertig voor ons een olifantje direct langs het pad staan. We zijn gelijk gestopt, want het beestje was van het formaat dat nog niet zonder moeder op stap mag: die moest dus ook ergens in de buurt zijn. We keken rond, maar moeder had ons al lang gezien en keek ons direct in de ogen: ze stond nog geen drie meter van de auto af, bladeren uit te struiken te plukken. Ze was gelukkig op d’r gemak …. wij niet helemaal en zijn rustig verder gereden. De dierendichtheid was niet zo groot als in South Luangwa, dus we hebben best wat tijd rond gereden zonder iets te zien. In een van de vier waterpoelen (mana betekent vier) hebben we nog wel de tot nu toe grootste concentratie aan krokodillen gezien. In deze ene poel telden we dertig stuks al zonnebadend op de kant. Dan hebben we alles in het water (die we niet echt hebben opgezocht) niet meegeteld. Nijlpaarden waren er ook voldoende.

Tijdens de gamedrive van de volgende ochtend vonden we nog vier hyena’s al slapend onder een boom direct langs de weg. Nou ja, even niet meer slapend want blijkbaar kwamen we te dichtbij en hebben ze de moeite genomen naar een boom verderop te lopen.

Toen we terugkwamen op de campsite zagen we dat er zowaar een andere SB-plaats bezet werd door een Nederlandse Landcruiser. Deze bleek toe te behoren aan Alexander en Wybren (eaa-overland.weebly.com). Zij zijn vanuit Nederland via Iran, de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi Arabië naar Afrika gereden, sommige stukken met behulp van een boot. We hebben gezellig ervaringen uitgewisseld en net nadat we opgestaan waren om naar bed te gaan kwam de hyena weer langs. Aangezien zij eind juni in Zuid-Afrika moeten zijn verwachtten we elkaar niet meer tegen te komen.

Op de ochtend dat we uit Mana Pools vertrokken kwam een medewerker van het park vragen of we de Duitsers die op de camping stonden hadden gezien. Ja, die zijn net tien minuten geleden vertrokken. De Duitsers hadden deze vrouw en haar collega een lift beloofd naar de Park Office, 75 kilometer verderop en zijn heel asociaal tien minuten voor de afgesproken tijd vertrokken. Als ze het niet erg vonden om bij ons achterin op de grond te zitten en mee te hobbelen konden ze wel met ons meerijden. Dat was geen probleem: andere opties waren er niet. Dus zo gezegd, zo gedaan. We hebben de dames bij de Park Office afgezet en zijn zelf doorgereden naar Kariba.

Kariba ligt aan het meer Kariba, de waterbestemming van Zimbabwe. Dat was te merken ook aan de grote hoeveelheid blanke Zimbabwanen die met boot naar de camping annex bungalowpark kwamen om daar het weekend door te brengen. Uiteraard hebben we de Kariba Dam bezocht. Deze stuwdam is in 1960 geopend en heeft een groot deel van de Zambezi-vallei onder water gezet. Deze dam vormt tevens de grens met Zambia. Wanneer je je paspoort achterlaat bij Immigration mag je de dam op lopen en je mocht zelfs foto’s maken. Dus Eelke was in zijn element.

Vanuit Kariba zijn we vertrokken richting Binga over de weg die ten zuiden ligt van het meer. Volgens de reisgids moest je voor deze weg twee tot drie dagen uittrekken, maar volgens de Zuid-Afrikanen die we op de camping spraken moest het ook in één dag kunnen. Aangezien we geen haast hebben en van plan zijn om naar Matusadona NP en Chizarira NP te gaan, doen we het op ons gemak. De eerste nacht hebben we ergens tussen de bosjes langs de weg doorgebracht, vlak voor de afslag naar Matusadona. Het was van daar nog ongeveer honderd kilometer naar Matusadona zelf, het was inmiddels half vijf en voor het pad vanaf de doorgaande weg naar Matusadona beloofde de Bradt tachtig kilometer backbreaking dirtroad. Dat kon dus nog wel een nachtje wachten. De volgende ochtend vroeg meldden we ons bij het veldstudiecentrum, aan het begin van de weg naar Matusadona en daar zeiden ze dat de weg een ‘bit bad’ was, maar met een 4x4 kwam je er wel. Dat hebben we geweten. Deze weg komt met stip binnen op nummer 1 van ons allerslechtste-wegen-tijdens-deze-reis-lijstje; erger dan de wegen in het westen van Tanzania en in het noorden van Oeganda. We moesten tientallen rivierbeddingen doorkruisen, die zelf vaak wel van beton waren voorzien (of ooit geweest), maar de weg naar beneden en na de bedding weer omhoog bestond vaak uit losse stenen of keien. Het leek af en toe net traplopen met de auto waarbij de treden de ene keer tien centimeter hoog waren en de andere keer veertig. We hadden op de heenweg 7,5 uur nodig voor tachtig kilometer en op de terugweg 6,5 uur. Op de terugweg hebben we een bypass om een erg listig stuk genomen, op de heenweg hadden we deze bypass gemist.

Maar uiteindelijk aangekomen op de campsite werd onze moeite beloond met een geweldig uitzicht, dat in de campsites-met-beste-uitzicht-ranglijst de eerste plaats deelt met Kidepo in Oeganda. De camping lag op een landpuntje in het meer dus het grootste gedeelte rondom bestond uit water. Aan de overkant de heuvels van Zambia, aan weerszijden de oevers van de inhammen van het meer. Een aantal meter het water in stonden nog bomen die ruim vijftig jaar geleden dood zijn gegaan toen het meer werd gevuld; in een van de bomen had een paartje visarenden hun nest gebouwd. Op de zandbank vlak voor de oever kwamen elke dag een stuk of wat krokodillen van een meter of drie zonnebaden. We hebben hier twee dagen bijna alleen maar om ons heen gekeken en behalve een wandelsafari verder weinig gedaan. Met de wandelsafari onderbegeleiding van een gids hebben we over de paden gelopen die de dieren gemaakt hebben. We hebben de plek gezien waar een olifant heeft liggen slapen: de afdruk van zijn huid stond nog in het zand. We hebben een boom gezien waar olifanten tegen aan schuren als ze jeuk hebben. We hebben de wc van een duiker gezien, hij/zij poept altijd op dezelfde plek. Maar spannender dan dit kunnen we het niet maken. Behalve een olifant die binnen een seconde in de bosjes verdween toen we hem zagen, hebben we geen dier gezien. Helaas, volgende keer beter. Het viel ons hier al vrij snel na aankomst op dat de dieren hier heel erg schuw zijn. De enkele impala die we hebben gezien, rende zelfs voor ons weg. Ook diverse olifanten hebben we alleen van ver af gezien, omdat ze er vandoor gingen. Op dit moment loopt er een grote anti-stroperijcampange in het park en ze hopen dat als het stropen afneemt, de dieren ook minder schuw worden. Zo moet dit park de grootste leeuwdichtheid van Zimbabwe hebben en leven er veel luipaarden. Maar meer dan afdrukken van kattenpoten hebben we niet gezien.

Na drie donkere nachten en twee dagen mooi uitzicht hebben we ons aan de terugweg gewaagd. De terugweg hebben we volledig met vierwielaandrijving gereden en we hebben voor de tweede keer deze reis de lage gearing gebruikt. (Weet iemand daar trouwens een goede Nederlandse vertaling voor?). “A bit bad” zei ze. Waarschijnlijk had ze de weg zelf nog nooit gereden, want de medewerkers in het park noemden de weg horrible en hadden ‘m nog nooit zo slecht gezien. Omdat de Bradt een zelfde toegangsweg beloofde naar Chizarira en een van de mensen in Matusadona dit bevestigde, hebben we dit park gelaten voor wat het is en op de hiervoor-gaan-we-nog-een-keer-terug-naar-Afrikalijst gezet. Die lijst begint overigens aardig lang te worden …. een jaar is veel te kort.

Na nog een paar honderd kilometer zeer slechte en stoffige dirtroad door een hele mooie omgeving, twee nachten in Binga, een ritje over slecht en gelukkig een over zeer vlak asfalt, kwamen we aan in de stad Victoria Falls. Na alle rustige plekken waar we zijn geweest, moeten we nu weer even wennen een de grote hoeveelheid toeristen inclusief bijbehorende meuk die hier te zien is. Het begon al bij de eerste camping “that’s fourteen dollar per person per night and eight dollars per vehicle”. Hier willen we een dag of tien blijven staan en we hebben ongeveer een week te spenderen voordat Sandra op bezoek komt en twee weken met ons mee gaat reizen. De tweede camping vroeg vijf dollar pppn, dat klinkt een stuk beter.

We doen in Vic Falls weer een fatsoenlijke onderhoudsronde voor de auto, dat heeft ie na die vijfhonderd kilometer slechte dirtroad (geen pleonasme) wel verdiend, maken ‘m weer helemaal echt schoon, wassen onze kleren weer, gaan even naar immigration om ons visum te verlengen, vullen de boodschappen aan en zoeken uit wat we hier kunnen en willen gaan doen: over de Vic Falls vliegen, ziplinedingesen, met de oude tram de spoorbrug op, de Vic Falls bezoeken …  we krijgen het nog druk ….   Oh ja, en bij het wisselen van het tweede reservewiel ontdekten we dat dit niet op de velg past: de band is een ander type dan de XZL's, dat wisten we, en ook een 9.00R16, maar wel een paar centimeter smaller. Hebben we toch een dingetje over het hoofd gezien bij de voorbereidingen ... Het betekent wel dat we nu dus geen reservebanden meer hebben en we gaan uiteraard op zoek naar nieuwe. Wordt vervolgd!  


Zimbabwe (14-12 t/m 21-12)

De grensovergang van Zuid-Afrika naar Zimbabwe verliep iets minder snel dan de grensovergangen die we tot nu toe hadden gehad (naar Lesotho en Swaziland). Omdat we nu echt Zuid-Afrika gingen verlaten moest ons carnet uitgestempeld worden. Het scheelde dat ze wisten wat een carnet was, maar we waren pas de eerste deze week die een carnet hadden dus werd een zoektocht naar degene die het carnet mag stempelen op touw gezet. Al met al waren we toen een uur verder. We vonden het vrij druk bij de grensovergang en wat bleek: de kerstvakanties waren begonnen. Dat wisten we wel, maar we hadden niet bedacht dat er inmiddels heel veel Zimbabwanen in Zuid-Afrika werken en nu hun familie op gingen zoeken. Het was dan ook al de hele nacht druk geweest bij de grens. Door een stukje niemandsland kwamen we bij een gigantisch terrein aan waar we onze auto moesten parkeren en lopend ons papierwerk regelen. Bij aankomst stonden er mensen klaar die onze papieren wel even zouden regelen (we hoorden later dat dit circa US$ 250,- gekost zou hebben). We regelen het zelf wel. Toen kwam er een ander mannetje (als enige naast de gewone ambtenaren met een veiligheidsvestje aan) met het verhaal dat toeristen belangrijk zijn, dat hij voor de overheid werkt  en dat hij zonder betaling er voor zou zorgen dat we niet zo lang hoefden te wachten. Klopt dit verhaal wel of niet? Met gezonde argwaan gingen we naar de douane toe. Het mannetje liep met ons mee, ondanks dat we zeiden de papieren zelf te regelen. Volgens het mannetje hoefden we hem wederom niet te betalen. Bij de douane moesten we eerst een gateway pass kopen (hierop stempelt zowel de douane als de immigratiedienst, wanneer je er geweest bent en wordt ter controle gebruikt als je de grens uiteindelijk met auto en al passeert). Wij gingen eerst naar ‘immigration’ voor een visum. Dat was een heel schrijf-lees—overtyp-en stempelwerk maar uiteindelijk kregen we een mooie, volledig gevulde pagina in ons paspoort. Van de medewerker van immigration kregen we ook de indruk dat er vanuit de overheid niemand is die toeristen versneld het land in helpt en dat sterkte ons vermoeden dat het mannetje toch niet helemaal te vertrouwen was. Hij zei ook dat onze papieren al achter de balie lagen, hij al betaald had en alleen Eelke’s paspoort er nog even naar toe moest ter controle. Met een smoes hebben we de man mee naar de douane gekregen en toen ie weer wegliep gevraagd of ze ’m kenden. Niet dus. Zijn maat had al onze papieren in een mapje zitten, die hebben we er maar weer uitgevist. Helaas een paar honderd Rand armer (gelukkig geen US$ 250,-) en vier uur in de rij staan rijker. Het probleem was, dat aan de Zuid-Afrikaanse kant een dergelijke man wel van de douane was en onze papieren netjes in orde gemaakt had. Ook met hem zijn we trouwens overal mee naartoe gelopen. Daarnaast zij we bij eerdere grensovergangen ook al douanemensen in vrijetijdskleding tegengekomen. Het is dus erg lastig om de juiste mensen er uit te halen.

Maar goed, na betaling van de Road Acces Fee, Carbon Tax en het stempelen van ons carnet wilden we ook nog een Third Party Insurance hebben. Dat was maar een rare vraag, want dat dekt het carnet toch? Het carnet is alleen de garantie dat wij de auto weer mee het land uit nemen en niet invoeren, maar geen verzekering. Na verschillende mensen gevraagd te hebben bleef het antwoord vaag en in het gebouw met ‘third party insurance’ op de gevel verkochten ze alleen water.  Inmiddels waren we het na de halve dag wachten in 35 graden wel een beetje beu dus op de gok dat de roadblocks van de politie onderweg niet al te streng zijn, zijn we maar op pad gegaan zonder verzekering. We wilden naar de Great Zimbabwe Ruins en dat was nog circa 300 km rijden. Omdat dat de wegen smaller en slechter waren dan in Zuid-Afrika, kwamen we hier rond zes uur ’s avonds aan.

De volgende dag hebben we de ruïnes bezocht. Deze ruïnes en de overige ruïnes verspreid over het land zijn de naamgever van het land. In het Shona (Shona is de taal van het Shona-volk, dat in het oosten van Zimbabwe woont) werden namelijk de woorden ‘dzimba dza mabwe’ gebruikt, wat vertaald wordt als ‘houses of stone’ . Het zijn de grootste stenen gebouwen (op de piramides van Egypte) na die in Afrika met de hand gebouwd zijn. De precieze functie van de gebouwen is niet overal bekend. De muren zijn gebouwd door stenen te stapelen. Er werd geen cement gebruikt dus moest het goede formaat stenen uitgekozen worden. De muren zijn op sommige plaatsen vijf meter dik. Er zijn ook uitkijktorens gebouwd.

Na de ruins hebben we nog twee nachten aan de andere kant van het aanwezige meer geslapen en daar Eelke’s verjaardag gevierd. We hadden uit Nelspruit twee flesjes Maredsous meegenomen en drie wilde zwijnen waren de verjaardagsvisite. Familie en vrienden waren aanwezig in fotovorm op een slinger en de placemats (met dank aan Els en Hester!). 

Van hieruit zijn we naar de Eastern Highlands gereden, het gebergte tegen de grens met Mozambique. Dit moet een heel mooi gebied zijn, maar staat bekend om zijn  ‘Europese’ klimaat. Wees gewaarschuwd. Zover we er iets van hebben kunnen zien was het ook heel erg mooi en groen, maar het merendeel van de tijd stonden de ruitenwissres in de snelste stand en was het zicht beperkt tot maximaal 100 meter. We wilden naar Chimanimani, maar zijn doorgereden tot Mutare. Hier hebben we een rondje door de Bvumba Mountains gereden en zijn bij Tony’s Coffeeshop geweest. Daar serveren ze koffie, thee en superlekker gebak. Hier hebben we de schade van Eelke’s verjaardag ingehaald met grote stukken taart en overheerlijke koffie.

Onderweg van Masvingo naar het oosten kochten we nog twee maiskolven en een zak lokale vruchten. We vroegen hoe je ze moest eten en de verkopende kinderschare deed het graag voor: openbreken, leegslobberen en de pitten uitspugen. Later zagen we Vervetapen de vruchten op dezelfde manier eten; wie het van wie heeft geleerd weten we niet. Voor twee dollar kieperden ze de hele schaal in een zak en hadden we genoeg fruit voor een week. Een paar dagen later leerden we dat het mpanga’s waren, een vrucht waar geen goede Engelse naam voor bestaat. Sugarplum komt nog het dichtste in de buurt.

Tot nu toe hebben we, op de uitzondering bij Hluhluwe na, alleen op campings overnacht. Deels omdat wildcamperen sterk afgeraden werd, maar ook omdat er gewoon campings zijn. Zo wilden we op weg van Mutare naar het noorden overnachten in Marondera. De Lonely Planet van Southern Africa (‘Het boek van Ben’), de Bradt en Tracks4Africa kenden geen camping, maar op de kaart stond er een. Bij navraag op het politiebureau bleken er twee te zijn en kregen we de juiste richting. Tenminste, na een kwartier hadden we vier mondelinge routebeschrijvingen, eentje volledig uitgeschreven en twee getekend. Kortweg kwamen ze neer op ‘neem de hoofdweg naar Harare, eerste links, eerste links en vraag het daar nog maar eens’. Na een kilometer of negen op die laatste weg, waarbij we geen sterveling tegenkwamen om iets te vragen, gaf een bord in de berm een lodge met camping aan naar rechts. De naam kwam overeen met de beschrijving van een van de agenten. Na vier kilometer konden we in een dorpje kiezen voor de lodge of de camping en namen we de laatste. We reden verder tussen enkele akkers door en vonden twee gemetselde gebouwtjes met ‘men’ en ‘women’ erop in de groenstrook. We konden er parkeren en blijven staan, maar op basis van de grote groepen mensen die we in de voorgaande dagen op de velden hadden zien werken trokken we de conclusie dat de toiletgebouwtjes voor hun moesten zijn. We reden door en een kilometer later eindigde het pad zowaar bij een groot omheind terrein. Op het dak van het nog niet voltooide poortwachtershuisje stond ‘camping’. Maar dat was het wel zo’n beetje. Midden op het terrein woonde een vrouw, die niet snapte dat we daar in de auto wilden slapen en verwees ons  naar het huis van The Boss. We reden van de camping af en kwamen op het terrein van de lodge. Een jongen die we naar The Boss vroegen wist te vertellen dat ze bij de kippenschuur een eindje verderop was en reed er mee naar toe. The Boss keek met een combinatie van ongeloof en interesse naar onze auto, maar leek het begrip ‘camping’ niet echt te begrijpen. We konden wel bij een van haar lodges parkeren en de badkamer gebruiken als we dat goed vonden. Uiteraard! De jongen namen we weer mee en die wees ons de juiste lodge. Het zeer uitgestrekte terrein was nog niet af, maar er stonden verschillende lodges, een hokje voor de nachtwaker en een groot receptie/restaurant/conferentiegebouw. Een kwartiertje later kwam de vrouw de sleutel brengen en vroeg of alles naar wens was. We wisten nog niet wat ze zou rekenen, want om daar als eerste over te beginnen is wel erg Hollands. Ze wist het eigenlijk zelf niet, want dit was de eerste keer dat ze gasten zoals wij te slapen kreeg. Ze moest het hebben van conferenties en bijeenkomsten van kerken. Nadat ze gehoord had wat we doorgaans voor een overnachting betaalden, stelde ze vijf dollar per persoon voor en dat vonden we prima. We hebben een hapje eten gemaakt, de nachtwaker blij gemaakt met een flinke hand vol mpanga’s en zijn gaan slapen. Toen we volgende ochtend wegreden, konden we de gedachte dat dit een van de projecten van Mugabes mislukte landhervormingsprogramma was, toch niet helemaal tegenhouden.

Na Marondera zijn we via Harare naar de grotten bij Chinhoye gereden. Na een bezoek aan de grotten met uitleg van Paddy, een Zimbabweaan die er met z’n dochter, nichtjes en zusje was, hebben we daar geslapen en zijn we de volgende dag doorgereden naar de grens met Zambia. We wilden de kerst in Mana Pools of Lake Kariba doorbrengen, maar omdat we de regen wel beu waren wilden we snel naar Zambia. Ons bezoek aan Zimbabwe duurde maar een ruime week, maar we hebben onszelf beloofd dat goed te maken als we weer naar het zuiden rijden. Zimbabwe en de Zimbabwanen verdienen een langer bezoek.

Algemene indruk van Zimbabwe:

Mensen: vriendelijk, behulpzaam, trots op hun werk, blij met toeristen. 80% zou werkloos zijn, maar we hebben het vermoeden dat dan ook alle mensen die iets langs de weg verkopen meegeteld zijn. Overigens zijn de verkopers niet opdringerig. Nee is nee en dan lopen ze ook door. Ook als ze gezien hebben dat je iets bij een ander hebt gekocht, vragen ze je niets meer.

Land: winkels zijn vol, brandstof genoeg, maar dankzij Mugabe’s beleid is er wel veel armoede en komen er al helemaal geen buitenlandse investeerders. Eén van de oorzaken is dat de verjaagde blanke boeren nog de eigendomsrechten van landbouwgrond hebben. Maar de boerderijen zijn weggegeven aan donkere mensen. Deels zijn boeren uitgekocht met Engels belastinggeld, maar dat is een ander verhaal.  De boerderijen kunnen echter zo weer worden opgeeist door een ander: met een door Mugabe getekend briefje. Mugabe geeft graag dingen weg aan vrienden, die niet van hem zijn. Dit levert twee problemen op: omdat de boerderijen officieel nog van de blanke boeren zijn, kunnen ze niet als onderpand voor een lening dienen en niemand investeert geld in een boerderij die morgen weer van een ander kan zijn. Zo kom je voorlopig niet verder met je land. Daar komt bij dat de nieuwe eigenaren geen boer zijn en niet willen en weten hoe je een akker moet (laten) bewerken.

Slangen: we hebben er in Zimbabwe drie gezien. 1) groene boomslang onder de overkapping van het hutje waar we schuilden tegen de regen op de camping bij meer Lutirikwe. Circa 50 cm lang. 2) een pofadder, een van de gevaarlijkste slangen, omdat deze slag niet vlucht als hij gevaar (een mens) aan hoort komen, maar volledig vertrouwt op zijn schutkleur. Hierdoor is de kans dat je er op gaat staan en gebeten wordt vrij groot. Dat zorgt in deze landen toch elk jaar wel voor een aantal doden. Goed, degene die wij gezien hebben was 15 cm lang en dood, maar toch het was er één. 3) een slang, geen idee welke, midden op de weg van circa 2 meter. Hij leefde nog wel toen we er langs reden, maar of ie nog steeds leeft ….

Wel/niet naar Zimbabwe: als toerist voor de gewone burgers: ja, je bent de enige bron van inkomsten voor deze mensen. Zolang er geen toeristen komen, zal en kan er (door gebrek aan geld) ook niet geïnvesteerd worden in (betere) faciliteiten.

Weer: zeer lokaal onweer, wolken en volle zon. Pas opruimen als je echt in de regen zit. Bliksem voor blauwe lucht.

Wegen: de Zimbabwaanse wegen zijn in redelijke staat, maar wel met potholes. Voor de wegen met erg weinig verkeer leggen ze een smalle strook asfalt neer met stevige bermen: bij een tegenligger kan je allebei de berm als extra strook gebruiken. We kwamen veel roadblocks tegen, maar we zijn weinig gecontroleerd. In verband met de vakantie letten ze erg op de snelheid. Andere toeristen hebben we wel horen klagen over deze kennelijk beruchte boetes, maar meer dan een krant, een halve fles water en een handvol mpanga’s hebben de controles ons niet gekost. Nou is een snelheidsovertreding met onze auto ook niet eenvoudig te maken. Of het door de relatief smalle wegen komt, door de slechte staat van onderhoud van de voertuigen of door het rijgedrag weten we niet, maar we hebben vrij veel autowrakken naast de weg zien liggen; in leeftijd variërend van nog geen uur tot enkele jaren en met relatief veel bussen.

 

 

   





Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.