Zambia

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

Zambia (10-5 t/m 18-5)

Van Lilongwe naar de grens was geen probleem, de weg was goed en eigenlijk ook een van de saaiste wegen die we in Malawi hebben gezien. Op wat oponthoud bij een irritante agent na (drivinglicense! International drivinglicense! Fire-extiguisher! Traingles!) ging het prima. De grensovergang was niet lastig en Zambia viel eigenlijk ook erg mee. Ondanks dat dit een van de meest gangbare grensovergangen is tussen Zambia en Malawi, was het er niet druk. Bij het ene loket hebben we voor de tweede keer deze reis onze vaccinatieboekjes moeten laten zien en zelfs het serienummer van onze gele koortsinenting in het grote boek moeten schrijven. Bij het tweede loket konden we ons visum halen en bij het derde loket moesten we de carbontax betalen. In de tijd dat we op de bon van de carbontax moesten wachten, degene die dit maakt was nog even bij de bank ernaast, konden we bij een ander gebouwtje de roadtoll betalen. Dat andere gebouwtje was te bereiken via het hoge gras, tussen de geparkeerde-inbeslaggenomen-auto’s door. En toen we daar stonden had de man van de ‘councel’, soort provinciebelasting, ons ook gevonden. Bijna US$ 150,- armer en een stapel papieren en stempels rijker konden we Zambia in.

In Chipata, vanwaar we naar South Luangwa wilden, zijn we eerst op zoek gegaan naar een werkend pinapparaat, zonder eigen mening en dat ook nog onze bankpas accepteert. Helaas hebben we die na vijf verschillende opties geprobeerd te hebben, niet gevonden. De grootste kans hebben we bij Barclays of Stanbic, maar beide automaten waren tot nader order buiten werking. Waar wij dan besluiten om door te rijden (we hebben namelijk nog wel dollars) blijft de gemiddelde Afrikaan in de rij staan wachten tot de automaat het wel weer doet. Dit was niet de eerste keer dat we ze dat zagen doen.

Eten en diesel hadden we nog voldoende en we zijn dan ook maar gelijk door gereden naar South Luangwa NP. Volgens de reisgids zou deze weg niet fantastisch zijn, maar het asfalt heeft de volgende druk vast ingehaald, want er lag nu overal vlak asfalt. Nog een paar jaar wachten en je kan met je Tupperwarecamper van Cairo naar Kaapstad. Tachtig kilometer per uur rijden was weer even wennen, maar dankzij de goede weg kwamen we rond drie uur bij camping Track & Trail aan. Gerund door Nederlanders, alhoewel we die niet gezien of gesproken hebben. Ook hier zijn we, zoals zo vaak, de enige gasten op de camping. Wel lekker rustig. Micha en Daniële hebben ons hippo’s en olifanten op de camping beloofd: de hippo’s hebben we niet gezien, maar de olifanten op de tweede dag wel.

Vanaf de camping/lodge heb je zicht op de Luangwa, de rivier waarnaar dit park is vernoemd. Hierin zwemmen, dobberen, slapen vele nijlpaarden. Eén van deze logge dieren had het blijkbaar zo naar zijn zin dat hij aan het koprollen was in het water. We hadden nog niet eerder alleen de poten van een nijlpaard boven water gezien. In het rijtje ‘hadden we nog niet eerder gezien’ zagen we later ook hoe een aantal olifanten de vrij steile, zanderige oever afdaalden om te kunnen badderen in de rivier: ze lopen op hun voorpoten en laten hun achterpoten zakken tot ze op hun knieën zitten. Zo schuifelen ze dan naar beneden. Een van de kleintjes moet dit nog wat vaker oefenen, want die eindigde op zijn zij onderaan de helling.

We hebben twee dagen in het park doorgebracht. Het merendeel hiervan zelf rijdend zonder gids, zoals altijd eigenlijk. De eerste ochtend vonden wij onszelf de meest gelukkige mensen op deze aardbol: na nog geen uur rijden dachten we twee spelende jonge aapjes naast de weg te zien, maar dit bleken twee jonge luipaardjes met hun moeder. De kleintjes waren achter elkaar aan aan het rennen en duikelden over elkaar heen. Helaas kwam er binnen een paar minuten een safariauto die vond dat hij wel off-road mocht rijden en heeft het luipaard met de jongen de bush in gejaagd; bedankt sukkel! We zijn nog een keertje omgedraaid en hebben ze in de verte nog even zien lopen. Maar weer duurde onze ontmoeting met een luipaard zo kort dat we geen goede foto’s hebben, helaas. We hebben daarna nog een aantal uren door het park gereden en van alles gezien: nijlpaarden uitgedost met mooi groen kroos of een reiger op hun rug, olifanten met en zonder kleintjes, heel veel impala’s en puku’s, zebra’s zonder schaduwstrepen, een paar keer een dwerg mangoest die meestal een wedstrijdje staren met ons deed en vele families zwijnen. In het rijtje ‘hadden we nog niet eerder gezien’ konden we ook iets unieks toevoegen: twee olifanten lagen op hun zij in de bosjes. Dit doen ze zeer zelden en we hebben dan ook even gewacht om zeker te weten dat ze ademden of een keer met een oor wapperden. Er ging geen half uur voorbij zonder iets te zien. Aan het einde van de ochtend waren we het wel een beetje beu. We waren om 6 uur al in het park en inmiddels was de temperatuur opgelopen tot 40 graden. Maar nog geen halve kilometer voor de uitgang lag een luipaard in de schaduw van een bosje direct langs de weg! Hiermee hebben we ons aantal luipaardbezichtigingen op één ochtend verdrievoudigd: van 2 naar 6. Dit vrouwtje bleef op gemak liggen, dus hebben we eindelijk mooie luipaardfoto’s kunnen maken. Na een half uur was ze het beu, stond op en stak vlak voor onze auto de weg over. Onze dag kon niet meer stuk!!

’s Middags hebben we nog een rondje gedaan. De meeste dieren die we ’s ochtends gezien hadden hebben we ’s middags weer gezien, behalve de luipaarden. We hebben de collectie aangevuld met giraffen en buffels, die schijnen hier ’s ochtends nog uit te staan. De eerste giraffen die we tegenkwamen liepen op de plek waar we ’s ochtends het tweede luipaard hadden gezien. Later zagen we nog twaalf giraffen op een grote open vlakte lopen. Deze vlakte deelden ze met puku’s, impala’s en zwijnen. Het blijft altijd wel erg leuk om al die verschillende dieren dezelfde ruimte te zien delen en hoe ze op elkaar reageren.

De tweede dag hebben we ’s ochtends zelf gereden. We hebben ook deze ochtend weer een luipaard gezien, hetzelfde dier als een van die van gisteren: het was op bijna dezelfde plek, op ongeveer het zelfde tijdstip. Vergelijking van de foto’s van beide dieren bevestigde ons vermoeden. Maar het blijft mooi om naar te kijken en dat geldt eigenlijk voor de meeste dieren. Dus ook deze ochtend was het geen straf om naar hetzelfde rijtje dieren te kijken als de dag ervoor. De enige dieren die we echt niet mooi vinden zijn de wrattenzwijnen, maar ja die zijn wel weer erg grappig. Zeker als ze rennen met hun staartjes in de lucht. Buffels zijn ook niet echt moeders mooiste, maar wel ontzettend nieuwsgierig. Ze kijken net zo sullig uit hun ogen als onze Nederlandse koeien (familie misschien?). Voorlopig verveeld het ons nog niet: hele dagen dieren kijken.

In de namiddag hebben we een avondgamedrive gedaan met chauffeur/gids Friday en gids-in-opleiding Innocent. Wanneer je zelf rijdt moet je om 18 uur het park uit zijn en de touroperators mogen tot 20 uur. En dan kun je met een beetje mazzel de nachtdieren meepakken. Die mazzel hadden we, want naast een luipaard op baboonjacht, waren vier hyena’s op luipaardjacht. We hebben hier ook weer drie genetkatten gezien en een Bushy-tailed mongoose. In Nederland wordt nog wel eens schamper gedaan over Daniël Defoe die Robinson Crusoë z’n maatje Friday had genoemd. We zijn op onze reis al een stuk of wat Fridays tegengekomen, inderdaad geboren op vrijdag. Overigens was de naam van onze nachtwaker bij Track&Trail niet verbonden aan zijn eigen geboorte: January z’n opa was namelijk in januari geboren en hijzelf in februari. De derde dag hebben we gebruikt om te wassen, het luchtfilter te vervangen en het een en ander achterin te herschikken. Er moest immers nog een houten auto een plekkie krijgen.

De afstand van South Luangwa naar de grens met Zimbabwe willen we in vier dagen overbruggen. De eerste etappe is terug naar Chipata voor boodschappen/diesel/geld. We hebben ruim de tijd, zo nodig kunnen we nog aansluiten in een rij wachtende Afrikanen. Het bleek niet nodig, want de ATM op het vliegveld waar we een ommetje voor maken doet het gelukkig wel. We lopen nog wel wat vertraging op als de auto na een anderhalf uur vervaarlijk begint te bonken. Het asfalt is niet helemaal glad, maar zo regelmatig zijn de hobbels niet en het wordt snel erger. Maaike zet de auto aan de kant en we zien in wang van de rechterachterband een bobbel ter grootte van een voetbal: die kan naar de bandenslipperjongens. Binnen een minuut staan de lokale hulptroepen al nieuwsgierig klaar voor commentaar, maar verder dan “ahhh white!!!” toen Eelke z’n shirt wisselde voor een sleutelshirt kwamen ze niet. Binnen drie kwartier zat de reserveband er op, was alles weer opgeruimd  en konden we verder.

In Chipata sliepen we bij Mama Rula, een rustige plek vlak bij Chipata. Tenminste, dat dachten we. Toen we aankwamen stond er een Duits echtpaar met hun overlandtruck en die maakten inderdaad niet veel herrie. Nog geen half uur na ons ging de poort echter open en kwam overlandtruck ‘Ray’ van een ons reeds bekende organisatie het terrein op. En een kwartiertje later z’n broer ‘Janis’: weg rust! Het klinkt inderdaad bejaard, maar als je zo met z’n tweeën onderweg bent en je staat voor het grootste deel van de tijd alleen op stille campings, is dit wel weer schrikken. Op de een of andere manier kan dit type toeristen alleen maar met elkaar praten alsof ze dertig meter uit elkaar staan en zetten ze hun tenten neer met een persoonlijke ruimte die overeenkomt met die in de Rotterdamse metro in de ochtendspits: de haringen eindigden onder onze voorbumper. Mischa’s mening (www.tenhoope.net) over de dove alcoholisten konden we uit eerdere ervaringen nog niet helemaal onderschrijven, maar nu hadden we het dus dubbel op. Eén van trucks bleek ook nog eens gevuld met veertien Nederlandse dames en zes heren op singlereis… we hadden dus extra geluk. Een stroomstoring bracht ’s avonds even wat rust tijdens de karaoke, maar dat duurde maar een minuut of vijf: toen gingen ze zelf verder met Hazes. Daarna pakte de reisleider z’n gitaar en hebben ze nog een tijd zitten zingen. Hebben we echt zelf ook ooit zoveel herrie gemaakt? Nee toch? Oh ja, toch wel, maar dat was jaren geleden in een betonnen kelder. Overigens rijden we langzaam het hoogseizoen in, dus we vrezen dat we er aan zullen moeten wennen. Zimbabwe is nog redelijk vrij van toeristen, maar we vrezen het hoogseizoen in Botswana. Onderweg naar Lusaka reed ons nog een andere overlandtruck tegemoet. We vroegen ons af of we ze misschien zouden kennen, maar de chauffeur knipperde al van verre: hij kende ons in ieder geval wel. Het bleek ‘Roy’ te zijn van dezelfde bekende organisatie. Uiteraard hebben we teruggezwaaid, de chauffeurs zijn meestal aardige gasten. Roy hebben we eerder in Jinja en in Dar es Salaam gezien. Het was de chauffeur die z’n cabine naar voren kantelde zonder z’n bullbar naar beneden te doen. Toen kon ie een nieuwe voorruit gaan halen.

Zambia is ook ons laatste land van Donker Afrika, want daar hoort Zimbabwe niet meer bij. Daarna komt de Zuid-Afrikaanse douane-unie (Botswana, Namibië en Zuid-Afrika), dus vanaf nu wordt het leven een stuk geciviliseerder. Wat betreft boodschappen is dat wel prettig, maar Donker Afrika heeft zeker een charme die we wel gaan missen. Langs Lake Kariba krijgen we nog een stukje en dan is het wel zo’n beetje over. Voor onszelf maken we op dat soort momenten wel eens lijstjes: mooiste park, leukste land, aardigste mensen, dat werk. We hebben ook een lijstje gemaakt van wat we nu echt missen aan Nederland en wat echt niet. En uiteraard ook wat we straks zullen gaan missen van Afrika. En wat niet.

Wat we missen uit Nederland

een wasmachine
het gemak waarmee je boodschappen doet/spullen koopt en de keuze die je hebt
verder niks. Echt niet? Nee, echt niet. Nou ja, familie en vrienden wel een beetje dan.

Wat we niet missen

gezeik over treinen die een paar minuten te laat zijn of eigenlijk gezeik in het algemeen “Hallo, we wonen in een van de rijkste landen ter wereld en zitten te dringen op de top van de Maslow-piramide. Zeik niet en realiseer je eerst even wat je hebt!”
regeltjes voor alles en gebrek aan handhaving (we verscherpen gewoon de regels en denken dat mensen zich er dan wel aan houden)
koude, kille, natte, donkere, saaie, winderige herfst- en winterdagen. Eigenlijk alle herfst- en winterdagen dus

Wat we zullen missen aan Afrika

het weer
de natuur
apen, nijlpaarden, olifanten, eekhoorns, hyena’s, ander harig gespuis en vogels op de camping
ruimte
rust
sterrenhemels
zonsondergangen- en opkomsten
‘een probleem is pas een probleem als het een probleem is, maar dan lossen we het wel gelijk op’
‘pole pole’, houding, attitude van de mensen

Wat we niet zullen missen

dirtroads met potholes en wasborden
‘als je even had nagedacht, was het probleem nooit een probleem geworden. Ook al los je het gelijk op’ 
ATM’s (geldautomaten) met een eigen mening
vliegjes voor je ogen/in je oren/in je neus, muggen en allerhande andere steekbeesten

Tot zover Zambia en tot zover Donker Afrika voor deze reis. 


Zambia (21-12 t/m 30-12)

De grens van Zimbabwe met Zambia bij Chirundu is een bijzondere: het is namelijk een one-stop-borderpost. Eigenlijk ben je Zimbabwe al uit, de brug over de Zambezi over en dan moet het stempelwerk nog beginnen. In één ruimte, aan de ene kant van de balie, stempel je eerste Zimbabwe uit: voor jezelf bij ‘immigrations’ en voor de auto bij ‘customs’. Het derde mannetje controleert dit. Tenminste, dat bleek toen de krantlezende man in vrijetijdskleding duidelijk maakte dat ie ergens een stempel wilden zetten. We waren ‘m al voorbij gelopen. Aan de andere kant van de ruimte koop je je visum, stempel je je carnet, betaal je nog een carbon tax, tol, een bijdrage voor de provincie en koop je een verzekering. Maar met 1,5 uur waren we hier wel mee klaar. Dat ging voorspoedig. Deze grensovergang wordt met name gebruikt door vrachtverkeer en bussen. We hebben weinig andere personenauto’s gezien.

Circa 100 meter na de grens zijn we rechtsaf gegaan richting de camping aan de Zambezi en de Kafue waar we een paar dagen wilden staan. Zodra we de grens over waren kregen we wel weer echt het gevoel in Afrika te zijn: slechte wegen, mensen bij stalletjes waar ze van alles en niks verkopen, verkeer was chaotisch (zo direct na de grens stonden overal en nergens vrachtauto’s geparkeerd), mensen die in hutjes langs de weg wonen en kinderen die staan te zwaaien. De 12 kilometer naar de camping heeft ons ongeveer driekwartier gekost, maar het was wel weer leuk om zo te rijden.

Na de kilometers die we de afgelopen dagen hadden gereden was het wel lekker om hier een paar nachten te staan. En we moesten uitvinden wat er met de koelkast aan de hand was, want die deed het niet zo goed meer. De compressor sloeg wel aan, maar direct weer af en dan weer opnieuw aan. Bij bijna 40 graden is een koelkast toch wel praktisch, dus wat zou het kunnen zijn? Eerst gedacht aan oververhitting: bij een omgevingstemperatuur van 32 graden vindt de koelkast het te hard werken volgens de beschrijving. Dit zou het kunnen zijn, maar we hebben wel eerder dagen gehad waarin het warmer was dan 32 graden. Toen deed hij het ook gewoon. Na een paar dagen prutsen bleek dat het niet zozeer aan de omgevingstempratuur lag maar aan de stroomvoorziening. Op de een of andere manier trekt de compressor op warme dagen bij het aanslaan net iets meer stroom dan volgens het boekje zou moeten. Blijkbaar is de capaciteit van de laadregelaar, die de stroom vanuit de huishoudaccu doorgeeft, niet voldoende. Overbelast was die dan weer niet, want daarvoor is weer een andere beveiliging. We hebben de laadregelaar anders ingesteld en vooralsnog doet de koelkast het al weer een paar dagen goed (fingers crossed).

Via Lusaka zijn we naar Kasanka National Park gereden. Hier hebben we de kerst doorgebracht. Het is een heel mooi park en heel anders dan we tot nu toe hebben gezien. Het klimaat van dit gedeelte van Zambia past meer bij het klimaat van Centraal Afrika (Congo) wat betekent dat het hier erg veel regent: circa 1200 mm per regenseizoen. Gelukkig bleek dat de meeste regen in de namiddag of nacht valt, dus daar konden we wel goed mee leven. Het landschap bestaat uit moerassen, meertjes en bos. Het park staat met name bekend om de grote vleermuizenmigratie die hier elk jaar plaatsvindt. In november-december komen er tussen de 5 en 10 miljoen fruit-etende vleermuizen naar de bossen van Kasanka. Ze hangen overdag bij elkaar in de buurt in de bomen. Soms met zoveel aan één tak dat die afbreekt en zorgt dat de vleermuizen krokodillen- of slangenvoer worden. Met zonsondergang vliegen ze uit om fruit te zoeken en rond zonsopkomst komen ze weer terug naar hun rustplaats voor overdag. We hebben zowel op 1e als 2e kerstdag gekeken naar het uitvliegen van de vleermuizen. Er was ons verteld dat er al diverse groepen vleermuizen weer weg waren, maar het verschil tussen 3 of 5 miljoen vleermuizen zien we toch niet. Het was een bizar gezicht om al die vleermuizen te zien. Het duurde ongeveer 20 minuten voordat ze allemaal uitgevlogen waren. Wij vonden onze kerstdagen in ieder geval goed besteed.

Op 1e kerstdag konden we aanschuiven bij de kerstlunch met de eigenaar/manager van het par, en drie andere bezoekers (man met zoon en een vriend). We hebben onze eigen vier maïskolven en zak tomaten gelaten voor wat ze waren en hadden nu toch nog kalkoen! Het was erg gezellig en we hebben veel geleerd van de politieke situatie in Zambia en Zimbabwe. Omdat alles anders is, hogere temperatuur, andere omgeving, geen familie en vrienden in de buurt, ontbreekt het echte kerstgevoel wel een beetje. Op deze manier kwam het toch goed.

Wat niet goed kwam, was de voorraad diesel. In Zimbabwe hadden we vlak voor de grens alles gevuld waar diesel in kon: in Zambia is de diesel een dollar per liter duurder. De jerrycans op het dak hadden we rechtop gezet, want dan is het risico op lekken het kleinst. Ze waren nu wel het hoogste punt van de auto, waardoor we nog beter op laaghangende takken moesten letten. Dit ging goed, totdat een sterke dieselgeur de cabine in kwam en er diesel langs de ramen naar beneden kwam lopen: een van de takken was achter de sluiting van de eerste jerrycan blijven hangen en had ‘m geopend. Bij elke hobbel kwam er een flinke slok uit en de auto had een dieseldouche gehad. Het dak was nat en de zijkant voor de helft. En dan is het ineens een hele grote zijkant. Bij elkaar zal er een liter of vier uitgekomen zijn. Omdat we nog naar de vleermuizen wilden voor zonsondergang, hebben we de auto de volgende dag gewassen: Tweede Kerstdag om half zes ’s ochtends.  

Na Kasanka hebben we onze route vervolgd via de Senkelle watervallen, waar we een nacht in het bos hebben geslapen. We hadden gelezen dat je hier wel mooi kon wildkamperen, maar goed dan moet je wel eerst de watervallen vinden. We hadden wel de GPS-coördinaten, maar de routebeschrijving van de Bradt klopte niet helemaal en Tracks4africa was al een paar kilometer terug afgehaakt. Na eerst 6 kilometer de verkeerde weg gevolgd te hebben, hadden we de goede te pakken. Maar toen kwam er weer een splitsing en het andere spoor (want meer dan dat was het niet tussen de bomen door) zag er niet zo vaak bereden uit. Dan maar rechtdoor waar we bij een boerenfamilie op het erf eindigden. Zij wisten wel waar de watervallen waren, alhoewel dit de eerste keer in hun leven was dat er toeristen naar kwamen vragen. Er wilde vier man met ons mee, maar oma vond twee voldoende. Dus twee man mee en hobbelen maar weer. Toch dat ene pad in waarvan we dachten dat dat het niet zou zijn. De eerste dode boom over de weg hebben we doormidden gezaagd, de volgende twee konden we nog omheen rijden en bij de vierde, ruim tien meter lang en zeker 50 cm in doorsnede, hebben we de auto laten staan. Verder naar de watervallen gelopen en eenmaal weer terug bij de auto daar ook geslapen. De gidsen bedankten god voor de mooie plekjes in Zambia en wij de gidsen met twee koude biertjes.

De laatste kilometers door Zambia hebben we redelijk snel gereden met nog een aantal overnachtingen in Mpulungu aan Lake Tanganiyka. Hier hebben we ook onze eerste Afrikaanse vis gegeten. Deze was uitgezocht, schoongemaakt en gemarineerd door de zoon van de campingeigenaar. Smaakte prima! Vanuit Mpulungu reden we naar de grens met Tanzania. We hadden weer eens een leuke route en grensovergang uitgezocht en hadden niet het idee dat we vier uur later weer in Mpulungu zouden staan, maar waarom dat zo was staat in het eerste Tanzaniaverhaal.

 




Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.