Rwanda

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

Rwanda  (6-1 t/m 16-1)

Aan zowel de Tanzaniaanse als de Rwandese kant, werd druk gewerkt aan het bouwen van nieuwe grenskantoren. Daarom waren alle ambtenaren tijdelijk ondergebracht in zeecontainers. Zoals meestal bij het verlaten van een land, was ook Tanzania ‘uit’ geen probleem: stempel in het paspoort, stempel op het carnet en Klaar is Kees. Stap 2: Rwanda ‘in’, was lastiger. De eerste vraag die Immigration stelde was: hebben jullie je via internet aangemeld? Euh nee, moest dat dan? Ja dus. Nu hadden we volgens de beste man een probleem, want zonder aanmelding vooraf konden we Rwanda niet in. Maar we waren Tanzania al uit en dan weer terug is ook niet zomaar geregeld. En we waren al bij customs geweest voor een stempel in het carnet, dus de auto was al in Rwanda. Wat nu? In de tijd dat wij elkaar aankeken met een ‘hoe gaan we dit nu weer regelen’-blik, gaf de man van Immigration aan dat hij zou overleggen met zijn baas. Na vijf minuten moesten we bij de baas komen, waarbij we de fout maakten om met zijn tweeën tegelijk zijn kantoor (een afgeschermd stukje zeecontainer) binnen te lopen. Nee, we moesten één voor één, Maaike als eerste. Na verteld te hebben wie ze is, wat ze doet, waar we aan de reis begonnen zijn en waar we vanavond wilden slapen, moesten we een formuliertje invullen. We dachten twee keer dezelfde vragen te krijgen, zodat ze de antwoorden konden vergelijken, maar Eelke hoefde niet eens meer bij de baas te komen. Vervolgens moesten we terug naar customs om de rekening voor ons Visum te halen (waarom zegt ie dat niet meteen?) -> met de rekening naar de bank (het loket ernaast) om te betalen -> met het betaalbewijs terug naar customs die het betaalbewijs stempelde-> met gestempeld betaalbewijs en ingevuld formulier terug naar Immigrations en daar kregen we ons visum. Het visum hebben we nog even aan de baas laten zien en toen mochten we Rwanda in. Dit alles heeft niet meer dan een uur geduurd, dus dat viel gelukkig erg mee.

Van de grens zijn we gelijk doorgereden naar Kigali, de hoofdstad en hebben daar een aantal nachten op de parkeerplaats van de One Love Club gekampeerd. Dit klinkt als een …, maar zou een project moeten zijn waar mensen die een arm of been missen een prothese krijgen. Die worden betaald uit de opbrengst van de lodges/camping en het restaurant. Het was niet zo veel soeps, de werkplaats zat dicht, het grote restaurant had brand gehad en zat ook dicht, maar we stonden er vrij rustig, hadden een wc en douche tot onze beschikking en met een half uurtje lopen waren we in het centrum van de stad. Als je tenminste in één keer de goede weg neemt …. de terugweg was wel een half uur.

Net als waarschijnlijk elke andere toerist hebben we het Kigali Genocide Memorial bezocht. Dit museum/memorial vertelt nauwkeurig wat er vooraf ging aan de genocide in 1994, wat er tijdens de genocide gebeurde en daarna. Hier lazen we dat de Belgen in 1932 het onderscheid hebben gemaakt in Hutu’s (iedereen met minder dan 10 koeien, 85% van de bevolking) en de Tutsi’s (iedereen met meer dan 10 koeien, 15 % van de bevolking). De Hutu’s waren van oudsher akkerbouwers en de Tutsi’s veeboeren. Onze stelling dat het niets met stammen te maken had, was toch te stellig en het ligt genuanceerder. De Belgen stelden ook identiteitskaarten verplicht, waar de stam op stond. Ondanks dit onderscheid leefden de beide stammen gemoedelijk naast elkaar en was het geen probleem wanneer iemand van de ene stam trouwde met iemand van de andere stam. De Belgen hebben met hun indeling de aanzet gegeven naar de tweedeling en door in de eerste jaren de Tutsi’s die het land bestuurde, te steunen, de wrevel bij de Hutu’s aangewakkerd. Later wilden de Hutu’s onafhankelijkheid van de Belgische kolonisator en verlegde de Belgische steun zich naar de Hutu’s. In de decennia daarna voedden de Belgen de Tutsihaat die ontstond. Eind jaren tachtig/begin jaren negentig werden er al Tutsi’s met medeweten van de Belgen en de Fransen vermoord.

De uitgebreide versie van de geschiedenis van Rwanda voert te ver voor deze website. Meer informatie is te vinden op de website van het Kigali Genocide Memorial (www.genocidearchiverwanda.org.rw) en voor de jongere generatie op wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Rwanda). Inmiddels is het verschil tussen de stammen, mede door inzet van de huidige president, opgeheven en is iedereen Rwandees. In praktijk zijn de Rwandezen hard aan het werk de oude verschillen weg te werken en er wordt ook weer getrouwd tussen de oude groepen. Op een verbitterde enkeling na, heeft iedereen het verleden redelijk verwerkt.

Wij westerlingen ‘beschuldigen’ normaal de Afrikanen ervan niet te kunnen vooruit denken, plannen, risico’s inschatten, organiseren etc. De Hutu’s hebben echter in 1994 het tegendeel bewezen: op 6 april 1994 is het vliegtuig waar de president in zat uit de lucht geschoten en binnen een uur waren in Kigali wegblokkades opgezet, waar de Tutsi’s eruit gehaald en vermoord werden. Binnen ditzelfde uur trokken gewapende groepen de stad in om aan de hand van van te voren opgestelde dodenlijsten Tutsi’s thuis te vermoorden. Voor 1994 werden er ook al Tutsi’s vermoord, maar vanaf deze dag gebeurde het systematisch, volgens een nauwkeurig plan dat in de jaren ervoor gedetailleerd was voorbereid.

Het museum was erg indrukwekkend en schuwde er niet voor om de verschrikkingen in beeld te brengen met behulp van foto’s en interviews van overlevenden. Er waren vitrines vol met schedels en dijbenen, maar ook wanden vol met foto’s van mensen die zijn omgekomen. Wat ook erg veel indruk maakte waren de foto’s van kinderen met daaronder een lijstje met daarop vermeld: naam, leeftijd, lievelingseten, lievelingsmuziek en als laatste hoe ze zijn vermoord. In de museumwinkel hebben we de autobiografie gekocht van de Canadese generaal die het bevel had van de vredesmacht in Rwanda ten tijde van de genocide. Hij had voor de aankomende genocide gewaarschuwd, maar kreeg niet de mensen en de middelen om het moorden te voorkomen en later te stoppen.

We hebben ook nog twee kerken bezocht ten zuiden van Kigali: Nyamata en Ntarama. Deze zijn ingericht als memorial, maar nog in de staat zoals na de genocide. Hier lagen nog alle kledingstukken van de mensen die vermoord zijn. In de muren waren de gaten van de granaatinslagen, nog te zien. In de grafkelders achter de kerk lagen weer planken vol met schedels en dijbenen, meters hoog en meters diep. In Nyamata liggen zo 45.000 mensen begraven. De verhalen van de gidsen lieten ook weinig aan de verbeelding over. Dit alles was erg indrukwekkend en het is niet mogelijk om op papier weer te geven hoe je je voelt als je daar rondloopt en alles tot je neemt. We hebben geen foto’s gemaakt, dat voelde niet goed.

We lazen een aantal dagen terug op internet dat iemand van de VN waarschuwt voor een genocide in de Centraal Afrikaanse Republiek. Hopelijk wordt er naar hem wel geluisterd en krijgt hij de manschappen wel die nodig zijn om dit te voorkomen.

In Kigali hadden we echter ook leuke momenten. Zo hebben we Hans en Dorien (www.hansendorien.nl) weer ontmoet. We hadden elkaar in Nederland al een paar keer gezien en als we vanuit Nederland naar Zuid-Afrika zouden rijden, zouden we in ieder geval Egypte en Sudan samen met hun te doorkruisen. Uiteindelijk hebben wij voor een andere route gekozen en nu bleken we op hetzelfde moment in dezelfde stad alleen op een andere camping te staan. Dat laatste was vrij snel opgelost: we hebben de auto ingepakt en zijn naar hun camping gereden. We hebben met zijn vieren pizza gegeten en hebben gezellig bijgepraat. Het was een superavond! Leuk om hun verhalen te horen, die van ons te vertellen en grappig om te zien dat je tegen dezelfde dingen aan loopt. Hans en Dorien hebben hun weg vervolgd naar Tanzania, terwijl wij onze ronde door Rwanda hebben gemaakt.

Vanaf Kigali zijn we naar Butare gereden, waar we in de tuin/op de parkeerplaats van het Ibis Hotel hebben overnacht. De volgende dag hebben we het Nationaal Museum bezocht: een groot gebouw, met grote tuin en een nog veel grotere parkeerplaats, waarop twee auto’s stonden. Hier werd de geschiedenis van Rwanda, zowel geografisch als etnografisch weergegeven. Het was een overzichtelijk museum  met veel details over de leefwijze van de Rwandezen. Daar waren we allebei na een paar uur wel klaar mee.

Onze volgende stop was het Nyungwe Forest. In dit bos leven o.a. chimpansees en nog een aantal andere apensoorten. Gezien de kosten voor een wandeling, US$ 90,- pp, hebben we besloten om alleen in het park te overnachten. Gelukkig liepen er over de camping nog wel l’Hoest monkeys. Hebben we toch nog apen gezien. De volgende ochtend hebben we langs de weg ook nog een aantal van deze apen gespot. Voor het vervolg van onze Rwandaronde zijn we langs Lake Kivu naar Kibuye gereden. We hadden gevraagd hoe de staat van de weg was en het antwoord was: asfalt. De beste man heeft waarschijnlijk alleen de eerste twintig kilometer gereden, want daarna waren ze nog bezig met het aanleggen van de verharde weg. Maar heel veel verder dan het vlak schuiven van de gravelweg waren ze nog niet gekomen. Het heeft ons nog een aantal uren met gehobbel gekost om dit stuk te rijden. Het was wel een mooie route met af en toe doorkijkjes naar het meer. De kinderen langs deze route waren voor het eerst vervelend. Tot nu toe beperkte het ‘kindergedrag’ zich tot zwaaien en ‘Mzungu’ roepen. Langs deze weg spreken ze alleen toeristengels, zoals wij het maar hebben genoemd: give me money, give me pen en give me biscuity. Ook renden ze achter de auto aan, sprongen er op, het liefst zo stiekem mogelijk en probeerden de vlaggenstickers van de auto te peuteren. Dat hadden we nog niet eerder zo gehad.

In Kibuye hebben we in de tuin van het Holiday Hotel gestaan, vlak langs het meer. Het was een heerlijke plek en na wat gekibbel over de prijs en of we wel/geen douche konden gebruiken, hebben we er drie nachten geslapen. We zijn ook nog naar Gisenye gereden dat aan de noordzijde van Lake Kivu ligt. We wilden langs het meer rijden, maar toen we na twintig minuten al vier kilometer gevorderd waren en ons voelden als op de stier op de braderie, zijn we omgedraaid en hebben voor het asfalt gekozen. Slechte wegen hebben we genoeg gehad en in dit geval hadden we een alternatief. Daarbij zijn de Rwandese asfaltwegen nog voor geen vijftig meter recht en geen tien meter vlak. Daarmee zijn ze veel minde saai dan die in Zuid-Afrika of Namibië. Gisenye ligt circa tien kilometer van het Congolese Goma vandaan. Deze stad is waarschijnlijk wel bekend van het nieuws, want als er iets over Congo te melden is, is dat meestal vanuit Goma. We hebben aan de Rwandese zijde dan ook grote vluchtelingenkampen gezien. In deze regio was het leger ook goed vertegenwoordigd en hebben we meer soldaten gezien dan in de rest van Rwanda bij elkaar. Het was inmiddels al weer twee maanden geleden dat er rellen waren, dus het was er nu relatief rustig. Vanuit Gisenyi zijn we naar Kisoro in Oeganda gereden.

Algemeen beeld van Rwanda:

Rwanda is een heel groen land, aan water is geen gebrek. Het is één van de drukst bevolkte landen van Afrika en dat was goed te zien: overal zijn mensen, na elke paar kilometer was er weer een dorpje en elke vierkante meter van een helling die niet te steil was om op te lopen, was bewerkt. En wij vinden een helling eerder te steil dan een Rwandees.

Lang niet alle kinderen gaan naar school. We hebben er velen gezien die net als hun vaders, languit op hun buik in het gras lagen te wachten op … niks. De kinderen die wel naar school gingen droegen allemaal een uniform. Zelfs hun schoeisel was bijna uniform: ze verkopen blijkbaar alleen maar plastic slippers in de kleuren knalgroen, oranje, knalroze, of felblauw. Wanneer je een groepje scholieren zag en je keek alleen naar hun voeten dan leek het net een crocs-winkel.

We mochten hier voor het eerst sinds we vertrokken zijn weer aan de rechterkant van de weg rijden. Na al die maanden links gereden te hebben was het toch weer wennen, ondanks dat dit voor ons de normale plek op de weg is. Zodra we Rwanda uit zijn, mogen we echter weer naar links. Eigenlijk valt dat ook best mee, alleen de dode hoek van onze auto is dan ineens wel heel groot. Dan is het wel handig als je met z’n tweeën bent.




Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.