Ontwikkelingshulp

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

Zin en onzin, nut en nutteloosheid van ontwikkelingshulp en NGO’s

Als je een tijdje door Afrika rijdt, kijk je om je heen. Naar de wegen, het landschap, de dorpen en de bevolking. Je gaat verschillen zien, overeenkomsten ontdekken en in ons geval er ook over nadenken. Je spreekt lokale mensen, andere reizigers, Europeanen die hier wonen en werken, je leest boeken en lokale kranten. Al vrij snel kom je er achter dat we, de westerlingen, met westerse ogen naar dit continent kijken. Dat lijkt logisch, maar als je hier ook maar iets langer dan een gemiddelde vakantie bent, merk je dat dat helemaal niet zo logisch is. Of genuanceerder, dat die westerse blik eigenlijk niet verder hoort te komen dan de Sahara. Nee, de Middellandse Zee, of nee, eigenlijk hoort die gewoon in West-Europa te blijven. Kortom, ons denken verschilt zo van dat van een Afrikaan, dat we hier helemaal niet met westerse ogen naar kunnen kijken. Ze sluiten dan? Dan ga je Geert Wilders stemmen. Eerst doen en dan pas denken? Dat doet de gemiddelde Afrikaan immers ook, hoewel die het denken nog wel eens overslaat. Het lijkt er op dat we dat doen wel hebben begrepen als het om ontwikkelingshulp gaat. Alleen doen we het op z’n Westers, omdat wij denken dat die Afrikaan dat zo zou willen. Het Westen ontdekt nu echter tot zijn naïeve verbazing dat die Afrikaan het echter heel anders zou doen. Daar hadden we met zijn allen nog nooit aan gedacht ….

Hoe meer we hier met zijn tweeën over  lezen en praten, des te meer wijst alles en iedereen in dezelfde richting: zoals het nu gaat werkt het niet of zelfs averechts. Deels uit een (naïeve?) idealistische tunnelvisie, deels helaas doelgericht, maar deels ook uit onwetendheid en onbereidheid zich echt in de problematiek of in De Afrikaan te verdiepen. We hebben onze ervaringen, gedachten en meningen over armoede, ontwikkelingshulp, NGO’s en dergelijke op papier gezet om een beetje overzicht te krijgen in deze complexe materie. De inzichten zijn niet helemaal nieuw en beginnen gelukkig in beleidsmakersland en soms op de werkvloer door te dringen, maar in de media doen ze het niet goed en de gangbare meningen zijn toch anders. Het zal helaas even duren voordat we het door (willen?) hebben. Tot die tijd wordt veel geld besteed zoals we het niet zouden (moeten) willen.

Hieronder hebben we onze gedachten, ervaringen, gesprekken en dergelijke op papier gezet. Hiervoor geldt uiteraard dat we niet alles en iedereen over een kam kunnen scheren, maar het geldt vaak wel voor de overgrote meerderheid. Een aantal uitzonderingen worden benoemd. Tevens geldt dat niet alles voor elk land hetzelfde werkt. De inzet van NGO’s  (Non-Governmental Organisations, hulpverleningsorganisaties bv Rode Kruis, USAID, Artsen zonder Grenzen) en lodge-eigenaren bijvoorbeeld, verschilt in de landen. Maar de manier waarop er door de Afrikanen mee omgegaan wordt is in elk land wel hetzelfde.

Armoede en arbeidsethos

In de meeste landen op het Afrikaanse continent heerst armoede en in het ene land is de armoede groter dan in het andere land. Als een groot deel van de wereldbevolking arm is, wat is dan normaal? Zijn wij dan niet juist rijk? Ben je arm als je niet in je eigen levensonderhoud kan voorzien? Dat kan bijna iedereen op het platteland echter wel, zijn zij dan niet arm? Oké, de week van de filosofie is net geweest en de VN hebben er een definitie voor, maar zelfs over die basis ga je nadenken. Tijdens onze reis hebben we tot nu toe tien verschillende landen gezien en daarmee ook een hoop verschillen tussen die landen. Zoals hoe arm de bevolking is, de manier waarop de regering en de bevolking met armoede omgaan. En wat inwoners zelf (niet) doen om rond te komen.

Over het algemeen geldt dat de mensen die we spreken en die iets van hun leven gemaakt hebben (in Zambia, Oeganda, Tanzania), balen van hun medelandgenoten. In hun ogen zijn deze mensen vaak lui, hadden ze naar school moeten gaan en als je echt wat wilt bereiken zal je moeten werken voor je geld. Dat is wat zij ook gedaan hebben: hard gewerkt, geld gespaard en elke keer als ze een beetje bij elkaar gespaard hadden, gebruikten ze dit weer als investering in hun bedrijf of opleiding van familieleden. Andersom geldt het ook: als je je inzet, heeft dat ook daadwerkelijk zin. Zimbabwe is hierop een uitzondering, omdat akkerland vaak officieel nog eigendom is van blanken, maar er inmiddels zwarten wonen. Zij kunnen geen leningen op het land krijgen, weten niet hoe je het moet bewerken en kunnen zo weer door een vriendje van Mugabe van hun land worden verdreven: niemand investeert daar dus en al helemaal geen buitenlanders.

We zijn geen sloppenwijken in gegaan om daar met mensen te praten. Om te zien dat daar armoede heerst en de voorzieningen belabberd zijn, hoef je geen helderziende te zijn. Dat niet iedereen zijn lot in eigen hand heeft, weten we ook, net zoals het veel uitmaakt waar je wieg gestaan heeft. Dat geldt daar net zoals in onze Westerse wereld. ‘Slum dog miljonair’ was een film en echt geen werkelijkheid. Het gaat er ons echter om dat je dan nog steeds zelf na kan denken en vaak meer kan doen dan voor je hut zitten en je waswater voor je op straat kieperen.  

Om te zeggen dat Afrikanen lui zijn, is echter te kort door de bocht. Midden op de dag is het vaak te warm om iets te doen en is het logisch dat iedereen onder een boom zit. Kijk maar wat er gebeurt als in Nederland de temperatuur boven de 25 graden komt, dan gaat het werktempo ook ineens hard achteruit. Dan vinden we het ineens “veel te warm” en “geen temperatuur voor een blanke”. En dan begint het in Afrika net. Maar afgezien daarvan, kan de bevolking vaak wel meer doen dan nu. Ook daar is geen eenduidig beeld te schetsen: zo zijn in Oeganda sommige dorpen bezaaid met afval, terwijl een dorp verderop helemaal schoon is en het afval buiten het dorp wordt verbrand. Waarom sommige mensen hun afval gewoon in hun voortuin gooien is ons een raadsel: het is smerig, stinkt en is een bron van allerhande ziektes en ongedierte. Loop een kilometer en verbrand het daar! Maar nee hoor. Als het regent is het makkelijker: dan kieper je het naast de weg en stroomt het vanzelf weg: opgeruimd!

In Kenia zie je deze lokale verschillen ook, terwijl Tanzania, Rwanda en Malawi bijvoorbeeld erg netjes zijn. In Zimbabwe liggen de bermen dan weer vol met zooi en in Zambia en Zimbabwe blijven autowrakken ook gewoon langs de weg liggen. In Oeganda en Tanzania worden ze verzameld door en voor het lokale politiebureau.

Het heeft veel te maken met de passiviteit van de bevolking. Deels is het inderdaad te warm, deels is het de volksaard en willen ze niet harder werken. Een enkeling als Sandra (zie hieronder) maakt bewust de keuze minder hard te werken, maar dat zijn er niet veel. Anderzijds wordt die houding ook versterkt of zelfs aangeleerd door de manier waarop ontwikkelingshulp wordt gegeven. Als iemand bij jou een school komt bouwen, hoef je zelf niks te doen. Als iemand je eten komt brengen, hoef je er zelf niet meer voor te werken. Als je eten krijgt, school en gezondheidszorg gratis zijn en onderdak ook niks kost omdat je je eigen kleihut hebt, waarom zou je dan in vredesnaam werken? We hebben vrijwilligers gesproken die vertelden hoe zij een school aan het bouwen waren, terwijl de lokale bevolking toekeek. Dan ben je toch echt verkeerd bezig. Helemaal omdat iets wat gegeven wordt/gratis is, geen waarde heeft. Waarom zou de lokale bevolking die school of een pomp onderhouden? Als ie kapot is lopen ze gewoon weer naar de rivier, want dat hebben ze al jaren gedaan. Dan spreken ze ook nog eens mensen van andere dorpen, want als ieder een eigen pomp heeft, kom je je dorp niet meer uit. We hebben ook gehoord dat een blanke gevraagd werd om een nieuwe boot om naar de andere kant van de rivier te varen: “de onze is kapot en die is gegeven door een blanke. Jij bent ook blank, dus jij moet ons een nieuwe geven”. Marcia Luijten werd op een van haar bezoeken in een sloppenwijk gevraagd om een nieuwe pomp: de oude, gegeven door blanken, was kapot en ze wilden een nieuwe krijgen. Ja daaag, je gaat er zelf maar wat voor doen. Maar zo denkt een Afrikaan dus wel.

Zo denken ze ook dat wij blanken allemaal ongelofelijk rijk zijn. Ze schrikken als ze horen dat je voor een huis 1000,-/1500,- US dollar en voor energie 150,-/200,- US dollar per maand moet betalen. Dat laatste is hier een maandsalaris en de meesten kijken dan toch wel bedenkelijk. Als je ziet hoe de meeste blanken zich hier gedragen, zowel toeristen als expats, is hun idee over het rijke westen overigens niet vreemd. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het geven van pennen, geld, koekjes of snoepjes aan kinderen. Dit lijkt zo onschuldig, maar de kinderen verwachten van de volgende blanke die langs komt weer iets te krijgen: ze brullen in koor “give me money/pen/sweetie/bisquitie”. Ze leren zo dat je gewoon wat krijgt en er niks voor hoeft te doen. Blanken creëren een verwachtingspatroon, met als gevolg dat de kinderen er om gaan vragen = bedelen en in sommige gevallen boos/agressief worden wanneer ze niks krijgen. Ja daaag, je gaat maar wat doen voor je geld. Dat moeten je ouders en wij ook. De ervaring heeft inmiddels geleerd dat hoe toeristischer de plek is, hoe meer en agressiever de kinderen bedelen. De mate waarin verschilt per land, maar over het algemeen klopt het.

We hebben van andere overlanders wel gehoord dat ze aan het eind van de dag hun auto midden op een dorpsplein parkeerden om te kijken of ze daar konden slapen. Meestal mocht dat wel en kregen ze van dorpelingen allerhande eten. Wij hebben dat echter niet gedaan, niet zozeer uit mensenvrees, maar omdat we het niet aan onszelf konden verantwoorden eten aan te nemen van mensen die in een hutje wonen met minder luxe dan wij zojuist in hun midden hebben geparkeerd. Een koelkast, verlichting en een bed was het meest luxe dat we bij ons hadden …   

In Afrika bestaan nog veel banen die in het westen zijn wegbezuinigd, zoals de hulp bij het tankstation, de bewakers bij pinapparaten, allerhande tuinharkers, grashakkers en nachtwakers, de inpakhulp en de parkeermannetjes bij de supermarkt en uiteraard allerhande hulp in de huishouding in de betere lagen van de bevolking. Dit geeft veel werkgelegenheid, maar leidt ook tot een vertekend beeld van het Westen: als in Afrika al overal hulpjes voor zijn, hoe is dat dan wel niet in het rijke Westen? Dat wij alles zelf moeten doen, daar snappen ze helemaal niks van: we zijn toch rijk? Onze (zwarte) Oegandese gids uit 2010 viel in Utrecht in een restaurant bijna van z’n stoel: blanken in de bediening! Dat was toch bij uitstek werk voor zwarten? 

Zo vertelde Sandra uit het Oegandese Bwindi  (34 jaar) ook haar verhaal. Ze is nu manager bij Fugley’s in Kitgum. Zij komt uit een goede familie, hadden ook hulpjes thuis en was mede daardoor een verwend kind. Ze heeft kunnen studeren in Wales en kreeg daar een ontzettende cultuurschok: drukte, welvaart, individualistisme etc. Maar ook: zij was gewend dat iedereen voor haar rende, nu moest ze zelf alles doen, zoals kleren opruimen, koken, tanken en je boodschappen inpakken bij de supermarkt. De eerste keer dat ze ging tanken bleef ze wachten bij de pomp, om daarna verhaal te gaan halen in de shop: “ik ben hier in f*cking Mzunguland en moet zelf tanken?”. Ja dus. Ze heeft jaren een goede baan gehad bij Heineken (marketing van het merk in Oost-Afrika), maar heeft na een paar jaar heel bewust gekozen weer terug te gaan naar Oeganda: naar een rustiger leven, waar familie belangrijk is en je tijd hebt om te relaxen en met mensen te praten: “Elke dag uren reizen en dan een hele dag werken? Jullie zijn knettergek!”. Heineken heeft haar later nog eens benaderd, maar ook dat heeft ze afgeslagen. Het geld heeft ze gespaard en daar heeft ze ook haar familie weer mee geholpen. Ze gaat nu alleen nog naar Europa voor mooie kleren en goede make-up.

Hieronder volgen nog een paar voorbeelden. Deze  en diverse andere gesprekken met locals bleken al vrij snel dezelfde rode draad te hebben: als de bevolking zich zo passief blijft gedragen als nu, komt Afrika nooit verder.

Frank (half 50?), eigenaar van Backpackers in Entebbe. Is hier in 2003 mee begonnen. Hij had alleen een huis met een stukje grond er omheen. Zijn vader had hem elders nog wat land nagelaten. Dat heeft hij verkocht en geïnvesteerd in zijn Backpackers locatie. Door hard te werken en veel te sparen heeft hij er elke keer wat bij kunnen bouwen: eerst een tuinhuisje, later nog één, inmiddels staan er vier. Eerst nog een kamer erbij, dan nog twee douches erbij, nog een kamer erbij. Een omheining, zodat het terrein afgeschermd is (diefstal was hier een groot probleem). Een huis voor zichzelf (tot die tijd sliep hij in de managersoffice achter de bar. En uiteindelijk toen hij een onderpand had kon hij af en toe ook wat geld lenen van de bank. Meestal leende hij de helft van wat hij nodig had en de rest spaarde hij bij elkaar. Met 2-3 jaar was de lening dan weer afbetaald. Stap voor stap, maar dat werkt dus wel. Hij verdient nu goed en probeert familieleden te steunen door het universiteitsgeld van neven en nichten te betalen, zijn eigen kinderen hebben ook allemaal gestudeerd. Of hij helpt iemand met het opzetten van zijn eigen bedrijf. Om er op die manier voor te zorgen dat iedereen het wat beter krijgt. En hij moppert op landgenoten die dus niks doen en op de politie die alleen werkt als je ze wat toeschuift.

Sam (30), gids in Kidepo. Zijn familie woont in Lira. Vader is jong overleden. Hij heeft nog twee broers en een zusje, een vrouw en twee kinderen (3 en 1). Hij verdient $ 150,- per maand met zijn werk voor de UWA (Ugandan Wildlife Authority) en dat is een redelijk goede baan. In de dagen dat wij er waren hebben wij drie keer zijn maandsalaris uitgegeven aan toegang ed. Hij betaalt het schoolgeld van zijn broers en zus. Hij betaalt het onderhoud van zijn moeder, vrouw en kinderen en probeert ook nog te sparen om een huis te bouwen of koeien te kopen. Vorig jaar werd zijn moeder ernstig ziek en moest geopereerd worden. Het geld dat hij gespaard had is daar aan opgegaan en hij moet nu weer opnieuw beginnen met sparen. Hij snapt het dus en werkt hard. Ondanks het harde werken zal het met zijn salaris een zware dobber worden om zijn gestelde doelen te bereiken. Waarschijnlijk gaat dat pas lukken wanneer zijn broers ook werken en een deel voor de zorg van hun moeder over kunnen nemen. Tot die tijd blijft het zwaar.

Zo zeiden ook de districtschef in Kasulu en de receptionist in Iringa hetzelfde: als we net zo willen leven als jullie, zullen we ook net zo hard moeten werken. Tot de gemiddelde Afrikaan zo ver is, zullen we daar met de aard van onze hulp dus rekening mee moeten houden.

De lokale en westerse overheid

Wat we hierboven beschreven hebben zijn onze ervaringen met de lokale bevolking en wat we hebben gelezen in enkele boeken (*) en lokale kranten. De overheden van de diverse landen en met name de presidenten spelen ook een hele belangrijke rol in de ontwikkeling van hun land. Op de achtergrond spelen uiteraard nog meer zaken een rol. Zo vinden China en het westen het wel prima dat de Afrikanen dom en arm blijven. Dan gaat de bevolking geen kritische vragen stellen en hebben ze een dagtaak aan zorgen dat ze te eten hebben. Dan ga je je niet met anderen bemoeien en dat komt heel veel mensen in het westen prima uit: zo kunnen we de Afrikaanse bodem op gemak ontdoen van allerhande zeldzame grondstoffen. Als Afrikaanse landen hier zelf producten van zouden maken, verdienen ze veel meer dan nu. Maar dat kost het westen geld en dat willen we niet. Als afleiding geven we dan een beetje ontwikkelingshulp en zeggen we dat we het allemaal zo erg vinden. Als dat echt zo zou zijn, dan moeten we de importheffingen op producten uit arme landen en de landbouwsubsidies in Europa afschaffen. Dan heeft de bevolking in Afrika er wat aan. Ja inderdaad, met veel bombarie is de importheffing op toeristenproducten uit bijvoorbeeld de wereldwinkels verlaagd. Mooi voor de publiciteit, maar wat heeft de bevolking aan dat anderhalve mandje? Suikerriet en andere landbouwproducten, daar kan je geld mee verdienen. Subsidies verpesten de economie? Ik zou zeggen “VVD, doe er wat tegen!”

Terug naar de lokale overheden. Deze houden hun eigen bevolking ook het liefst dom, want dan stellen ze geen kritische vragen. Museveni, president van Oeganda, en ook andere presidenten, doen dat heel slim: ze maken het basisonderwijs gratis. Want daar kan niemand tegen zijn en dat is goed voor het educatieniveau van de bevolking. Ja, op papier wel ja. Maar de scholen zitten zo vol, dat fatsoenlijk lesgeven niet lukt, lesmateriaal kost geld en dat is er niet en leraren krijgen te weinig salaris, dus zijn er te weinig en als ze er zijn hebben ze het vaak nog te druk met allerhande andere baantjes. En klagen wordt lastig, want het is gratis en als je ergens niet voor hebt betaald, heb je geen recht om te klagen over de kwaliteit. Het onderwijsniveau is in een aantal landen sinds de invoering van gratis onderwijs aantoonbaar gedaald.

Met dezelfde reden heeft Museveni ook de wegenbelasting afgeschaft en op korte termijn krijgt ie daar veel stemmen mee. Dat je met dit beleid de infrastructuur van een land binnen een paar jaar om zeep helpt is niet zijn probleem. En ook niet van de bevolking: de meeste inwoners hebben toch geen auto. Ook niet van de Chinezen, want die leggen hier hun eigen wegen aan. Dan weten ze zeker dat ze de grondstoffen lekker snel in China hebben. Dat aanleggen doen ze overigens met gevangenen uit hun eigen land: dat is lekker goedkoop. En Chinezen stellen geen vragen en eisen aan mensenrechten en dergelijke, daarom zijn ze welkom in de meeste landen hier. Malawi is als een van de armste landen een uitzondering: misschien komt het door gebrek aan auto's, maar de wegen zijn hier de beste die we tot nu toe gezien hebben.

Alleen de middenklasse heeft belang bij goede wegen en als het onderwijs maar slecht blijft, duurt het nog wel even voordat die gegroeid is tot een voldoende grote massa. 

Ontwikkelingshulp

Veel NGO’s in het midden en noorden van Oeganda houden zich bezig met het drillen van boreholes voor water of een voedselproject. In principe een heel mooi streven, want een deel van de mensheid heeft geen toegang tot schoon drinkwater. Van de NGO’s wordt verwacht dat ze een rapportage schrijven waarin wordt aangegeven waaraan ze hun geld hebben uitgegeven. Hierin staat vaak dat NGO x een y aantal boreholes heeft gemaakt, waarmee een z aantal mensen van water wordt voorzien. Wat in deze rapportages niet vermeld staat, is wie het daadwerkelijke werk heeft gedaan: de NGO is meestal alleen maar opdrachtgever. Zo legt Rijkswaterstaat in Nederland ook van alles aan, nou, die doen ook helemaal niets zelf, maar dat is een detail. De NGO’s selecteren een aantal bedrijven die boreholes kunnen drillen en op basis van de laagste prijs wordt de opdracht gegund. Wat in deze rapportages niet vermeld wordt, is hoeveel geld er aan de strijkstok blijft hangen en wat er aan overhead wordt uitgegeven. Of ze dit niet weten of niet willen vermelden weten we niet, maar zo is het in ieder geval oncontroleerbaar. In een rapportage kan je immers alles vermelden wat de lezer wil lezen. Dat gebeurt dichter bij huis ook, maar dat is een andere discussie.

Zo zijn er nog legio voorbeelden van mislukte projecten. We zullen er nog een paar kort beschrijven, maar met een beetje zoekwerk en bijvoorbeeld onderstaande boeken kan je de lijst zo zelf aanvullen als je wilt. De rode draad is zo’n beetje in alle gevallen hetzelfde: geld komt niet waar het hoort en hulp richt zich op één specifiek onderdeel.

Hele dorpen worden soms ongevraagd voorzien van toiletgebouwtjes. Mooi, maar zonder verdere uitleg heeft de bevolking daar niets aan. Hele dorpen hebben op die manier handige schuurtjes gekregen. Bedrijven en bijvoorbeeld Rotary-achtige clubjes willen ook schooltjes bouwen. Da’s leuk, maar ze denken alleen aan de stenen. Dan kunnen ze zeggen dat zij een schoolgebouw hebben gegeven. Dat er nog lesmateriaal moet komen en de leraren nog ergens van betaald moeten worden, vergeten ze voor het gemak. Er staan in zuid- en oostelijk Afrika dan ook nogal wat scholen leeg, terwijl er een dorp verderop negentig kinderen in een lokaaltje worden gepropt. Zonder lesmateriaal en als de leraar om tien uur geen zin meer heeft, staat het hele spul weer buiten.

Operatiekamers of couveuses zijn ook al in ziekenhuizen neergezet. Alleen zijn hier geen artsen of verpleegkundigen die er mee kunnen werken. Of de voorzieningen voor voor- en nabehandeling ontbreken: regelmatig gaan geopereerde patiënten ’s nachts dood omdat die ene nachtzuster die er is de hele nacht ligt te pitten. Tja, en een grote wasmachine voor het beddengoed aan een ziekenhuis geven is heel nobel. Maar niet als de waterleiding en de stroomvoorziening er niet op aangepast zijn. En dat je iets moet doen voor degenen die de was doen en dan werkloos worden, vergeten we ook maar even. Je kan hier wel minigravers naar toe sturen, maar die hebben diesel nodig en je maakt tientallen sleuvengravers werkloos. Als je ons in Dordrecht een afwasmachine gegeven had, zouden we ons praatje tijdens de afwas missen. En wat we doen als dat ding kapot gaat? Gewoon, weer met de hand afwassen en dat ding als kast gebruiken. 

Elke organisatiedeskundige weet dat je mensen moet betrekken bij een verandering, waarom doen we dat hier dan niet? Is dat onze westerse arrogantie? Zijn de gevers zelf zo dom of willen ze alleen maar iets geven waar ze hun eigen naam op kunnen zetten? En geven ze dus iets voor zichzelf in plaats van voor de bevolking? Diezelfde deskundige kan je ook vertellen dat je niet één aspect van een complex systeem kan aanpassen. Natuurlijk moet je ergens beginnen en kan je niet altijd alle gevolgen overzien. Maar je moet wel vooraf nadenken en dat je de lokale detailhandel om zeep helpt door gratis tweedehands kleding uit te delen, had iedereen je toch wel kunnen voorspellen.

In Europa mislukt ook een groot gedeelte van de bedrijfsfusies. Grotendeels komt dat door niet-onderkende of genegeerde cultuurverschillen tussen bedrijven. Zou het dan wel goed gaan als we iets willen veranderen in een cultuur 9000 kilometer verderop?

NGO’s en auto’s

Het begon ons op te vallen dat vooral in Oeganda de weg voornamelijk wordt gebruikt door grote bussen, kleine busjes en Toyota Corolla’s voor de lokalen en regelmatig splinternieuwe witte 4x4’s, meestal Toyota Landcruisers. Het grote percentage Toyota's heeft in dit geval alles met de duurzaamheid van het merk te maken. De nieuwe witte 4x4’s behoren 99 van de 100 keer toe aan een NGO of aan de UN. Soms zijn ze zelfs uitgerust met een lier en hilift-jack voor het zware off-roadwerk, dat de auto gezien de inzittenden nooit zal doen. Ook heeft de helft een antenne op de voorbumper, waar menig zendamateur jaloers op is. We kregen op een bepaald moment het idee dat de NGO’s zich meer bezig houden met het stimuleren van de Japanse economie dan de Afrikaanse. Het kon dan ook niet anders dan dat we een keer een andere kant te zien zouden krijgen van de NGO’s. Wanneer je dan een keer de gelegenheid hebt om met iemand die zich dagelijks bezig houdt met het daadwerkelijk drillen van boreholes in onderaanneming van NGO’s van gedachten te wisselen, bevestigt dit het idee dat je inmiddels had. Deze man hebben we in Oeganda ontmoet. Zo weten we nu dat de meeste Landcruisers geleverd worden door een dealer in Saudi-Arabië. Het officiële verhaal is dat dat is omdat zij de kwaliteit van de auto’s kunnen garanderen; lokale dealers zouden dat niet kunnen. Of daar een onofficiële variant van is, zoals smeergeld of bescherming van de markt vanuit Saoedi, ontdek je zomaar niet. Dit heeft wel als gevolg dat die beste man alleen maar nog rijker wordt en dit geld dus niet in de Afrikaanse economie wordt gestopt.

Wanneer er 100.000 km op de teller van de dan nog steeds glanzende auto’s staat wordt er een nieuwe aangeschaft. De ‘oude’ gaat soms naar een hospitaal, een districtchef of een ander goed doel. De idee hierachter is heel nobel, de praktijk laat zien dat deze auto’s meestal voor andere doeleinden worden gebruikt dan die een gevende NGO voor ogen had. De meeste auto’s hier worden namelijk gebruikt als taxi, zelfs de ambulances die worden geschonken aan de verschillende hospitaals. Dit levert inkomsten op voor de chauffeur, want de kosten zijn voor rekening van het hospitaal en de opbrengsten houdt ie uiteraard zelf. Naast hun vaak hoge salaris van soms 1000,- tot 1500,- USdollar per maand en nog wat voordelen, is dat wat hoog gezien het gemiddelde in de betreffende landen. Deze mensen besteden hun geld dan naast schoolgeld voor kinderen en andere familieleden, aan het laten bouwen van grote huizen. Daar profiteert de lokale economie van en dat is dan misschien wel het grootste effect van een NGO. 

Wat ook gebeurt is dat een auto is geschonken door een NGO en de eigenaar een vergoeding krijgt voor onderhoud van zo’n auto. Hij krijgt hiervoor dan bijvoorbeeld 80,- USdollar per maand van de overheid en vaak zo’n zelfde bedrag van een of meerdere NGO’s. Dit geld wordt meestal niet aan de auto besteed. Zo’n man kan tegen elke NGO zeggen dat het te weinig is en ze weten van elkaar niet wat ze geven. Dus de auto wordt niet onderhouden en de beste man steekt honderden dollars in z’n zak.

Dit is nou niet het beeld dat we in het Westen willen hebben ….

Oplossing

Zoals ook in het westen is vrijwel alles in deze maatschappijen met elkaar verweven. Zoals ook Ton van der Lee beschrijft: een oplossing is er vrijwel niet. De sleutel ligt echter wat ons tweeën betreft in beter onderwijs. Dat duurt jaren voordat het effect heeft, maar door het onderwijsniveau omhoog te brengen, kunnen mensen meer verdienen en worden ze kritischer naar hun eigen overheid. Binnen een land moet een goed opgeleide middenklasse komen, die tegen de zittende regering kan protesteren. Zij hebben ook belang bij goede wegen en een goed draaiende economie: de onderlaag heeft het druk zat met zijn eigen eten en huis en de bovenlaag zorgt ook goed voor zichzelf. Het liefst hebben die twee ook niks met elkaar te maken. De middenlaag heeft echter belang bij vrijwel alles en merkt het ook direct als iets niet werkt. Zoals het nu gaat ontstaat er echter vrijwel geen middenlaag en dat is best handig voor de elite, om het woord dan toch maar een keer te gebruiken. Zodra een local door heeft dat een pomp handig is omdat ze dan tijd over hebben voor andere dingen en er schoner water uit komt, dan wordt het een ander verhaal. Maar daarvoor moet die local dan wel kennis hebben.

Ontwikkelingshulp zoals het nu gegeven wordt, werkt dus ook niet. Afschaffen kan uiteraard, maar de vorm aanpassen lijkt ons beter. Vraag eens aan de bevolking of en wat ze willen hebben. Laat ze er eerst eens zelf over nadenken en een lijstje maken. En laat ze er zelf iets voor terug doen: een (klein) deel betalen of gedrag veranderen, wat je vervolgens kan belonen. Dat werkt, want ze zijn er bij betrokken. De controle op de uitgaven moet je zelf doen en op deze manier wordt al je gedoneerde geld gebruikt waar het voor nodig is. Controle is iets dat meestal verbeterd kan worden. Een dubieuze president uit de USSR heeft ooit gezegd “vertrouwen is goed, controle is beter”, maar in dit geval heeft Jozef Stalin echt gelijk. En bespreek met de mensen hoe je bepaalde dingen aan wilt pakken. Neem bv de chauffeurs die de auto als taxi gebruiken. Omdat er zo weinig auto’s zijn, is het logisch dat je mensen meeneemt. Verbieden lijkt ons dan ook niet zinvol, maar probeer iets af te spreken over de brandstofkosten, zodat niet de NGO opdraait voor deze kosten die niet gemaakt worden voor het NGO doel en de chauffeur niet persoonlijk alle opbrengsten in z’n zak steekt.

Tja, een concrete, eenduidige oplossing hebben we niet en die kan er ook helemaal niet zijn, maar kleine projecten die veel aspecten van het dagelijkse leven beïnvloeden en waar de lokale bevolking iets voor moet betalen en in meedenkt, zijn het meest succesvol. Denk aan FloJa in Malawi of A Rocha in Kenia. Het klinkt zo logisch, maar om allerhande redenen willen we dat kennelijk niet geloven.     

Vrijwel alle voorbeelden die we hebben gehoord, gezien en gelezen wijzen in dezelfde richting. Je zou ons een selectieve keuze uit de literatuur of gesprekspartners kunnen verwijten, maar de meeste boeken hebben we gekregen en je gesprekspartners op straat kies je ook niet zomaar. Meestal kiezen ze jou.           

(*) Boeken

‘Dag Afrika’, Marcia Luijten

‘Blanke, geef geld’, Marcia Luijten

‘De Afrikaanse weg’, Ton van der Lee

‘Congo’, Radio Baobab

‘Een vreemde eend in Afrika’, Gert Duson

 

Projecten

FloJa Foundation            

Chitima Foundation      

A Rocha Kenia                 




Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.