Oeganda

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

Oeganda (8-2 t/m 26-2) deel II

Van Queen Elizabeth naar Murchison Falls was te ver voor één dag, dus hebben we overnacht in Fort Portal en Hoima. De weg tussen Fort Portal en Hoima was volgens de lokale mensen een goede weg, erg ‘smooth’ en goed onderhouden. De 150 kilometer dirtroad met potholes en veel stukken wasbord heeft ons 6,5 uur gekost. Wij willen onze auto namelijk wel heel houden en we vrezen de dag dat een lokaal iemand zegt dat een weg erg slecht is: waarschijnlijk is er dan geen weg. In Hoima hebben we bij de politie geïnformeerd naar de conditie van de weg richting Murchison Falls. We hebben twee opties: via Masindi of langs Lake Albert en op de kaart stond nog een waarschuwing voor landmijnen op het weggetje langs Lake Albert. We werden direct doorgestuurd naar de districtschef en hij kon onze vragen beantwoorden. Hij leek het wel leuk te vinden dat we langskwamen, eindelijk eens iemand zonder problemen. Toen hij aangaf dat de weg via Lake Albert iets beter was dan de weg tussen Fort Portal en Hoima, zeiden wij: ‘gelukkig’. Waarop de man nog net niet verbolgen reageerde met ‘vond je de weg niet goed dan?’. We durfden eigenlijk geen nee meer te zeggen, dus antwoorden we maar dat het erg stoffig was. Daarop kwam de simpele reactie ‘ja uiteraard, het is het droge seizoen’. En de landmijnen? Die lagen er al jaren niet meer. Omdat we ook naar Kidepo Valley willen, dat in het noordoosten tegen de grenzen van Zuid-Sudan en Kenia ligt, vroegen we of het daar veilig was. De districtschef wist te vertellen dat er geen oorlog meer was in Oeganda. Dat wisten we ook wel, maar we horen van iedereen berichten dat het in Zuid-Sudan niet goed gaat en dat er vele vluchtelingen de grens met Oeganda oversteken. Dus ook daar naar gevraagd met wederom een antwoord waaruit we afleidden dat ook dit een vraag was die alleen mzungu’s konden stellen: ‘alle vluchtelingen worden geregistreerd en naar een vluchtelingenkamp gebracht. Daar blijven ze, ze lopen niet vrij rond’. Gezien het vleugje ‘twijfel je misschien aan onze capaciteiten’ in zijn ogen, durfden we eigenlijk geen vragen meer te stellen en de antwoorden die we wilden hadden we, dus zijn we weer weg gegaan. En kon hij weer verder met z’n krant.

Gezien de antwoorden van de politie hebben we gekozen voor de route via Lake Albert. Van het meer hebben we maar weinig gezien, van de wasbordweg des te meer. Het was wel weer een mooi weggetje, met de eerste stukken mul zand en door weer een nieuw landschap. Ook hier ging het niet harder dan een kilometer of dertig per uur; terug in Nederland zullen we weer even moeten wennen aan snelheden met drie cijfers. Bij de gate van Murchison Falls vroeg de dienstdoende poortwachter zich verontschuldigend of we wisten dat we 150 dollar voor de auto moesten betalen, want er waren wel eens bezoekers die er over klaagden. Klagen en mopperen wilden wij ook wel, maar die beste man kan er zelf niks aan doen. En we wisten het al.

In het park hebben we de boottocht naar de Nijldelta (de monding in Lake Albert) gemaakt die we tijdens ons vorige bezoek hebben laten schieten. We wilden toen een luipaard zien en zijn met een van onze chauffeurs op luipaardjacht geweest. De rest van onze groep heeft toen tijdens die boottocht een luipaard met twee jongen en daarna een shoebill stork gezien. Wij niet, dus we hadden nog wat goed te maken.  Luipaarden hebben we niet gezien, maar de shoebill wel. We zouden met een groep Duitsers mee varen, maar die moesten eerder terug. Nu hadden we een bootje met z’n tweeën, wel zo fijn. De gids vond het leuk dat hij zijn verhaal aan ons kwijt kon en dat we geïnteresseerd waren in vogels. Niet elke toerist wil namelijk naar een gids luisteren. We hebben elke vogel die we tegen kwamen uitgebreid bestudeerd. De dag erna hebben we en gamedrive gedaan door het park. Hier hebben we voor het eerst ons sleeplint gebruikt: een tweewiel aangedreven Oegandees dacht dat ie wel door het losse zand kon: niet dus. Lintje ertussen en een paar honderd meter verder hebben we ‘m weer losgelaten. Aan het begin van de middag hebben we het park in het noorden verlaten en kwamen we direct buiten de poort meer olifanten tegen dan we binnen de grenzen zagen.

Via Gulu en Kitgum zijn we naar Kidepo Valley National Park gereden. Het grootste gedeelte ging over zeer slechte dirtroads, maar ook hier hielpen de ID&T top 500 en een stukje Brabants cultuurgoed van de WC Experience ons er door. Al moet Maaike die laatste nog wel een beetje leren waarderen. Na een paar dagen stofhappen op de wasborden, kwamen we in dit meest noordelijke park van het land. De dame bij de slagboom zocht nog naar mogelijkheden om de 150 dollar te omzeilen, want ook zij vond dit veel teveel, maar dat wilde niet echt lukken. In Kidepo zijn we drie nachten geweest en dat was zeker de moeite waard. Het park bestaat uit twee valleien, van de rivieren Kidepo en Narus. Wat ons betreft is het het mooiste park van Oeganda. Vanwege de noordelijke ligging, slechte bereikbaarheid gedurende de oorlog en de slechte wegen wordt het park maar weinig bezocht. Gezien de hoeveelheid dieren en de mooie omgeving, verdient dit park echter veel beter.

De eerste ochtend gingen we op zoek naar leeuwen/luipaarden/cheetahs, maar een olifantenbul versperde de weg. Gedurende een half uur heeft meneer midden op de weg gestaan en geen poot verzet. Dat olifanten altijd lopen had hij in z’n opvoeding kennelijk niet meegekregen. Deze bul heeft van de parkrangers de naam Captain Cali meegekregen, omdat het een ‘very stubborn elephant’ is. ‘Cali’ is daar het lokale woord voor. 

Niet veel later moesten we Captain Cali echter bedanken: door het half uur vertraging kwamen we vlak daarna vier leeuwen tegen. Deze liepen langzaam richting de weg en ploften vlak achter onze auto in het gras. Zonder Captain Cali waren we te vroeg geweest. De leeuwen hebben we ruim een half uur bekeken en niemand anders gezien. Ook op de camping op een heuvel midden in de vallei, waren we de enige gasten. We hadden wel onze eigen gewapende ranger bij ons, maar of hij ons moest beschermen tegen de dieren, de dieren tegen ons, ons tegen andere mensen of andere mensen tegen ons, werd ons niet helemaal duidelijk. Hij is ook met ons meegereden naar de hotsprings en omdat we geen extra stoel hebben, zat ie op een tuinstoel achterin. Deze bronnen stellen niks voor, maar het is het noordelijkste punt van het park en grenst aan Zuid-Sudan. De weg naar het noorden is wel de moeite waard, omdat dit weer een hele andere vegetatie en daarmee ook andere dieren heeft dan het zuidelijke deel van het park. Bij de hotsprings konden we ook even een meter of honderd Zuid-Sudan in. Van problemen in Zuid-Sudan hebben we zowel in het park als in het noordelijke deel van Oeganda niks meegekregen. We hebben nog geen vluchteling gezien. Het kleine stukje Zuid-Sudan was tevens het meest noordelijke punt van onze reis, vanaf nu rijden we weer naar het zuiden. Nee, we hebben het nog niet over de terugweg. De laatste ochtend hebben we een kudde buffels van circa 1000-1500 dieren doorkruist: de ene helft stond aan de ene kant van de weg, de andere helft aan de andere kant. Dit was erg indrukwekkend.  

Vanuit Kidepo zijn we weer via Kitgum en vervolgens Lira en Kasuma naar Entebbe gereden. Hier hebben we op dezelfde plek gekampeerd als waar we eerder de auto een onderhoudsbeurt hebben gegeven en hadden afgesproken met Frank, onze vorige gids. We waren na al het stof en slechte wegen toe aan een paar dagen rustig aan doen. En het was hard nodig om al onze spullen weer eens te wassen. Ons beddengoed en de klamboe waren inmiddels bruinrood in plaats van grijs en wit zoals we het ooit gekocht hadden. In eerste instantie wilden we op zaterdag weer vertrekken, maar er werd gewaarschuwd voor demonstraties (de anti-homowetgeving getekend door de president) en terroristische aanslagen in Kampala (in verband met de activiteiten van het Oegandese leger in Somalië), dus hebben we gewacht tot na het weekend. We hebben nog een nacht in het Mabira Forest doorgebracht: een van de laatste stukken regenwoud in Oeganda. Op dit moment was het nog droog seizoen dus viel het met de modder en de hoge luchtvochtigheid erg mee. We hebben nog een paar uur gewandeld en verschillende vogels en de roodstaartaap weer gezien. Vanaf hier hebben we onze weg vervolgd naar Kenia. Na een week of zes Oeganda, gaan we eens kijken wat daar allemaal te zien is.

Algemeen beeld van Oeganda

Kinderen: De kinderen zijn hier over het algemeen heel enthousiast. Wanneer we in de auto zitten of ergens lopen horen we in de verte kinderen ‘mzungu’ gillen (betekent blanke). Dit varieert van !!MMAAAZUUNGUUUU!!! tot mzungumzungumzungumzungu. Vaak zien we die kinderen in eerste instantie niet eens, omdat ze of in een maïsveld zitten of ergens onder of bovenop een heuvel voor hun huis. Maar ze willen allemaal graag zwaaien en wij doen alsof we de koningin zijn en zwaaien terug. Het blijft wel grappig. De eerste woorden Engels die ze leren zijn ‘How are you?’ en ‘I’m fine’ . En dat vragen ze dan ook de hele tijd, vaak zonder het antwoord af te wachten. Over het algemeen bedelen de kinderen hier niet, een enkele uitzondering daargelaten. Het hangt een beetje van de regio af of de kinderen naar school gaan. Het zuiden van Oeganda is heel arm en daar gaan een heleboel kinderen dan ook niet naar school. Deze kinderen hangen vaak een beetje voor hun huis rond of zijn op pad om kannen water te halen, brandhout te verzamelen of iets anders praktisch. De kinderen die wel naar school gaan leren allemaal direct Engels. Vaak is het hier ook nodig, omdat er zo ontzettend veel verschillende dialecten worden gesproken, die de mensen onderling ook niet verstaan.

Als speelgoed gebruiken ze hier vaak een oude band die ze met een stokje voor zich uit rollen. Voetballende kinderen hebben we nog ook gezien en het is maar net hoeveel er op dat moment zijn: twintig tegen twintig is geen uitzondering. De voetbalvelden zijn meestal niet veel meer dan een stuk gras met aan beide kanten twee palen als doel en liggen vooral in de buurt van scholen.

Wegen: Over het algemeen zijn de wegen erg slecht. Er zijn een paar goede stukken asfalt, maar die zijn of net aangelegd of er komt heel weinig verkeer overheen en zijn dus nog niet kapot gereden. We hebben in de krant gelezen dat de overheid wel geld uittrekt om de wegen te verbeteren, maar ze hebben niet voldoende mensen om het werk uit te voeren. Als een aannemer  een klus aanneemt en later een tweede klus dan heeft hij het personeel en materieel van de eerste klus nodig om bij de tweede klus aan de gang te gaan. Met als gevolg dat de eerste klus volledig stil komt te liggen. De dirtroads zitten meestal vol met kuilen of bestaan uit wasbord. Het is verbazingwekkend hoe hard sommige chauffeurs, met name grote bussen, hier overheen rijden.

Weggebruikers: Wat kom je op de weg zoal tegen: voetgangers, fietsers, boda-boda’s (taximotoren), auto’s, kleine busjes, vrachtwagens en grote bussen. Deze volgorde is ook gelijk de pikorde op de weg, met de voetganger als laagste in rang. Als we zelf een stukje lopen, moeten we hier ook aan wennen: niemand gaat voor een voetganger aan de kant. Iedereen weet zijn plek hier op de weg en weet ook wanneer hij/zij aan de kant moet. Een toeter heb je ook vooral om fietsers en voetgangers de berm in te krijgen als ze je niet zien.Wij moeten dit in elk land weer opnieuw bekijken en met name de grote bussen hebben geen geduld met toeristen die niet op tijd aan de kant gaan. We hebben al een paar keer gehad dat er maar een paar cm tussen de spiegels in zat. Hoe noordelijker je komt hoe meer het recht van de brutaalste geldt, met als gevolg dat wij meestal als eerste de kant induiken om de ander te laten passeren. Een ander verschil tussen het noorden en zuiden is dat de vrouwen in het noorden ook fietsen en zelfs af en toe een motor besturen. In het zuiden (Kampala en lager) zijn dit alleen de mannen.

Armoede: Oeganda is een arm land. Dit is geen open deur, omdat een aantal van de omringende  landen namelijk best veel geld heeft. Het is alleen wat ongelijk verdeeld. Maar in Oeganda dus niet: ze maken zelf niet veel producten zelf en moeten (zeker in het verleden) veel  importen. Inmiddels is het wel wat beter. Eigen grondstoffen hebben ze ook niet echt en de olie die ze hebben kunnen ze niet zelf raffineren. Dus moeten ze diesel en benzine weer terugkopen van bijvoorbeeld Kenia. Armoede zie je daarnaast aan (vuile) kleren, huizen, de manier van koken, het verfrommelde geld dat in omloop is, het tekort aan wisselgeld, gebrek aan electriciteit en water, het gemiddelde gewicht van de mensen en autobezit: de auto’s die er zijn, worden vooral als taxi gebruikt. Kenia is bijvoorbeeld rijker, dat zagen we de eerste dagen al, maar dat beschrijven we in het verslag van Kenia. Overigens is armoede algemeen een lastig probleem, dat wij met name met Westerse ogen bekijken. Dat onze Westerse modellen niet voor Afrikanen werken, begint gelukkig in de wereld door te dringen, maar er is voor ons blanken nog veel te leren. We broeden op een stuk hierover op de ‘This is Africa’ pagina, maar dat is nu nog een ruwe diamant.


Oeganda (16-1 t/m 7-2) deel I

De grensovergang van Rwanda naar Oeganda en de perikelen met de Road Access Fee hebben we beschreven op de pagina This is Africa. Behalve dat was er weinig te melden.

We hebben een nachtje bij een meer in de buurt van Kisoro gestaan, vrij dicht bij de grens. De volgende dag zijn we even door het dorpje heen gereden om e-mail te checken en wat boodschappen te doen. Op het grasveld in het midden van het dorp was een grote bijeenkomst aan de gang. Daar omheen liepen verschillende mensen van het leger, die de bijeenkomst leken te beveiligen. Omdat we niet konden verzinnen wat er aan de hand was, hebben we het maar eens gevraagd: het bleek de openbare rechtszaak van een man die verdacht werd (nou ja, door het volk al schuldig bevonden) van de moord op zijn vrouw. Dat gebeurt daar dus in de open lucht.

We waren de meren nog niet zat en zijn daarom naar Lake Bunyoni gereden. Helaas hebben we op weg hier naar toe ook de eerste echte schade gereden, maar gelukkig valt het erg mee. Op een onverharde kleiweg heuvel af, waren ze bezig met onderhoud. Ze hadden net de bovenlaag losgemaakt en een klein beetje aangereden met een wals. Daarna met de waterwagen eroverheen en dat kleine beetje water in combinatie met de losse troep die nog op de weg lag, zorgde ervoor dat het profiel van de banden helemaal volliep. Dit konden we nog niet zien of voelen en met remmen had dit als gevolg dat de wielen blokkeerden, de auto niet meer luisterde en tegen de hoge zijberm tot stilstand kwam. We reden circa 15 km/u en de bullbar heeft gedaan waar ie voor is: de klap opgevangen en deze is nu aan een kant een beetje krom en heeft het polyester een beetje beschadigt. Ook is de lasnaad opengescheurd. We moeten de bumper nog even laten terugbuigen en lassen en dan is het weer goed.

We hebben uiteindelijk nog drie nachten bij het meer doorgebracht (de foto’s zijn eerder op facebook gezet). Hier vandaan zijn we eerder dan gepland naar Kampala gegaan, omdat we hadden begrepen dat daar een bedrijf zit dat alle mogelijke gasflessen kan vullen. Aangezien onze Nederlandse fles niet gevuld kon worden in Zuid-Afrika en het vloeibare LPG uit de Zuid-Afrikaanse fles inmiddels allemaal gasvormig was geworden, zou het niet lang duren voordat we niet meer konden koken. Daarnaast wilden we ook de gids (Frank) ontmoeten die we in 2010 hadden en we wisten inmiddels dat hij de 28ste in Kampala zou zijn met zijn huidige trip. Het is de gids die we destijds een paar maanden later in Nederland hebben rondgeleid en wilden graag weer een biertje met hem drinken. Omdat er zeker nog een week tussen zat, hebben we onszelf hiermee ook gedwongen om rustig aan te gaan doen.

Het is ons op weg naar Kampala gelukt een heuse snelheidsovertreding te begaan. We passeerden een stuk of vijf winkeltjes, die een meter of tien van de weg af lagen. Daarna stond er een verkeersagent in smetteloos wit pak op de weg, te zwaaien dat we moesten stoppen. Hoe die pakken zo netjes wit blijven op deze smerige wegen, is ons een raadsel. Maar goed, tot nu toe hadden we geen problemen gehad bij controles, maar we zagen dat de agent een lasergun in z’n hand had en we reden ongeveer tachtig kilometer per uur. Hadden we daar dan maar vijftig gemogen? Tot nu toe stonden er vrij consequent verkeersborden bij dorpjes en hier hadden we niks gezien. Na de gebruikelijke ‘how are you, fine, thanks’, begon de man met een heel serieus gezicht een verhaal dat we de verkeerswetten van Oeganda hadden overtreden omdat we bij het ‘tradecentre’ 78 km/u hadden gereden en je mocht er maar vijftig. Hij liet als bewijs zijn lasergun zien met de snelheid er op. Op onze vraag waar dat bord dan stond, wapperde hij met zijn hand in de richting van de winkeltjes. We hadden niks gezien en Eelke stelde voor er even naar toe te lopen. De agent wees naar de andere kant van de weg en daar stond inderdaad een 50-bord. Maar we hadden allebei niks gezien, dus Eelke deed z’n gordel af en stelde nogmaals voor naar het andere bord te lopen. De agent zag dat kennelijk niet zitten, want met hetzelfde serieuze gezicht zei de man dat hij wist dat we haast hadden (?) en dat hij het voor deze keer bij een waarschuwing zou laten. We mochten doorrijden. Bij het volgende dorp hebben we er even op gelet: bij nadering van onze kant stond er geen 50-bord, aan de andere kant van het dorp wel. Iets om de volgende keer dus goed op te letten.    

In Kampala dachten we ook wel een geschikte garage te vinden die de auto een beurt kon geven. We vonden er eentje en dat ze de filters niet hadden, was geen probleem. Die hadden we juist hiervoor zelf meegenomen. Ze wilden echter alleen doen wat wij aanwezen, wilden eerst Ush 42.000,- (ca € 14,-) per uur en daarna Ush 50.000,- (ca € 17,-) en toen ze ook vroegen of ze ons gereedschap konden gebruiken en ze zeiden dat ze met olie, oliefilter en brandstoffilters vervangen vijf uur bezig zouden zijn, was dat voor ons een teken om ergens anders te gaan zoeken: dan kunnen we het net zo goed zelf doen. Lang in Kampala blijven is dan ook maar ten dele gelukt. Daar kwam bij dat de enige redelijke overnachtingsplek in Kampala, de Red Chilli Hideaway, geen heel gezellige plaats was, dus zijn we na drie nachten doorgereden naar het vlakbij gelegen Entebbe. Uiteraard niet nadat we onze gasflessen bij hebben laten vullen. Gelukkig lukte dat bij Ramco Gas, de GPS –coördinaten komen te zijner tijd op de ‘voor overlanders’ pagina, maar die bestaat alleen nu alleen nog in ons hoofd.

In Entebbe hebben we drie jaar geleden ruim twee dagen gezeten nadat we een kroonkraanvogel in de vliegtuigmotor hadden gehad en we direct na de start terugkeerden naar het vliegveld(link). Daarom wisten we dat dat een kleinere en leukere plaats was. Bij het lokale backpackershotel vonden we een leuke plek in de gecombineerde tuin/camping en we zijn er bijna een week gebleven. We hebben hier eindelijk de nieuwe stootpoten/drempeldempers/stuiterbuizen/hobbelstoppers /springpinnen/klappenvangers of hoe je schokbrekers ook wilt noemen, gemonteerd. Overigens niet nadat we er eentje hebben moeten laten lassen, omdat de beschermkoker van de zuigerstang had losgelaten. Ook dat gaat op z’n Afrikaans: in korte broek en t-shirt, zonder helm en met een schokbreker onder je arm, achterop de motor naar de lokale hekken-, kozijnen-, bedden-  en uitlatenlasser. Bij het backpackershotel hebben we ook met hulp van een vriendje van de eigenaar de olie ververst en het oliefilter en de brandstoffilters vervangen. We vroegen de eigenaar of ie een plek wist en hij wees naar zijn eigen parkeerplaats. Onze vraag waar de oude olie dan bleef, bleek een overbodige: hij had in zijn tuin een verbrandingsoventje waar het huisvuil in ging. Daar kon onze olie prima bij! Daarna nog een potje dieselcleaner in de tank gegooid en de vering gesmeerd: de auto kan er weer even tegen.

Het backpackershotel wordt veel gebruikt door reizigers die vanaf Entebbe vliegen en zo werden op een avond ook twee Belgische dames afgezet. De chauffeur/gids kwam ons bekend voor: hij leek wel erg veel op één van onze chauffeurs van drie jaar geleden. We liepen op ‘m af en nog voordat we iets gezegd hadden, kwam er een grote glimlach op z’n gezicht: ”that face is familiar!” Hij kende ons nog. Hij moest de dames diezelfde avond nog wegbrengen, dus we hadden niet veel tijd om bij te praten, maar het was wel gezellig. Onze gids Frank hebben we hier uiteindelijk ook kort nog even gesproken. Helaas had hij niet zo veel tijd, maar het was wel leuk om hem weer te zien.

We hebben ook nog de botanische tuin en het Wildlife Education Centre, eigenlijk gewoon een dierentuin, bezocht. Hier hebben we de Shoebill Stork gezien. Wanneer je ‘m googlet, zul je zien dat het een rare vogel is, waarvan er in het wild ook niet zoveel meer voorkomen. Hopelijk gaan we ‘m nog wel in het wild zien: in de delta van de Victoria Nile in Murchison Falls komen ze voor. Maar anders hebben we de levende versie vast een keer gezien.

Ons plan was om vanuit Entebbe naar de Ssese Eilanden te gaan. Je kunt er met de ferry vanuit Entebbe in ongeveer drie uur naar toe varen. Nou ja, ferry, een ponton voortgestuwd door twee roerpropellers (de overtreffende trap van een staafmixer). We zijn naar de plek gereden waar de ferry vertrekt en netjes aangesloten in de rij. Na een paar minuten kwam een notenverkoper een praatje maken en hij vertelde dat de ferry naar de Ssese Eilanden voor drie maanden uit de vaart was gehaald in verband met onderhoud. ‘Maar waar wachten we nu dan op?’ was onze vraag. Er bleek ook nog een ferry direct naar de overkant van de inham van het Victoriameer te gaan. Deze doet er ongeveer vijftien minuten over en daarmee omzeil je de ‘ringweg’ van Kampala. Toen hebben we die maar genomen en ons plan aangepast. Op een kilometer of dertig afstand ligt namelijk het Mpanga Forest Reserve en daar zat een campinkje bij. Na een nacht op het grasveld, meer was het niet, en een ochtendwandeling door het bos met vele, mooi gekleurde vlinders zijn we richting Fort Portal gereden. Ten zuidoosten van deze stad bevinden zich circa vijfentwintig kratermeren. De omgeving van de kratermeren zou erg mooi moeten zijn en er zou ook een aantal verschillende apen moeten zitten. We hebben bij het Lake Nkuruba Nature Reserve geslapen, op een door de gemeenschap gerunde campsite. Een ontzettend mooie plek (sorry, we kunnen de foto’s er niet vervelender uit laten zien) waar we vier verschillende soorten apen hebben gezien: zwart-witte colobus, rode colobus, vervetapen en de rode staart aap. Van met name de zwart-witte colobusapen hebben we vele uren genoten. Zo dichtbij hadden we ze, behalve in de dierentuin, nog nooit gezien. We hebben ook veel te veel foto’s gemaakt, een kleine selectie is te vinden in het fotoalbum.  Na een wandeling langs verschillende kratermeren en naar de ‘Top of the World’ zijn we na drie nachten weer vertrokken. Deze plek raden we iedereen die Oeganda bezoekt aan en mochten we ooit weer deze kant op gaan, dan gaan we daar waarschijnlijk wel weer naar toe.

Vanaf Lake Nkuruba hebben we een stuk op en neer gereden richting Queen Elizabeth National Park. We hebben alleen de doorgaande wegen, waarvoor je geen entrance-fee hoeft te betalen gereden. De UWA (Ugandan Wildlife Authority) heeft namelijk bedacht dat wanneer je met een auto met buitenlands kenteken een park wilt bezoeken, je US$ 150,- voor je auto moet betalen. Dit komt bovenop de entrance fee voor jezelf à US$ 40,- pp. We hebben besloten dat geld niet hier uit geven, maar in Murchison Falls en Kidepo Valley, twee andere parken die we nog willen bezoeken in Oeganda. We kennen wel verhalen van mensen die lokaal Oegandese kentekenplaten hebben geleend en die op de auto hebben gemonteerd om de 150,- dollar te omzeilen, maar zover wilden we niet gaan. Gelukkig kom je op de doorgaande wegen ook nog dieren tegen. We hebben een heleboel kob’s gezien. Dit dier is het nationaal symbool samen met de kroonkraanvogel. Verder nog buffels, een paar olifanten in de verte, waterbokken en nijlpaarden. En voor ons stak nog een monitorlizard over. Al met al twee leuke dagen, op de wasbordweg naar Katwe na.

De camping waar we tussen de twee dagen park wilden slapen, bleek na elf kilometer karrespoor toch in het park zelf te liggen: na een bocht zagen we een mooie nieuwe slagboom en een vriendelijke dame vertelde enigszins beschaamd dat we ook voor een overnachting de 150,- + 40,- +40,- dollar moesten betalen. We hebben vriendelijk bedankt en zijn omgedraaid. Voor zover we wisten, lagen er geen campings in de buurt, maar we hebben toch op een hele mooie plek vlak buiten het park geslapen. Langs de weg zagen we na een paar kilometer een bord ‘camping’. We zijn afgeslagen en twijfelden na tien meter al of dit wel wat zou worden: er was bijna geen weg en na een bocht stonden we op een schoolplein en reden we tussen verschillende schoolgebouwen door. Maar na de schoolgebouwen kwam er een laantje met aan het einde een hek met daarachter een nette kleine camping, twee nieuwe lodges en een enorm weids uitzicht over Queen Elizabeth National Park. De Oegandees die ons hielp, in een veel te groot t-shirt, een trainingsbroek en op slippers, zag er niet uit als de eigenaar. ’s Avonds had hij een kampvuur gemaakt en daar twee extra stoelen bijgezet. We hebben de gelegenheid gebruikt om te vragen of deze camping nieuw was, het sanitair rook namelijk nog naar cement. De man bleek dus wel de eigenaar te zijn (hoe je je kunt vergissen in mensen) en hij had deze camping al sinds 2008. Langzaam bouwde hij het uit: hij was nu bezig met twee nieuwe lodges en wil daarna een restaurant bouwen. Hij heeft de tijd. Het toiletgebouwtje had hij eerst in ‘African style’ gebouwd, maar dat viel al snel uit elkaar. Daarom heeft hij het sanitair opnieuw gebouwd en dit zag er een stuk degelijker uit. Een nieuw, eigen toegangsweggetje staat ook op zijn verlanglijst. Ook van deze plaats komende de GPS –coördinaten op de ‘voor overlanders’ pagina. In de reisgidsen staat ie namelijk niet.

Vanuit Queen Elizabeth zijn we naar Murchison Falls gereden en het verslag daarvan en of we de Shoebill nog hebben gezien volgt in reisverslag Oeganda II.

 




Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.