Malawi

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

Malawi (27-4 t/m 10-5) deel II

Na het boodschappen doen, het pinapparaat leeghalen en onze houten modelauto ophalen (die erg leuk is geworden, zie foto’s), hebben we Lilongwe achter ons gelaten en zijn we richting het zuiden gereden.

Onderweg naar Dedza hebben we de Chongoni rock paintings bekeken: een van de twee UNESCO sites van Malawi. We zijn meer tijd kwijt geweest met het er naar toe rijden en de lokale kinderen bezig houden door foto’s te maken, te laten zien en de plattegrond van Malawi met ze door te nemen dan met het bekijken van de tekeningen zelf. Het is wel mooi om ze te zien, maar als je er twee hebt gezien, heb je ze eigenlijk allemaal wel gezien. Verder is er over de historie niet zo heel veel bekend dus, de gids heeft weinig meer verteld dan: dit is een … (vul een willekeurig dier in), dit is zijn kop, dit zijn z’n voorpoten, dit zijn z’n achterpoten en dit is zijn staart. Bij elke tekening opnieuw, maar af en toe een culturele onderbreking hoort er wel bij. Wat de site UNESCO-waardig maakt is de tekening van een masker, dat tegenwoordig ook nog door lokale stammen bij het dansen wordt gebruikt. Na een nachtje bij de Dedza Pottery, een goedkope plek die weer bewezen heeft dat de prijs voor een overnachting omgekeerd evenredig is met de kwaliteit, zijn we doorgereden naar Blantyre.

In Lilongwe hebben we de olie van het voordifferentieel bijgevuld, omdat we zagen dat er wat gelekt had. Na Blantyre zijn we even gestopt om te lunchen en het voordiff na te kijken. Het spatbord zat onder de oliespetters en er hingen verse druppels olie aan het differentieelhuis. Op de steekas bleek inmiddels ook speling te zitten en aangezien we geen zin hadden om net als menig Afrikaan het differentieel op het asfalt uit elkaar te moeten halen, zijn we omgedraaid en terug gereden. In Blantyre zit een Ivecogarage en dat leek ons een betere plek om onder de auto te kruipen dan midden in Majete NP. Twee afdichtingen van het diffhuis en het lager van de steekas bleken versleten te zijn en die moesten worden vervangen. Ze konden er de volgende dag gelijk aan beginnen en we hebben een nacht bij Doogles geslapen: een veel te dure plek die weer bewezen heeft dat de prijs voor een overnachting omgekeerd evenredig is met de kwaliteit. Ze willen hier sinds enkele jaren geen campinggasten meer, dus ze rekenen nu hetzelfde als voor een slaapzaal: “Yes, that’s our bussiness”. Da’s inderdaad lekker verdienen als je gewoon op de parkeerplaats slaapt: 4.000,- Malawische Kwachas, zo’n € 8,- pp. Je gaat bijna denken dat iemand uit Malawi een Maloot is. In Blantyre is geen andere officiële camping en dat weten ze daar ook. De sleutel voor het sanitair kregen we overigens pas na enig aandringen. Hier gaan we dus nooit meer slapen.

Hoe het de volgende dag verder bij de garage ging kan je hier lezen. De spoorstangkogels die we overigens in Tanzania en Lilongwe probeerden te krijgen, waren daar niet op voorraad en moeten uit Italië komen. Dat zou vier tot vijf weken gaan duren. Gelukkig krijgen we binnenkort bezoek uit Nederland en het bezoek bleek toevallig nog wat ruimte over te hebben in haar tas. Laten daar nou net twee spoorstangkogels en een nieuwe camerabody in passen …. Omdat het vervangen van deze kogels minder noodzakelijk is dan het vervangen van de pakkingen van het diffhuis, kan dat nog wel even wachten. Dat is trouwens wel een van de weinige dingen die we echt missen aan Nederland: dat je iets wat je nodig hebt gewoon na een paar muisklikken en mailtjes op de mat hebt liggen.  

De werkzaamheden bij de garage waren net voor vijf uur klaar, zodat we dezelfde dag weer konden rijden. Om half zes wordt het donker, dus erg ver buiten Blantyre konden we niet meer komen. We wilden niet terug naar die arrogante l*l van Doogles, dus hebben we een andere plek gezocht: de achterbuurman van ze. De ietwat vervallen Wenelalodge had een ruim grasveld rondom en van de Zimbabwaanse eigenaar mochten we voor 1.000,- Kwacha (€ 2,-) pp wel in de tuin staan. Zo kan het dus ook. Hij wilde zijn tuin als camping gaan gebruiken, maar wist niet zo goed hoe hij dat aan moest pakken. En hij had eerst nog wat onderhoud aan het pand te doen. We hebben ‘m verteld dat ie de enige camping in Blantyre is, dus dat ie niet te lang moet wachten.

Met nieuwe pakkingen en een nieuw lager vertrokken we een dag later naar Majete NP. Dit wordt ons eerste Malawitische park en omdat we de veel te dure Tanzaniaanse melk-ze-maar-uit-want-toeristen-hebben-geld-zat parken hebben geskipt, ook weer het eerste park sinds weken. Nadat hier in 2012 drie leeuwen zijn uitgezet, is dit het enige Malawiaanse park met de Big Five. Maar ga die dus maar eens ergens vinden tussen de bomen en de lage struiken. Het is ons zelf in ieder geval niet gelukt. Deze begroeiing, de smalle weggetjes en vele steile rotsige hellinkjes maken het rijden wel leuk, maar leiden ook je aandacht af van het wildspotten. We trokken ook weer de conclusie dat onze volgende auto toch maar geen Unimog of Mischa-en-Daniële-Mercedes wordt: ons kleine slakkenhuis heeft in dit park weer een boel nieuwe krassen opgelopen. Meestal vinden we onze auto inderdaad te klein: als we ons aan het aankleden zijn (meestal tegelijk natuurlijk), met opruimen van boodschappen, bij de aanblik van de ontplofte bende binnen een uur na aankomst op een camping of als je van de bestuurdersstoel naar achteren kruipt. Maar ach, een grotere auto geeft alleen maar méér rommel en ruimte voor nutteloze zooi: wat je nodig hebt, heb je toch niet bij je (vier nieuwe spoorstangkogels, nieuw lager, nieuwe pakkingen). Nee hoor, we zijn helemaal tevreden met onze vierwielige reisgenoot. Groter is niet handig in de stad, in de parken en op kleine campsites en in een kleinere kan je niet binnen slapen. En niet koken als het slecht weer is. We rijden er voorlopig dus lekker mee door.

Maar goed, we reden dus door Majete. Op onze eerste rit kruisten we een van de vele droge rivierbeddingen, waarbij het pad ook nog in een S-bocht lag. Met de ondoorzichtige begroeiing was dat een totaal onoverzichtelijke situatie, maar gezien het gebrek aan andere bezoekers was dat geen enkel probleem. Dachten we. Maaike reed uit de bedding omhoog, maar zag halverwege de helling een paar grote grijze oren wapperen in de bocht enkele meters voor ons. Ze heeft de auto terug laten zakken en de motor uitgezet. We konden alleen de oren zien en af en toe een wapperende staart, maar van olifanten weet je dat ze altijd bewegen; met Captain Cali in Kidepo als uitzondering dan. Dus na een minuut of vijf hebben we het nog eens geprobeerd en zagen we ze inderdaad een eindje verder door de struiken struinen.  

Een dag later troffen we minder vriendelijke olifanten. We waren met een gids en ranger op avondgamedrive, toen we een familie olifanten tegenkwamen. De gids had al verteld dat er een groep grijze kolossen in het park woont die niks van auto’s moet hebben. Toen we deze club op zo’n honderd meter afstand zagen, wist ie laconiek te melden dat het om deze kudde ging en dat we maar eens goed moest kijken. De auto stond nog geen paar seconden stil of ze keken ze ons aan, begonnen met hun oren te klapperen en kwamen luid trompetterend op de auto af stormen. Wel of niet trompetteren is een duidelijk verschil tussen een mock-charge en een echte aanval. De eerste is een regelmatig voorkomende schijnaanval, waarbij je gewoon stil moet blijven staan. Bij de tweede moet je gas geven en wegwezen. Zoals nu dus. De gids gaf gas en ging een ander pad in. Eén van de  volwassen vrouwtjes had de bocht echter afgesneden en stond ons in de berm op te wachten, de rest van de circa tien familieleden maakte dezelfde bocht als wij en kwam achter ons aan. Uit een zijweg kwam een tweede gamedriveauto met toeristen, die het maar wat leuk vonden. Toen hun chauffeur zag wat er gebeurde, gaf ie echter ook gas en reed voor ons uit. Een volgende losse olifant wist ie met veel motorgeronk in de berm te houden en met twee auto’s kruisten we een droge rivierbedding, de kudde olifanten nog steeds trompetterend achter ons aan. Na de bedding stopten de chauffeurs de auto’s: de kudde durft kennelijk niet door de bedding en dat kwam goed uit. Inderdaad bleven ze boven aan de helling staan en konden we op gemak verder. Het toeristenspul in de andere auto vond het maar wat vermakelijk en had kennelijk niet in de gaten wat er echt gebeurde. De gids vertelde later op de avond dat deze groep olifanten een paar weken eerder de auto van een gezin uit Blantyre geplet had: ze hadden niet geluisterd naar het advies om te draaien. Dit soort dingen vertellen ze je niet als je met je eigen auto voor de poort staat …

Maar naast deze olifanten hebben we later in het donker nog twee mannetjes leeuwen, twee keer een civetkat en een genetkat gezien: een goed geslaagde avondgamedrive dus. Bij terugkomst op de campsite konden we bij twee Zuid-Afrikanen aanschuiven, want ‘ons het baie kos oër’. Het zomerse gasBBQgepruts van de gemiddelde Nederlandse huisman is aanklooien voor beginners op kleuterschoolniveau vergeleken met het barbecueën 2.0 van dit stel: een half schaap geklemd tussen twee roosters zo groot als een gemiddeld spijlenhekwerk stond naast een vuur dat bestond uit zes tot een meter hoog opgestapelde boomstammen. Toen het schaap klaar was werden er nog twee stammen met het formaat van een gemiddelde telefoonpaal op het vuur opgelegd. Lekker warm, dat dan weer wel.  

Verder hebben we in Majete weer sabelantilopen, nyala’s, een eland direct naast de weg, nijlpaarden, zebra’s en meer gezien. Het viel ons eigenlijk de eerste dag al op dat de dieren in dit park helemaal niet bang zijn. Meestal rennen de impala’s, warthogs en andere prooidieren al weg voordat je ze gezien hebt, maar hier bleven de meeste dieren op soms enkele meters van de auto staan. Zelfs de zebra’s, toch de overtreffende trap van angsthazerij, bleven gewoon tussen de bomen staan. Wat die hier deden terwijl ze meestal op uitgestrekte vlaktes voorkomen, was ons een raadsel. Misschien hebben ze bij het bepalen van de uit te zetten diersoorten een verkeerde soort gekozen. Want dat is het geval, de meeste dieren in het park zijn de laatste jaren uitgezet, nadat er na tientallen jaren fanatieke stroperij bijna geen meer over waren.

Tijdens reizen als de onze komt er een moment dat er van alles kapot gaat. Dat wisten we van tevoren en voor veel dingen hebben we dan ook een backup: kaarten voor de GPS, externe harde schijf voor de computer en tierips voor de ducktape. Oh nee, dat is allebei reserve. Reserveonderdelen voor de auto hebben we niet bij ons: dat wat kapot gaat heb je toch niet bij je en als je terplekke maar een noodreparatie kan maken ben je al een heel eind. Via hier of thuis is ook wel aan vervangende onderdelen te komen mocht het nodig zijn. Het moment dat er van alles kapot begint te gaan, hebben we inmiddels bereikt: nadat we in Zuid-Afrika de linker spoorstangkogels hebben vervangen, zijn nu de rechter aan de beurt en inmiddels hebben we dus ook enkele pakkingen en een lager vervangen. De eerste spijker hebben we ook al in een band gehad en de eerste antirammelducktape zit op de diffbeschermkap. We kunnen nu niet meer zeggen dat het bij wat losgetrilde bouten en een doorgeschuurde kabelmantel is gebleven. Ook ons fototoestel is kapot en daarvoor hebben we in Tanzania een compactcamera gekocht. Daar hadden we nou net geen backup van, terwijl we het daar van tevoren wel over gehad hebben. In Nkhotakota is ons nieuwe toestel uit Eelke z’n broekzak gevallen toen ie opstond van een rots naast de rivier. Inderdaad, binnen de tijd dat z’n hersenen aan z’n ledematen vertelden dat ie er achteraan moest, lag het toestel al half onder water met het klepje van de batterij open. De gids was gelukkig sneller en gaf een druipend toestel terug. Tijdens wat provisorisch afdroogwerk bedachten we dat we nu weer zonder foto’s verder moesten, tot de gids met een verlegen lach de nog droge batterij uit de omgevouwen rand van z’n trui haalde. Gelukkig! De gedeukte behuizing hebben we met een paar schroevendraaiers terug in vorm gewrikt en het ding een nacht laten drogen. Er zitten nu nog krassen op de behuizing en de flitser heeft het een tijdje niet gedaan. Verder doet ie het gelukkig nog, al is het met waterschade altijd even afwachten hoe het echt afloopt. De computer heeft inmiddels ook een paar tikken gehad. Maaike zegt altijd dat er niks op de deurmat mag liggen, want als je dan naar binnen gaat, stap je er bovenop. Inderdaad, Maaike had de computer op de mat gelegd en klom even later naar binnen. Maatje 37 belandde op het zwarte ding en zei krak. Nu is het beeldscherm drie centimeter smaller, want we hebben daar een dikke grijswitzwartblauwepaarsrosegele streepvlek voor terug gekregen. Eelke ging er overigens een paar dagen later ook nog bovenop zitten en nu hebben we ook een witte streep overdwars. Naast het elektronische en mechanische deel, beginnen ook onze kleren uit vorm te raken en te verkleuren. Een half jaar handwas met de lokale Omo Power, doet ons Nederlandse spul geen goed. Ach ja, na een jaar mag het ook weg ook. Het enige is dat we waarschijnlijk in oktober/november terug komen in Nederland en onze winterkleren ergens achter in de opslag liggen. Daar hadden we met inpakken even niet aan gedacht …      

Na Majete hebben we het vijftig kilometer zuidelijker gelegen Lengwe NP bezocht. De prijzen van de parken liggen in dollars vast en de wisselkoers van de Malawiaanse Wildlifebeheerder ook: één dollar voor 400 Kwachas. De gateman wilde betaald krijgen in Kwachas en hanteerde een koers van 450. Eén keer raden waar die extra 50 blijven... Met een beteuterde blik in z’n ogen nam ie onze dollars in ontvangst: hier doen we niet aan mee. Lengwe zelf is veel minder druk bewoond door allerhande vierpotigen dan Majete, wat het park wat minder aantrekkelijk maakt om wild te kijken. Ze hebben echter wel een aantal waterholes met een kijkhut erbij en daar hebben we een aantal uren doorgebracht. Helaas bleef de score beperkt tot een paar nyala’s, gele bavianen, wat impala’s, drie hamerkoppen en een bushbuck, maar gewoon voor je uitkijken is een stuk minder vermoeiend dan met je auto over de stuiterpaden van Majete laveren. Het landschap in Lengwe lijkt meer op een park dan een bos: uitgestrekte grasvelden met plukjes bomen en struiken er tussen. 

Om toch een beetje te blijven bewegen zijn we vanuit Lengwe naar het Zomba Plateau gereden, dat in het zuidoosten van Malawi ligt. Vanaf dit plateau zou je mooie uitzichten kunnen hebben naar Mozambique, Liwonde National Park en Lake Malawi en er zijn nog een aantal watervallen. Dat willen we dan wel eens zien. Onderweg naar Zomba zijn we de eerste grootschalige wegwerkzaamheden van Malawi tegengekomen. En dat terwijl de weg er nu nog beter uitzag dan een van de betere asfaltwegen van bijvoorbeeld Oeganda. Na het dorpje Zomba zijn we in de laatste vijf kilometer nog een paar honderd meter gestegen en we hebben een plekje gevonden bij de Trout Farm. Dit is de uitzondering op de regel, want hier laten ze zien dat de prijs/kwaliteit verhouding rechtevenredig is: het kost bijna niks, maar behalve een mooi grasveld met een beetje uitzicht en sanitair op zo’n driehonderd meter afstand heb je ook niks.

Gewandeld hebben we ook: circa achttien kilometer met een hoogtestijging van ongeveer 700 meter. En dat met onze we-zitten-al-maanden-in-de-auto-conditie: we zijn er trots op. Eerst zijn we naar het hoogste punt van het plateau gelopen. Het uitzicht reikte helaas niet verder dan een meter of tien vanwege de nevel, wat eigenlijk de normale bewolking was. Met je hoofd in de wolken lopen is wat ons betreft klam en koud. Gelukkig werd dat later tijdens de wandeling beter. Bij Chongwe’s Hole konden we de gehele Shire(-rivier)vallei zien tot waar de rivier uitkomt in Lake Malomba en aan de andere kant verder gaat richting de Zambezi. Vanaf het punt waar we stonden ging het plateau bijna recht naar beneden en had mooie begroeide hellingen. Tijdens de wandeltocht hebben we ook gezien wat de lokale bevolking doet met bos: grootschalige houtkap. Gelukkig werd er hier nog wel een beetje over nagedacht: er worden bomen gekweekt en terug geplant en worden geen complete hellingen gekapt om de erosie niet helemaal zijn gang te laten gaan. Maar om die mannen daarna met een fiets volgeladen met hout (en vol is hier echt vol) het plateau af te zien lopen naar het dorpje om het daar te verkopen, dat is pas buffelen.

Voordat we Malawi verlaten willen we graag nog één keer een blik werpen op het meer en het is daar meestal aangenaam warm in tegenstelling op het Zomba Plateau, dus we zijn naar Cape McClear gereden. Hier hebben we nog een rustige dag aan het meer doorgebracht voordat we via Lilongwe naar de grens met Zambia rijden: op weg naar de dieren van South Luangwa. Daar hebben we inmiddels al zo veel goede verhalen over gehoord dat we dat wel eens met eigen ogen willen zien.

Malawi algemeen

Armoede: Malawi is een van de armste landen van Afrika. We zijn ook nog nooit zo weinig auto’s tegen gekomen als hier. De wegen daarentegen, misschien wel juist door het gebrek aan auto’s, zijn vrij goed. De hoofdwegen zijn allemaal geasfalteerd en vrijwel potholevrij en de meeste dirt roads zijn ook redelijk begaanbaar. De mensen op het platteland zien er niet armer of slechter uit dan de mensen uit bijvoorbeeld Tanzania of Oeganda, soms zelfs beter. Waarschijnlijk is er een veel minder grote klasse rijke mensen die het gemiddelde inkomen van het land omhoog haalt.

Eten: er wordt hier voornamelijk maïs verbouwd. Dat vormt namelijk het hoofdbestanddeel van, of eigenlijk, is het eten van de mensen in Malawi. Je kunt ze van alles voorschotelen aan groenten, gefrituurde aardappel, vis, vlees (als er geld voor is), maar als ze geen nsima hebben gegeten, hebben ze niet echt gegeten. Nsima is een dikke brij van maïsmeel. Dit jaar is de maïsoogst mislukt: het heeft wel geregend, maar het regenseizoen is te laat gestart en dus binnenkort hebben de Malawianen honger. Volgens diverse mensen die we hier gesproken hebben is dat in zoverre onterecht dat er voldoende ander voedsel is, zoals aardappels en casave. Maar ja, aardappels eet je als ontbijt en niet als lunch of avondeten en dus hebben de mensen honger.

Roadblocks: we zijn veel roadblocks van de politie tegengekomen. Dan staat er een slagboom op de weg en moet je stoppen. De helft van de keren moeten we inderdaad van alles aan papieren laten zien (rijbewijs, verzekering, carnet) en de andere helft mogen we gewoon doorrijden. Om niet elke keer naar de slagboom te moeten lopen voor de auto’s die eigenlijk niet hoeven te stoppen, hebben ze hier een oplossing bedacht. Oplossing 1.0: je hebt een slagboom met een contragewicht. Daaraan maak je een touwtje vast, zodat je op een afstand van circa vijf meter van de weg in je luie positie onder de schaduw van een boom, aan het touwtje kunt trekken en de slagboom open gaat. Door het contragewicht gaat ie vanzelf weer dicht. Oplossing 2.0: je hebt een slagboom die je als een hek over de weg moet draaien om open te doen. Dan heb je niks aan een contragewicht en maak je één touwtje zo vast zodat je de slagboom open kunt maken en het andere touwtje zodat je de slagboom weer dicht kunt trekken. Dan hoef je gelukkig je luie stoel niet te verlaten.


Malawi (12-4 t/m 26-4) deel I

Vanuit Mbeya, Tanzania, proberen we voor de tweede keer de grens met Malawi te bereiken. De vrachtwagen was inmiddels aan de kant en stond in een dorp verderop. De grensovergang was appeltje-eitje en de goedkoopste tot nu toe: we hoefden nergens voor te betalen. Vanwege het uur tijdverschil tussen Tanzania en Malawi leverde deze grensovergang ons zelfs 15 minuten op in plaats van dat het tijd kostte.

De eerste grotere plaats die we tegen kwamen was Karonga. Na een blik op de kaart bleek dat het nog weer even zou duren voordat we een grotere plaats tegen zouden komen, dus hebben we in Karonga op alle fronten weer bijgetankt, voor de auto letterlijk in dit geval. Bij het pinapparaat hadden we ook even werk: je kunt er maximaal 40.000,- Kwacha’s (ongeveer 100 dollar) tegelijk uit krijgen. De grootste coupure is 1.000,- en meer briefjes dan veertig passen er niet door de gleuf. Gelukkig konden we met één pas wel meerdere keren pinnen. Bij de People’s hebben we wat vlees, blikvoer en brood gehaald (direct vanuit de oven: waarom AU heeft iedereen AU in de rij AU een mandje AU?) en zijn toen op zoek gegaan naar de markt. Deze bleek achter een rijtje winkels te zitten: in het voorbijrijden zagen we tussen de winkels door een smal gangetje waardoor je op de markt terecht komt. We hebben bij verschillende stalletjes onze groente en fruitvoorraad weer aan kunnen vullen. Voor € 3,50 hadden we een trosje bananen, drie avocado’s, vijf rode uien, negen grote tomaten, 1,5 kilo aardappels, drie scheppen gepelde groene erwten en drie scheppen geraspte kool. Hier hebben we bijna een week van kunnen eten en dat gaan we bij de AH toch niet redden. De gepelde erwten en geraspte kool zijn wel iets duurder, want deze worden door de vrouwen vast gepeld/geraspt, want ze zitten toch de hele dag op de markt. Daar hebben ze dan wel weer over nagedacht. Oh ja, onderweg naar de grens hadden we in Tanzania nog een boel wortels gekocht. Eigenlijk gingen ze alleen per emmer, maar na even moeilijk kijken kregen we alleen de kop die op de emmer zat mee. Vitaminen komen we hier niet te kort.

Nadat we alles hadden ingeslagen zijn we doorgereden naar FloJa Foundation. Floor en Jan, klinkt Nederlands en dat zijn ze ook, vertrokken zes jaar geleden naar Malawi om een stichting op te zetten waarbij kinderen een basis wordt geboden voordat ze naar de basisschool gaan. Een soort kleuter- en peuterschool waar ze kinderen opvangen en les geven, zodat die een voorsprong hebben op de basisschool. Deze voorsprong houden ze vast door de kinderen die het best presteren en het willen nog een paar dagen in de week in een huiswerkklas terug te laten komen. Op die manier wordt het gehele educatieniveau hoger. De neveneffecten van dit project zijn echter bijna belangrijker: de kinderen worden op HIV getest. Enkele ouders hebben dat gezien en weten dat ze zich daar anoniem kunnen laten testen. En de docenten hebben onderling een soort banksysteem opgezet, waarbij ze tegen betaling van rente van elkaar geld kunnen lenen. Dit betekent dat ze verder vooruit zijn gaan denken dan de in Afrika gebruikelijke paar dagen en dat brengen ze dan weer over op de kleintjes. Stapje voor stapje kom je zo verder. Voor meer info zie www.flojamalawi.nl.

We hebben hier uiteindelijk drie nachten gekampeerd, want op de campsite bleken namelijk Sonja en Jeroen (www.travelmaniacs.nu) nog te bivakkeren. Zij zijn inmiddels 1,5 jaar onderweg: via het westen afgezakt en nu via het oosten terug naar huis. We hebben veel verhalen en ervaringen uitgewisseld en veel Nederlands kunnen praten, ook met Floor en Jan natuurlijk. Kortom: erg gezellige dagen. Jan had in zijn animatieprogramma opgenomen dat de president langs zou komen. Halverwege mei zijn er verkiezingen in Malawi en in het kader van de campagne kwam de huidige president Joyce Banda de katoenfabriek naast FloJa openen. Dit was voor de omgeving natuurlijk een heel spektakel. Toen ze uiteindelijk aankwam ging de opening in sneltreinvaart: voordat we het door hadden was het lintje al doorgeknipt en was ze door de fabriekshal naar de andere kant gelopen. Iedereen ging achter haar aan en wij uiteraard ook. Maar niet voordat we gezien hadden dat de rode loper achter de president werd opgerold, snel achter in een auto werd gekieperd en naar de andere kant van de hal werd gereden, om daar opnieuw uitgerold te worden: ze kwamen een loper te kort. Joyce Banda heeft hier nog een toespraak gehouden, half in het Engels, half in de lokale taal. We konden er dus weinig van volgen, maar aangezien we met Jan, Sonja en Jeroen de enige Mzungu’s waren, maakte dat niet uit. Daarna ging ze er weer vandoor en zijn we terug gegaan naar de camping.

Na FloJa zijn we naar Chitimba Camp gereden, wel vijftig hele kilometers over vlak asfalt. Ook dit is weer een mooie plek aan het strand van Lake Malawi met wederom Nederlandse eigenaren: Ed en Carmen. Dus ook hier hebben we weer Nederlands kunnen praten. Al met al was dit wel een hele gezellige week. Ed is een groot muziekliefhebber, dus we hebben hier ook weer eens lekker andere muziek kunnen luisteren en zelfs Doe Maar kwam voorbij.

Lake Malawi is het laatste meer van de Rift Valley, die hier naast het meer niet zo breed is. Al vrij snel komt het escarpment (wat is het Nederlandse woord hiervoor?) omhoog en vanuit Chitimba loopt een weggetje tegen de bergen op naar Livingstonia. We hadden al van verschillende mensen gehoord dat de wandeling vrij lang was: vijf uur heen en 700 meter omhoog over een smalle weg met veel keien, gravel, geulen en haarspeldbochten. Daarna volgt nog zes kilometer vlak naar het dorpje zelf. Iedereen die er geweest is, was het er over eens dat het dorp wel leuk was, maar niet bijster interessant. Aangezien we al weer een paar maanden alleen maar in de auto hebben gezeten, is onze conditie niet heel best meer. We hadden onszelf dan ook niet Livingstonia als doel gesteld, maar een lekker stukje lopen. En dat hebben we gedaan: circa  5,5 km en 400 meter omhoog en weer terug, zorgde voor een mooie ochtendwandeling met diverse mooie uitzichten: het luie zweet is er weer uit. Waarschijnlijk kunnen we nog meer wandelen in Malawi.

Als volgende stop willen we graag naar het Nyika Plateau, maar vrezen voor de staat van de wegen. Het regenseizoen duurt inmiddels al drie weken langer dan normaal en er is erg veel regen gevallen. We besluiten om naar Rumphi te rijden en daar te informeren naar de staat van de weg. We hoorden daar dat de eerste dertig kilometer vlak en modderig was, de tweede dertig kilometer heuvelachtig en modderig en daarna werd het rotsachtig. En modder betekent hier dikke, vette, natte rode klei: een ondergrond waar de combinatie van onze banden en onze auto niet zo dol op is (zie Oeganda). En de enige keer dat we met onze auto vast zaten, was in dikke vette klei in Polen. Het advies was als het droog zou blijven het maar gewoon te proberen, maar aangezien het die nacht ook nog aardig regende, hebben we maar besloten niet naar het Nyika Plateau te rijden. Een paar dagen later hoorden we van een lokale touroperator dat dit een goede keuze was: hij kwam er net vandaan en had deze weg in zijn 20-jarige carrière nog nooit zo slecht gezien.

Op weg naar Rumphi zijn we nog gestopt bij het Kandewe Cultural Heritagesite. We werden ontvangen door het dorpshoofd, dat deze site heeft opgezet. Het doel ervan is toeristen iets te vertellen over het Phokavolk en met het geld de community te ondersteunen. Daarnaast hebben ze met bamboe een brug gebouwd over de rivier, naar eigen zeggen in 1904. Het is een vrij creatieve brug, eigenlijk meer een hangende mand en door de regen inmiddels erg glad, maar het is gelukt om over te steken en weer terug te komen. Daarna heeft het dorpshoofd het museum laten zien: een kleine ruimte van circa vier m2 met daarin allerhande lokale gebruiksvoorwerpen, zoals een werkende (!) platenspeler met een kalebas als naaldhouder en versterker. Wij hebben het maar tot rariteitenkabinet gedoopt. Met een vrouw (zijn vrouw?) en de kinderen uit het dorp hebben ze nog wat liedjes voor ons gezongen. Wie uiteindelijk wie aan het bekijken was bleef voor ons de vraag en in hoeverre de gebruiksvoorwerpen en liedjes echt tot het lokale volk behoorden, geen idee. Maar we hebben ons een uur lang kostelijk vermaakt.

Via de Shoprite in Mzuzu zijn we naar onze volgende bestemming gereden: Chinteche Inn. Inderdaad: aan Lake Malawi. Voor het eerst sinds ruim een maand hebben we weer eens een warme douche gehad. Wat kan dat toch fijn zijn! Het is hier niet zo warm meer, regelmatig onder de dertig graden zelfs, dus dan is een koude douche echt niet lekker. We slapen zelfs weer onder het dekbed. We hadden de tip gehad dat de toeristenmeukschilders hier ook auto’s beschilderen, maar van wat ze lieten zien waren we niet bijster onder de indruk en ons slakkenhuis is dus nog helemaal geel.

Vanaf Chinteche zijn we verder gereden naar het Nkhotakota Wildlife Reserve. Daar hebben we twee nachten geslapen bij het Bua Camp, direct langs de rivier. Vanwege het regenseizoen is dit niet de beste tijd van het jaar om dieren te zien: het gras is ruim twee meter hoog. Maar ook zonder dieren is het een mooi park. We hebben een wandeling gemaakt van een halve dag, waarbij we wel hele verse olifantendrollen hebben zien liggen en een spoor door het hoge gras, maar van de rechtmatige eigenaar helaas helemaal niets. Bavianen en vervetapen liepen er wel rond en we hebben een aantal vogels voorbij zien vliegen.

We hebben het plaatsje Nkhotakota met bijbehorende pottenbakkerij ook bezocht. We hebben vanuit praktische overwegingen en stiekum ook omdat we het niet mooi vonden, geen zelfgemaakte kopjes, borden of andere dingen gekocht. De koffie met cheesecake, wel makkelijk mee te nemen, was erg lekker. Na nog een nachtje aan het strand zijn we via het Ntchisi Forest naar Lilongwe gereden. Na de laatste weken alleen maar asfalt gezien te hebben, hebben we onze schade over dirtroads weer ingehaald: het ging weer ouderwets langzaam en voor het slapen moesten we eerst het stof uit ons bed kloppen. De shortcut is in kilometers wel korter, maar in tijd zeker niet; eerder een longcut dus. De weg deed ons regelmatig denken aan die in het westen van Tanzania, maar hier had het gelukkig al een tijdje niet meer geregend. Aan de lokale bevolking te zien komen hier maar weinig auto’s, laat staan blanken in zo’n gevaarte als wij hebben. We hebben twee dagen gezwaaid en wie er niet toe kwam om te zwaaien keek ons met grote ogen aan en had zijn ver mond open staan. Het was wel weer een erg leuke en met name mooier route: we reden afwisselend tussen metershoge gele bloemen en gras en daarna weer tussen akkers met tientallen kilometers ver zicht over de heuvels. Degene die niet weet waarom dit gedeelte van Afrika ‘Donker Afrika’ heet, moet hier maar eens een nachtje slapen.

Voor Lilongwe hebben we wat praktische zaken op ons lijstje staan: boodschappen doen, wassen, de auto een technische troetelbeurt geven, kijken of ze ons hier wel aan spoorstangkogels kunnen helpen en de auto van onder tot boven poetsen. We hebben de laatste tijd nogal wat last van mieren, iets waar vrijwel alle overlanders vroeg of laat mee te maken krijgen. Ze komen en gaan, soms één en af en toe in grote aantallen: in de aanval op onder andere onze pot honing. We hebben vanaf FloJa ook een meereizende huisgekko. Nog een mini: van kop tot staart is ie nog geen acht centimeter. We hebben ‘m regelmatig gezien, maar in Nkhotakota Wildlife Reserve voor het laatst. Of hij zich goed verstopt heeft of ons heeft verlaten, geen idee. We hebben waarschijnlijk een nest gehad, want we kwamen in Chitimba onder de motorkap drie van die kleintjes tegelijk tegen en even later een grote. We hebben ook nog een derde levensvorm ontdekt: in de koelkast was zich een geheel nieuw microbiologisch ecosysteem aan het ontwikkelen. Met behulp van een flesje Dettol ook weer verwijderd. Verder kun je in Lilongwe, onder overlanders wereldberoemd, je eigen auto in hout na laten maken: dat willen we ook graag laten doen. Het is eigenlijk het enige bewijs dat je ook echt met je eigen auto in Malawi bent geweest. Of het gelukt is en hoe het eindresultaat er uit ziet kunnen jullie lezen/zien in ons volgende verslag, we hebben ons houten slakkenhuis namelijk zelf ook nog niet gezien.

 

 

 

 

 

 

 




Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.