Kameroen 2016

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

Kameroen 15 t/m 24 oktober 2016

Eerder dit jaar hadden we al bedacht dat we in de herfstvakantie nog een weekje weg wilden. De mogelijke bestemmingen gingen steeds verder: van Spanje, naar de Azoren, via de Kaapverdische eilanden naar Ghana en uiteindelijk is het Kameroen geworden. Waarom? Via de stichting Bamenda (stedenband tussen Dordrecht en Bamenda – Kameroen) kwam Eelke in contact met medewerkers van de Polytechnische Universiteit in Bamenda. Zij hebben in juni dit jaar een bezoek gebracht aan onder andere de Hogeschool Rotterdam waar Eelke ze heeft ontvangen en een en ander heeft verteld over de Hogeschool en de opleiding Civiele Techniek. Omdat we benieuwd waren hoe het er in Kameroen aan toe gaat hebben we besloten een en ander te combineren en daar onze herfstvakantie door te brengen.

In eerste instantie hebben we contact gelegd met de medewerkers van de Polytechnische Universiteit en een afspraak gemaakt om ze te bezoeken. Vanuit de stedenband lopen er meerdere projecten en toen Maaike bij een klant liet vallen dat ze binnenkort naar Bamenda zou gaan, kwamen er nog meer uitnodigingen en afspraken. Voordat we vertrokken, hadden we de agenda al aardig vol staan voor deze (ruime) week.

Dit keer hebben we het vliegtuig gepakt vanaf Brussel. Brussel Airlines vliegt met een tussenstop in Kameroen rechtstreeks naar hun oude kolonie, Congo (DRC). Met 7 uur vliegen stonden we op het vliegveld van Douala, dit is de economische hoofdstad van Kameroen. Het ligt aan de kust, heeft een haven en ook het commerciële vliegveld. Bij de rij voor immigratie bleek al snel dat we weer terug waren in Afrika: na ongeveer drie kwartier wachten, kregen we een briefje dat we in moesten vullen, opnieuw in de rij en na nog eens drie kwartier wachten kregen we onze stempels. Het visum hadden we in Nederland al geregeld. Daarna werd Eelke er uit gepikt (samen met nog een aantal mannen) om de handbagage grondig door te nemen. Aangezien er maar één kantoortje was en meerdere mannen duurde het even. Tegen die tijd had Maaike de bagage opgehaald en was teruggelopen. Dom natuurlijk, want toen de douane dat zag wilden ze ook onze grote tas nog doorspitten. Afijn, na nog even wachten konden we een taxi zoeken om ons naar onze eerste slaapplaats te brengen. Gelukkig ging dit allemaal voorspoedig. De kamer was uitgerust met airco. Een luxe, maar wel erg prettig met een temperatuur van 35 graden en een hoge luchtvochtigheid. Na wat noodles te hebben gegeten en onze familie hebben laten weten dat we goed aangekomen zijn (gewoon via de app en aanwezige wifi-verbinding), zijn we gaan slapen.

De volgende dag vroeg op, want we worden rond 7 uur opgehaald door de chauffeur die ons naar Bamenda brengt en onze gids Basil, die we de komende week nog meer gaan zien. Afrikaanse verwarring alom, want volgens de portier waren wij de avond ervoor niet aangekomen, waardoor de chauffeur twijfelde waar we nu waren. Nadat we elkaar telefonisch hebben gesproken zijn we gaan kijken of we de chauffeur konden vinden. We hebben dit ook weer aan de portier gevraagd en volgens hem had er niemand naar ons gevraagd. Nog een keer bellen. Na zelf de straat opgestapt te zijn en gehoord te hebben welke kleur auto we moesten zoeken, hebben we onze chauffeur gevonden.

De rit duurde al met al 7 uur. Het eerste gedeelte van de weg was goed, maar na het passeren van de taal- en provinciegrens van de regio Bamenda (Engelstalig) werd de weg beduidend slechter. Circa 80% van Kameroen is Franstalig en de rest Engels. Net als in de rest van de wereld hebben de Franstaligen een hekel aan de Engelstaligen en andersom. Laat de president nu toevallig Franstalig zijn…

In onze tijd in Bamenda hebben we geslapen in het CBC guesthouse. De kamers waren eenvoudig, maar wel compleet en ook behoorlijk schoon. Op maandag onze eerste afspraak: bij een middelbare school. We eerst bij de directeur geweest, daarna rondgeleid door een lerares Engels. Ze dacht vervanging geregeld te hebben voor haar eigen klas, maar die bleek er niet te zijn. Dus achterin het lokaal werd een paar kinderen verplaatst naar de banken ervoor en konden wij plaats nemen. Het was interessant om te zien hoe iemand les geeft aan ongeveer 100 kinderen in een gehorig gebouw. Uiteindelijk lukt het wel, nadat eerst de kinderen in de klas ernaast tot stilte zijn gemaand en de nieuwigheid van deze vreemde ‘klasgenoten’ af was. ’s Middags hebben we een rondje gelopen over de lokale markt. Heerlijk zo’n markt waar je werkelijk alles kunt kopen en geen winkel meer vloeroppervlak heeft dan 1 m2, maar wel bijna 3 m hoog is. Eelke heeft hier nieuwe slippers gekocht, echte Versace. Hoeveel chemische troep hier in zit weten we niet, maar na drie maanden stonken ze nog steeds. We hebben we ook kennis gemaakt met Marcel, de beheerder van het koffieproject waar we later deze week een bezoek brengen.

De volgende dag brengen we een bezoek aan de Polytechnische Universiteit. We worden opgehaald door een van de mannen die Eelke eerder dit jaar heeft ontmoet. Het is in de ochtendspits nog ongeveer driekwartier rijden. Op het terrein krijgen we eerst een rondleiding en rond 11 uur is een vergadering belegd met een aantal  medewerkers. We krijgen eerst een presentatie over het hoe en wat van hun universiteit en vervolgens licht Eelke nog een en ander toe over de Hogeschool. Vervolgens is het tijd om te gaan lunchen. Dit is de start van onze ‘sociale eet-week’. In een Europees aan doend restaurant staat een buffet opgesteld met koude en warme gerechten en voor toe grote schalen met vers fruit. Na afloop van deze lunch worden we uitgenodigd voor een uitgebreide lunch de volgende dag. Aangezien we dan ook al een afspraak hebben, verschuiven we die naar het einde van de middag.

Terug bij het CBC bellen we de beheerder van de koffiefarm weer, want we hebben afgesproken om op de koffie te gaan bij de moeder van de eigenaar van het koffieproject, Mama Foncha. Het was een bijzondere ontmoeting in alle opzichten: Mama Foncha (95) is een hele vriendelijke vrouw die het een en ander van de wereld gezien heeft. Zo is ze op de thee geweest bij Koningin Beatrix (haar man was o.a. een belangrijke politicus in Kameroen), ze maakt(e) deel uit van vrouwenorganisaties, de kerk enz. Uiteraard bleek ‘op de koffie gaan’ hier ook een metafoor voor een maaltijd met een volledig gebraden kip, rijst en pindasaus. Wel koffie toe. En dit alles nog geen twee uur na de uitgebreide lunch die we met de medewerkers van de universiteit. Nadat we weer terug waren op onze kamer hebben we rustig aan gedaan.

De volgende ochtend hebben we een wandeling gemaakt met onze gids Basil. Hij is een kunstenaar die zijn werk probeert te verkopen aan toeristen. Aangezien er in Kameroen niet heel veel toeristen komen is het een lastig bestaan. We hebben in die acht dagen 17 blanken gezien, waarvan 9 op het strand een van de laatste dagen. We zijn naar een waterval gelopen in de buurt, door de sloppenwijken van Bamenda. Vervolgens hebben we kennis gemaakt met zijn vader, vrouw en broer. De kinderen waren naar school. Ze wonen allemaal in een eigen (stenen) huis, maar wel naast elkaar. De keuken en de douche en toilet zijn buiten en worden gedeeld. Na de wandeling zijn we met de taxi naar Bafut gegaan, een dorp verderop. Hier hebben we een rondleiding gekregen door een van de vrouwen van de Fon (soort koning) door Fon’s Palace. Een groot terrein met daarop woningen voor al de 21 vrouwen van de Fon, een schooltje voor alle kinderen, algemene ruimtes voor bijeenkomsten en een secret place voor ceremoniën. Er hoort ook een museum bij. Omdat de stroom was uitgevallen hebben we alles bekeken met behulp van twee zaklampen. Dan is het af en toe schrikken als er een levensgroot houten beeld achter je blijkt te staan. Uiteindelijk met de taxi weer terug. Taxi’s hier zijn de ideale manier om je te verplaatsen. Je betaalt een vaste prijs: binnen de stad 50 cent, buiten de stad 1 euro en nog verder 1,50. Je deelt dan wel de taxi met iedereen die ook maar dezelfde kant op neigt te gaan: met zijn vieren op de achterbank is geen probleem en met zijn tweeën op de passagiersstoel voorin ook niet. Als het dan ook nog gaat regenen en de taxichauffeur zijn eigen kinderen ziet lopen, past er ook nog wel eentje achter hem op de bestuurdersstoel.

Aan het einde van de middag worden we weer opgehaald door de twee heren van de universiteit voor een late lunch/vroeg diner. We rijden de stad uit en een stukje over de ring road. Wat een mooie uitzichten heb je hier. Alles is groen, je kijkt tussen de heuvels door, af en toe een waterval. Echt fantastisch. Vanuit het restaurant hebben we ook mooi uitzicht op de heuvels. Helaas is het bijna donker als we aankomen. In het restaurant wordt ons geadviseerd het lokale gerecht te nemen: fufu corn in aluminiumfolie (polenta) met daarnaast njama njama en stukken kip. We mochten ‘white-man-tools’ gebruiken, maar dat hebben we dit geval maar achterwege gelaten. Dat heeft wel tot gevolg dat we na het diner allebei konden douchen. We zijn er toch niet zo handig in, eten zonder bestek.

Op donderdag staat een bezoek aan de koffieplantage van de familie Foncha en het koffieproject in de regio Belo op het programma. Voor de beschrijving hiervan verwijs ik naar het ‘projectblad: Cameroon Coffee Boyo’ dat ik hiervan heb gemaakt, via de link onderaan deze pagina. Na een ontzettend leuke en leerzame dag over het verbouwen en oogsten van de koffiebonen hebben we weer een maaltijd gegeten bij Mama Foncha, daarna een biertje in de bar van Marcel met hem en zijn vrouw en weer terug naar het CBC. Hier werden we binnen een half uur weer opgehaald door een van de mannen van de universiteit met zijn vrouw. Ook nu zouden we koffie gaan drinken. Koffie hebben we niet gehad, maar wel weer grote schalen met eten in een nabij gelegen restaurantje. Dit was een heel ander soort gesprek dan tot nu toe, omdat het ook een beetje over prive levens en vakanties ging in plaats van alleen het werk op de universiteit en Hogeschool.

Dat het zo’n intensief programma zou worden hadden we niet voorzien, dus we waren extra blij met onze twee dagen aan de kust die we als afsluiting hadden gepland. Hier willen we nog twee dagen ‘vakantie’ houden en al onze gesprekken en maatlijden verwerken. Dit betekent wel weer een dag in de auto. We hadden dezelfde chauffeur, maar helaas een andere auto: de uitlaat was lek. Of gewoon weg. In ieder geval gingen hebben we 7 uur uitlaatgassen, ondanks dat alle ramen open stonden. Met barstende koppijn en een beetje knorrig kwamen we aan in Limbe. Diezelfde middag hebben we niks meer gedaan, behalve wat gelezen en van het uitzicht op de oceaan en Mount Cameroon genoten.

Na een nacht goed slapen en een wat verlaat ontbijt doordat de kok nog ergens in het dorp liep (oh, hebben we klanten dan?), hebben we de taxi naar Limbe gepakt. Onze eerste uitstapje was een bezoek aan het Limbe Wildlife Centre. Hier worden voornamelijk weesapen opgevangen die slachtoffer zijn geworden van de stroperij. Het viel ons mee hoe goed de hokken er uit zagen. De meeste dieren hadden behoorlijk de ruimte en leefden in groepen waar dat wenselijk is. Een nuttig besteedde ochtend. Met een korte wandeling kwamen we aan in de botanische tuin van Limbe. Jaren geleden was dit waarschijnlijk een prachtige grote tuin. Op dit moment is maar een derde geopend voor bezoekers en maakt het een vervallen indruk. Speeltoestellen zijn kapot, een plantenkas is kapot en overwoekerd, sommige grote bomen zijn volledig omringd door haagwinde. Achterin de tuin was een soort openluchttheater aanwezig. Ondanks dat het vervallen was, hebben we hier toch aardig wat tijd doorgebracht met wandelen, rondkijken en lezen.

Onze laatste dag startte met regen en onweer. Het lijkt wel of het elke dag een uur eerder begon met regenen, want aan het begin van de week viel de regen pas ’s avonds. Daarom hebben we er maar een luie dag van gemaakt. ’s Middags zijn we op en neer geweest naar de haven waar we heerlijk vruchtensap hebben gedronken en ons verder vermaakt hebben met kijken naar families die een dagje uit waren. Op het strand kon je voor een paar centen op een paard gaan zitten en daar foto’s van laten maken. De meeste vrouwen durfden dit niet en bleven er voor staan. Ook hebben we hier onze teller met blanke mensen verdubbeld. Blijkbaar zitten die allemaal hier in de buurt.

Rond 18 uur stond de taxi klaar om ons naar het vliegveld te brengen. Daar mochten we opnieuw in de rij voor onze stempels, nadat we een formulier hadden ingevuld. Ook dit duurde zeker anderhalf uur. We hadden de tijd. Op 2 winkeltjes na was er niks te beleven en hebben we in de wachtkamer gezeten. De vlucht was verder prima en de volgende ochtend om 6 uur stonden we weer in Brussel bij 0 graden. Dat viel tegen na de warmte van afgelopen week. Een trui hebben we in Kameroen niet aangehad.

Al met al een bijzondere reis! Dat is de korte samenvatting van deze vakantie. Het was ontzettend leuk om al deze mensen te ontmoeten, rondleidingen te krijgen over hun instituten en projecten en sociaal eten is iets dat wij ook niet zo vaak doen. Kameroen zelf is een arm land, maar doordat het er veel regent kan er voldoende voedsel verbouwd worden voor iedereen. Het land is dan ook erg groen. Limbe ligt 20 km bij een van de natste plekken van de aarde vandaan met een gemiddelde regenval van ruim 10 meter per jaar (ter vergelijking: in Nederland valt gemiddeld 0,85 meter).

Wij hebben het heel erg naar ons zin gehad en wellicht komt er nog eens een vervolg op dit bezoek.


Cameroon_Coffee_Boyo.pdf

 




Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.