'This is Africa'

- Wie zijn wij - - Reisverslagen - - Onze auto's - - 'This is Africa' - - Album - - Contact / Links - - Gastenboek - - Voor overlanders/reizigers -

Onder de titel ‘This is Africa’ willen we jullie mee laten ‘genieten’ van wat Afrikaanse anekdotes en voorvallen.


Het eerste  verhaal begint al voordat we weggaan, maar dat maakt niet zoveel uit. We vonden het iets te lang voor hier en hebben het een eigen pagina gegeven. Je komt er via de link hieronder.

De wereldreis van de schokbrekers

2013


Wie in Afrika rijdt, krijgt vroeg of laat te maken met talloze controleposten. Of het aan het lieve snoetje van onze auto ligt weten we niet, maar tot nu toe hebben we hier geen vervelende ervaringen mee. Onze ervaringen hebben we op een aparte pagina beschreven:

Onze ervaringen bij roadblocks 

2013-2014


Zin en onzin, nut en nutteloosheid van ontwikkelingshulp en NGO’s

Inmiddels zijn we ruim een half jaar onderweg en hebben we 10 verschillende landen gezien. Dan gaan vanzelf de verschillen tussen de landen, armoede en NGO's opvallen. Hier hebben we een stuk over geschreven. Te lezen via onderstaande link.

Zin en onzin, nut en nutteloosheid van ontwikkelingshulp en NGO’s

2014


Tol betalen in Zimbabwe

Bij de grens hadden we tol betaald, maar toch betaal je voor de hoofdwegen nog extra tol. Na de grens namen we hoofdweg naar Masvingo. Dit was een tolweg en bij de eerste tolpoort stond geen bord met voertuigklassen en bijhorende bedragen. De beambte sloeg ons aan voor vier dollar. Niet zo’n heel raar bedrag, maar op het bonnetje stond ‘heavy vehicle’. Daar waren we het niet mee eens en bij de volgende tolpoort lazen we op een bord de klassen met bedragen: een personenauto was een dollar, een minibus twee, een grote bus drie, een vrachtwagen (heavy vehicle) vier en een grote vrachtwagen vijf. We vonden ‘minibus’ wel aannemelijk en gaven de beambte direct twee dollar. Hij keek moeilijk naar de auto, maar tegensputteren leek teveel moeite. We kregen een bonnetje voor twee dollar. Dit ging een keer of zes/zeven goed, maar daarna vroeg een wakkere beambte ineens waarom we twee dollar betaalden. Er vanuit gaande dat hij de klasse te laag vond, lieten we de briefjes van de vorige poorten zien. Maar we hadden geen mensen achterin en al helemaal geen stoelen. Dus waren we geen minibus, maar een ‘light vehicle’ en mochten we voor een dollar doorrijden …. Jammer dat dat bij een van de laatste tolpoorten van het land was.

2013-2014


Opportunistische bedelaars

We staan nog wel eens ergens tussen een groep locals. Meestal is er wel eentje die dan over z’n buik wrijft en ons vragend aankijkt, daarmee aangevend dat ie honger heeft en van ons iets te eten wil. Dat doen ze regelmatig bij elke loslopende Mzungu (blanke). Bij Eelke heeft hij dan echter de verkeerde getroffen: die is inmiddels een aantal kilo’s afgevallen (ja, dat kon kennelijk nog) en herhaalt het gebaar met een blik op z’n eigen broekriem. Die zorgt er nog net voor dat z’n broek niet van z’n heupen valt. Dit leidt tot verwarring bij de bedelaar en hilariteit bij de omstanders, maar gebedeld wordt er niet meer.

2013


Road Acces Fee in Oeganda

Bij de meeste landen die we binnen komen betalen we aan de grens de Road Acces Fee: de toeristenvariant van de wegenbelasting. Dit is doorgaans een gestaffeld bedrag, afhankelijk van de motorinhoud of het vermogen van de auto. Met onze auto komen we meestal rond de 25 tot 30 dollar uit. In Oeganda moesten we bij customs echter opgeven welke plaatsen we gingen bezoeken. Maaike krabbelde er een stuk of tien op een blaadje en de beambte begon met een collega in een tabel afstanden op te zoeken: in Oeganda blijk je namelijk per kilometer te moeten betalen. We zagen het bedrag al snel over de honderd dollar gaan, keken elkaar aan en begonnen tegelijk tegen te sputteren. Zoveel wilden we niet betalen en onze route stond ook nog lang niet vast; die wilden we bij de grens ook nog niet gaan vastleggen. Ze keken ons aan en stelden voor alles dan maar op honderd dollar af te ronden. Ook dat vonden we teveel, dus liep Eelke met de twee mannen naar hun baas. Die hoorde het verhaal aan, keek naar onze auto en stelde honderd dollar voor. Hij beweerde ook nog dat het om een truck ging. Uiteindelijk gaf hij toe dat het dat niet was, maar de honderd dollar bleef honderd dollar. Binnen rondden de twee heren dit echter af naar tachtig, voor alle wegen in Oeganda en onafhankelijk van onze route. Omdat we inmiddels wel doorhadden dat verder protesteren geen zin had, gingen we accoord. Toen bleek echter dat we wel in Oegandeese shillingen moesten betalen. Stel dan geen bedrag voor in dollars! Maar dat zeg je niet. Hoe we aan die shillingen kwamen? Gewoon, zeiden ze, je loopt naar buiten en zoekt een van de handelaren die hier op straat rondlopen. Wij protesteerden gelijk, omdat we dan een lagere wisselkoers zouden krijgen dan waar zij mee rekenden en beschuldigden ze gelijk van samenwerking met de handelaren. Dat was een stap te ver, want met een verontwaardigd ‘vertrouw je ons niet’ dreigden ze de kilometers weer op te gaan tellen. Nadat we van hun de straatkoers van die dag hadden gehoord, hebben we op straat dus maar dollars gewisseld. En zo stonden we na anderhalf uur weer buiten, met een papier waarop stond dat we op alle wegen in Oeganda mogen rijden en zonder verloopdatum. Alleen de grensovergang naar Kenia ligt vast, maar aangezien we een visum voor drie maanden hebben, blijven we nog wel even.   

2014


De bedreigingen van je eten

In Nederland blijven de belagers van je bord met eten beperkt tot een paar vliegen en af en toe een wesp. Hinderlijk en onhygiënisch, maar verder niet gevaarlijk. In Afrika is het allemaal wat groter, moet je beter opletten wat er op tafel ligt en waar je je eten bewaard. Zo ging het ook met medicijnen. Voor we vertrokken wilde Maaike bij de huisarts onder andere een kuur tegen wormen halen voor ‘het geval dat’. Toen de beste man de naam van de voorgestelde wormenkuur zag, wist hij zijn lachen nog net in te houden: “maar mevrouw, die kuur is voor lieve Europese wormpjes, die helpt helemaal niet tegen die in Afrika. Ter plekke hebben ze daar veel efficiëntere middelen voor”. De kakkerlakjes die hier af en toe in het groen van de ananassen mee de auto in komen tellen dan ook niet mee. Maar zoals drie jaar geleden in Oeganda de tent van één van onze chauffeurs werd gesloopt door bavianen, die op zoek waren naar de kippenpoten die hij daar bewaarde, begint er meer op te lijken. Zo ontdekten we twee jaar geleden in Namibië op tijd een genetkat, die op weg was naar onze barbecue. In Namibië waren we ook op tijd toen een jakhals het vlees nog net niet achter onze rug van tafel viste. Een paar dagen daarna had een honeybadger/honingdas het op onze pan rijst voorzien.

Recenter, een paar weken geleden in Zuid-Afrika, kwamen we er zelf achter dat onze auto te lang onbeheerd open had gestaan en een familie vervetapen zich over ons brood en onze koekjes had ontfermd. Dat je niet alleen de vierpotigen op grond in de gaten moet houden, maar er ook gevederd gevaar in de lucht hangt, merkte we toen we in Kibuye bij Lake Kivu stonden. We kampeerden kennelijk in het territorium van een black kite/zwarte wouw. ’s Ochtends bij ons ontbijt kwam hij (of zij, ze zijn allemaal bruin) laag aanvliegen en konden we op tijd bukken: hij kwam op ongeveer een halve meter hoogte over. We dachten dat kites alleen vlees aten en we dus niet zoveel te vrezen hadden, maar even later zagen we hoe hij een pied kingfisher een vers gevangen vis afhandig maakte. Daarna zagen we ‘m een tijdje niet tot we gingen lunchen. Op het moment dat we ‘m weer zagen had ie de boterham met kaas die Eelke in z’n handen had al in z’n klauwen en met z’n vleugels Eelke z’n haar door elkaar gewapperd. Toen een drietal mannen naast ons even later eten kregen, cirkelde hij hier ook weer boven. Maar de heren hadden de aanval op ons eten gezien en ze zaten onder een parasol: jammer kite, vandaag maar één boterham. Don’t feed the animals, nee, voor je het weet komen ze het zelf halen.

2013-2014


The Issue Paper

Dit voorval is niet van onszelf, maar het geeft zo goed weer hoe het bij een roadblock kan gaan, dat we het jullie niet willen onthouden. Het stukje stond in De Volkskrant van 28 december 2013 en we kregen het via de mail van Eelke’s collega Kees (inderdaad, dezelfde Kees van de Diederik Cuckoo).

The Issue Paper


Grensovergang Botswana - Zimbabwe bij Pandamatenga

Na eerst nog getankt te hebben rijden we naar de grens. Dat is nog geen 10 km rijden. Daar aangekomen vinden we het hokje voor immigration. De mevrouw van immigration stempelt onze paspoorten uit en wij willen verder naar customs. Er hangt wel een bordje, maar er zit niemand. Dan vertelt de mevrouw van Immigration dat er op deze grensovergang geen customs is. Als we ons carnet willen laten stempelen, moeten we naar Kazungula (nog 200 km naar het noorden). Daar zitten we niet op te wachten. We hebben aangegeven dat we niet voldoende diesel hebben om naar Kazungula te rijden. Daarop volgde het praktische antwoord dat er een tankstation was in Pandamatenga. Ja dat klopt, daar zijn we vanochtend geweest, maar dat zeggen we niet. En we hebben al onze Pula’s opgemaakt, omdat we de grens over gaan. Het helpt allemaal niet. Kan ze echt niet voor ons het carnet stempelen? Nee ze heeft geen idee hoe het moet. We vragen nog een keer heel lief of ze iets voor ons kan betekenen en we willen wel uitleggen hoe het carnet werkt. Ze kijkt ons nog eens aan en begint zonder uitleg op precies de goede plek de goede informatie in te vullen. Ze scheurt het goede deel uit het carnet en dan krijgen we het terug. Mooi, ons probleem is opgelost. Na nog een keer extra dank je wel gezegd te hebben, stappen we in de auto voor het tweede deel van de grensovergang, Zimbabwe in.

Hier vinden we een kantoor van redelijk formaat. Eerst onze visa kopen. Dat blijft altijd een heel schrijf en stempelwerk, maar kost alleen maar tijd en geld. Bij het loketje ernaast laten we ons nieuwe carnet instempelen!! Dan moeten we nog carbontax betalen. Het bonnetje is al snel klaar, maar de beste man heeft geen wisselgeld. Na wat nagevraagd te hebben bij deze en gene moet er iemand van buiten komen om het biljet van 20 US$ op te halen en te wisselen. Na een kwartier wachten en een goed gesprek met de man van customs over de economie van Zimbabwe , krijgen we ons wisselgeld terug.

Met de auto moeten we nog onder een slagboom door. Deze wordt bediend door een politieagente die graag alle gegevens die we net bij customs hebben doorgegeven, ook graag in haar eigen boek op wil schrijven. Als ze daar mee klaar is mogen we onder de slagboom door, maar na 10 meter moeten we wel stoppen om de roadtax te betalen. Hier staat een minikantoortje met een deur en twee ramen. Zodra de man ons ziet aankomen, gaan de 2 ramen open. Eelke gaat door de deur naar binnen, want de ramen zitten te hoog om met elkaar te kunnen praten. Nadat we nog eens US$ 10,-hebben betaald mogen we verder. De man staat op, doet de ramen weer dicht en gaat weer tegen de buitenkant van het minikantoortje leunen. Als we het over dingen hebben die we missen aan Afrika dan is dit daar een mooi voorbeeld van. Net als de vrouw van Immigration in Botswana.

 juli 2015




Ja, ook wij zitten aan de cookies. Ze helpen ons ergens mee ... Hier klikken, dan ben je van de melding af.